Recensie

De prijs van het kosmopolitisme

Paul Scheffer

Migratiepolitiek en de grenzen van Europa zijn de voornaamste thema’s in de nieuwe essaybundel van deze schrijver en hoogleraar. Hij neemt je ook soepel mee door onontdekt Europa.

Een migrant uit Afrika in de haven van het Zuid-Spaanse Motril, 2 oktober 2018 Foro Juan Medina/Reuters

Wie met twee benen in de samenleving wil staan, is met De vorm van de vrijheid behoorlijk geholpen. De publicist en hoogleraar Europese Studies Paul Scheffer zet er in twaalf leesbare hoofdstukken de thema’s uiteen waarmee hij regelmatig het nieuws haalt: de noodzaak om over immigratie te praten en de noodzaak om over de grenzen van Europa te praten. Scheffer doet wat je van een intellectueel mag verwachten: hij ageert tegen zijn eigen achterban. Hij vaart hard en onderbouwd uit tegen makkelijke opvattingen over het helpen van vluchtelingen, de rol van nieuwkomers in de samenleving en de nabije toekomst van Europa en de Europese Unie. Met als grondtoon: elke beschaving heeft zowel fysieke als culturele grenzen nodig en wie daar lacherig over doet, etaleert zichzelf als verwende hals.

Scheffer weet waar hij het over heeft, wanneer hij schrijft over immigratiepolitiek of beter gezegd het ontbreken daarvan; over de noodzaak van een Europees veiligheidsbeleid; over de spanningen tussen moslims en niet-moslims. Het zijn al decennia zijn thema’s. Als hij schrijft over de wereld van internet, is hij misschien wat minder op de hoogte. Hij weet schijnbaar niet dat het perfide Facebook iets voor oude mensen is, of dat jonge mensen hun hele leven op Instagram zetten en tegelijkertijd ook kritisch en preuts en moralistisch zijn. Maar de rest van het boek bestaat uit geëngageerde essays, doorspekt met wereldliteratuur en gesprekken met politici, gedreven door het verlangen alles ingewikkelder te maken. Niet omdat het kan maar omdat het moet, omdat er geen andere manier culturele eigenheid en democratische verworvenheden overeind te houden.

Conflicten

Te lang hebben we gedacht dat er iets fout is aan grenzen en dat door federalisering, globalisering en multiculturalisering alle conflicten vanzelf verdwijnen. Het idealisme dat veronderstelt dat je verschillen kunt weg-organiseren komt wat Scheffer betreft vooral van links, maar de christen-democraat Angela Merkel en de liberaal Guy Verhofstadt noemt hij bij naam. De prijs van hun kosmopolitisme is dat we telkens overvallen worden, door grote groepen bootvluchtelingen of door de pijnlijke manier hoe vluchtelingen soms verongelukken, door de Brexit, door het nationalisme van Turkije, door het afwijzen van de Europese grondwet, door de radicalisering van immigrantenkinderen. Scheffer herhaalt het keer op keer: democratie, redelijke gelijkheid, vrijheid – alles wat onze open samenleving prettig maakt heeft grenzen nodig. Als we Europa of de liberale democratie willen koesteren, dan moeten we de morele dilemma’s van iedere gemeenschap onder ogen zien: niet iedereen kan binnenkomen, niet alles kan gezegd worden. Zonder grens gaat het niet, zonder natiestaten gaat het niet, zonder veiligheidsbeleid gaat het niet. Scheffer noemt het de wraak van de geografie over de politiek.

We hebben eerder gezien hoe globalisering eindigde in ongelijkheid en vervreemding. Als liberale stemmen nu geen antwoord vinden, winnen de autoritaire, schrijft Paul Scheffer. Lees ook: In een grenzeloze wereld verongelukt de vrijheid

Dat grenzen nodig zijn kan gezien worden als een open deur, maar doordat Scheffer zich in wezen van drie registers bedient, is dat niet per se storend. Als belezen academicus schetst hij genuanceerd de lange lijnen van de Europese geschiedenis, over de aanhoudende botsing tussen macht en moraal, over de verborgen vitaliteit van het oude continent. Als bereisde journalist neemt hij de lezer soepel mee door onontdekt Europa, langs de plekken waar Hollanders niet komen. Dan is zijn werk krokant. Bijvoorbeeld als hij terloops maar met kennis van zaken de Europese democratie verdedigt tegen Thierry Baudet. Of als hij een postmoderne tentoonstelling in een Zwitsers museum aantikt als doordravende aanstellerij.

Niet alleen waarnemer

Maar Scheffer is allang niet meer enkel een waarnemer. Hij is inmiddels ook een veelgevraagd beleidsadviseur op hoog niveau. Bij vlagen wordt het krokante koket. Soms slaat hij ons Gutmenschen om de oren met apodictische uitspraken van iemand als de Duitse filosoof Peter Sloterdijk, de Max Verstappen van het ouwehoeren. Of hangt hij zonder veel omhaal zijn betoog op aan de beroemde kloof, tussen mensen die bescherming willen en de mensen die vrijheid willen, tussen de mensen die Europa zien als volkomen poreus voor alle gelukzoekers versus de mensen die Europa zien als gesloten fort jegens alle hulpbehoevenden. En dan zijn er geen andere smaken dan kleinburger of wereldburger.

Maar je kunt je afvragen of alle mensen niet zoveel mogelijk vrijheid én zoveel mogelijk bescherming willen. En waar zijn de groepen die geen enkel idee hebben over Europa, of die Europa niet zien als fort of als poreus maar – bijvoorbeeld – als neoliberaal bolwerk? Het schetsen van heel scherpe maatschappelijke tegenstellingen zorgt allicht voor urgentie aan vergadertafels, maar oorzaak en gevolg worden niet automatisch duidelijker. De gelijkheid, het vrije woord, het redelijke midden en de Europese Unie staan op de tocht, soms door onderschatte migratie, soms door overschatte marktwerking, en soms weer door heel andere dingen, zoals opgefokte onverdraagzaamheid. Kosmopolitisme is niet zo’n overtuigende Einzeltäter.

Scheffer stelt dat de vrijheid bewaakt moet worden, maar is wat karig over welke vrijheid hij daarbij voor ogen heeft. Jammer, want een titel als De vorm van vrijheid wekt verwachtingen. De lezer weet dat hij geen fan is van een cynicus als Donald Trump of opportunist als Mark Rutte. Maar wat is het verhaal wél, wanneer het wereldbeeld van GroenLinks en D66 dus fout is, maar we ook niet overgeleverd willen worden aan nationalisme of marktdenken?

Scheffer wijst regelmatig op de noodzaak van culturele gelijkheid: mensen moeten op elkaar lijken om elkaar te vertrouwen, in Nederland wonen vergt gevoel voor ‘onze’ verworvenheden. Maar in zijn werk sluimert ook de opvatting dat je in het parlement, op straat en in het onderwijs permanent het gesprek met elkaar aan moet en dat onderlinge verschillen dus práchtig zijn, zolang je er maar over praat. De eerste opvatting heet in jargon communitarisme, daar volgt steun voor zwarte piet uit. De andere heet republikanisme en daar volgt de roetveegpiet uit. Welke vrijheid ontneemt volgens Scheffer mensen in 2018 het verlangen naar de houten gulden? Wat is het soort burgerschap dat wel werkt? Een opstel met de boektitel als uitgangspunt was in dat opzicht misschien logisch geweest.

    • Menno Hurenkamp