Opinie

    • Marjoleine de Vos

De tijdmachine van een Grieks graf

Ongelooflijk. De soldaten uit de Eerste Wereldoorlog zijn zojuist gefilmd. Je ziet ze lachen en praten, in kleur, je hoort ze, staat naast ze als ze een kanon afschieten! Nu ja, vrijwel. Het gaat om historisch filmmateriaal dat door regisseur Peter Jackson (The Lord of the Rings) is ingekleurd en van geluid voorzien zodat de beelden naar het heden getild lijken. „De Eerste Wereldoorlog zoals zij hem zagen”, zegt de trailer en dat is natuurlijk niet helemaal waar, maar toch wel bijna.

Zoiets komt in de buurt van de tijdmachine. Hoe vaak verlang je er niet naar om, al is het maar even, te kunnen zien, horen, ruiken (misschien niet altijd voelen…) hoe het wás, daar in het verleden. Om de stank op te snuiven van parfum en uitwerpselen in het paleis van de Zonnekoning, door vooroorlogs Rotterdam te lopen, het orakel te raadplegen in Delphi – nu ja hou maar op, er is geen eind aan.

In plaats daarvan dwaalde ik weer eens door de ruïnes in Mykene en probeerde me voor de zoveelste keer voor te stellen hoe indrukwekkend het paleis geweest is. Historische plaatsen bezoeken valt niet altijd mee, zeker niet als ze zo oud zijn en al zo vaak verwoest, geplunderd, door aardbevingen, slagregens, branden geteisterd zijn. Al die brokstukken, gebroken zuilen, lege tempels.

Ik weet best dat die „edle Einfallt, stille Grösse” van het klassieke Griekenland onzin is, het blonk niet allemaal van wit marmer, beelden waren beschilderd, tempels versierd – soms zie je nog wat vervaagd rood op een marmeren beeld, héél soms nog wat blauw. Maar het is zo moeilijk voorstelbaar en de stijve reconstructies helpen niet echt. Er zijn ook geen historische films die met inkleuring en geluid de zaak tot leven kunnen brengen.

Maar nu was ik in Vergina, waar ooit Aigai lag, de hoofdstad van Macedonië. Daar is, in 336 voor Christus, Philippus II, de vader van Alexander de Grote vermoord en begraven. En het wonder is: zijn graf is nooit geplunderd maar werd in 1977 geheel gaaf teruggevonden – je zou ook kunnen zeggen: alsnog geschonden – door een Griekse archeoloog. Zo’n graf is niet een kuil in de grond, maar een klein tempeltje met daarin de sarcofaag en allerlei kostbaarheden en geschenken die de dode nodig heeft bij de oversteek naar de andere wereld.

Geen museum of technicolor-reconstructie kan op tegen zelf voor deze deuren staan

Het graf was bedekt door een heuvel. Die heuvel is er na de vondst kunstmatig opnieuw over aangebracht, als museum. Er was niemand toen ik ervoor stond. De marmeren deuren waren gesloten, precies zoals bedoeld destijds: de gaven en de resten werden in het graf gebracht, de deuren werden gesloten, de klink weggegooid, het graf werd met aarde bedekt – voor eeuwig zou er stilte heersen.

En meer nog: donkerte. Daardoor zijn de kleuren bewaard, de helderblauwe vlakjes, het beschilderde fries, verfijnde muurschilderingen. Ze hadden voor altijd voor mensenogen verborgen moeten blijven.

Er zijn de mooiste dingen te zien in het museum, beweeglijke ivoren groepjes, het sierlijkste goud denkbaar, schitterend zilverwerk, leren halskragen soms nog bedekt met gouden versiering, het is adembenemend allemaal.

Maar niets kan op tegen dat staan daar voor dat graf, in het donker, in de stilte van die dichte marmeren deuren waarachter meer dan tweeduizend jaar lang het zowel heilige als onreine bewaard werd dat restte van de dode.

Die dus écht geleefd heeft. Net als zijn zoon Alexander, de legendarische, die hier, misschien wel eigenhandig, een wapenrusting voor zijn vader heeft neergelegd. Die naar deze gesloten deuren heeft gekeken, zich heeft omgedraaid en wegging.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.

    • Marjoleine de Vos