De Britten azen op de tong die Cor nu vist

Visserij en de Brexit Menig Nederlands visser haalt zijn vangst uit Britse wateren. En na de Brexit? „We zijn overgeleverd aan de politici.”

De Texeler kotter Klasina-J. vist vooral op platvis, al generaties lang in Britse wateren. Bij een harde Brexit dreigt sluiting van dat gebied voor niet-Britse vissers. Foto Olaf Kraak

Het is nog donker wanneer vader en zoon elkaar treffen in de haven van Den Helder. Schipper Cor Vonk (35) is net aangekomen na een week op zee, zijn vader Adri (61) is naar de haven gekomen om hem te begroeten. Dat doet hij haast elke vrijdagochtend. Als Cor zijn vangst heeft afgeleverd bij de visafslag, neemt Adri steevast het roer over voor het laatste stukje naar huis: Texel. Dan kan Cor met de bemanning ontbijten en oud-schipper Adri een stukje varen. Door zijn „rotbenen” blijft hij sinds een paar jaar aan wal.

Gisteravond is Cor – vriendelijk gezicht, bril, oranje werkbroek – naar Den Helder komen varen. Vijfduizend kilo tong en schol aan boord, opgevist in het Britse deel van de Noordzee. De Vonken vissen al generaties in de Britse wateren, net als andere Texelse vissers. Cor: „Alles wat ik vang, komt daarvandaan.” Adri: „We kennen de speciale plekjes. De bankjes, de geultjes, de ondieptes.” Maar door de Brexit dreigen ze, tot hun grote vrees, straks ergens anders te moeten gaan vissen.

Terwijl de vis binnen in de afslag in hoog tempo wordt gesorteerd, staan Cor en Adri op de kade, breeduit in de wind. Met luide stem maken ze zich verstaanbaar. „Nu zeggen die Britten: We take our waters back”, zegt Cor. „Maar ik zie daar nooit ook maar één Britse visser! Ze vissen niet eens op platvis.” Je kan de zee niet claimen, vindt Adri. „De zee is van iedereen.”

Aan wal begrijpen ze het probleem soms niet. Dan ga je toch ergens anders vissen, zeggen mensen. Adri: „Maar dat gaat niet zomaar. Cor heeft het dáár geleerd. Ergens anders moet hij opnieuw leren vissen.” En trouwens, zegt Cor, waar moet hij heen? „Het gebied dat overblijft is veel te klein.” Op zo’n „postzegel” zwemt niet genoeg vis voor iedereen.

Soeverein in eigen zee

Het zijn de zorgen van veel vissers. De Nederlandse vloot haalt 40 procent van de vangst uit de Britse wateren, blijkt uit een studie van de universiteit van Wageningen. Vissers van het Europese vasteland mogen nu nog vissen tot 12 zeemijl voor de Britse kust, ruim 22 kilometer. Maar nu wil het Verenigd Koninkrijk weer soeverein in ‘eigen’ zee worden, aangemoedigd door een stevige pro-Brexit visserslobby.

Niet-Britse vissers zijn alleen welkom „onder onze voorwaarden, onder onze controle en in het voordeel van onze Britse vissers”, schreef de regering in een recent white paper over de visserij na de Brexit. Het is zeer onzeker wat dat betekent voor de toegang van Europese vissers; daar moet over onderhandeld worden. Als de Britse regering en de Europese Unie geen akkoord over uittreding bereiken voor 29 maart, de dag van de Brexit, krijgen de Britten „per direct alle rechten over hun eigen wateren”, zegt Gerard van Balsfoort, voorzitter van de Europese visserijorganisatie EUFA.

Beperkte toegang tot het Britse gebied, of in een uiterst geval zelfs sluiting, zou zowel grote als kleine vissers hard raken. De kleinere bedrijven, kottervissers zoals Cor Vonk, vissen er vooral op platvis. Grote Nederlandse visbedrijven halen met hun trawlers – schepen tot wel 145 meter lang – vooral haring en makreel uit de Britse wateren.

Een van die grote visbedrijven is Parlevliet & Van der Plas uit Katwijk. Dat is uitgegroeid tot het grootste visserijbedrijf van Europa. „In het slechtste geval kunnen straks maar drie van onze tien schepen blijven varen”, zegt bestuursvoorzitter Diek Parlevliet. Die overige zeven kan hij niet zomaar ergens anders heen sturen, zegt hij. „Over de hele wereld zijn de quota al verdeeld.” Van de 500 mensen die nu op zijn schepen werken, zou er voor 300 geen werk meer zijn.

Lees ook dit portret van Parlevliet & Van der Plas: Het grootste visserijbedrijf van Europa ontstond aan wal

Diek Parlevliet zit al sinds de jaren zeventig in de vis, maar „zoiets extreems” als de Brexit heeft hij nog nooit meegemaakt. Toch kan hij ’s nachts nog „goed slapen”. Zijn familiebedrijf (850 miljoen euro omzet in 2016) heeft het voordeel dat het niet volledig afhankelijk is van Britse vis. Parlevliet & Van der Plas is ook eigenaar van onder meer visverwerker Ouwehand en garnalenpeller Heiploeg. Desondanks wil Diek Parlevliet „geen kilo kwijt”, zegt hij. „Vissers van het Europese vasteland hebben de afgelopen 400 jaar in die wateren gevist. We hebben een historisch recht.”

De zelfstandige kottervissers zijn wel volledig afhankelijk van wat ze vangen met hun ene boot. Er zijn er zo’n tweehonderd in Nederland, zegt Pim Visser, directeur van brancheorganisatie VisNed. „Allemaal kleine familiebedrijven.”

Sinds 2014 is de kottervisserij weer winstgevend, blijkt uit cijfers van de universiteit van Wageningen, na jaren van verliezen. Over 2017 bedroeg de winst 73 miljoen euro. Maar, zegt Visser: „Als het Britse gebied sluit, is de toekomst van sommige bedrijven in gevaar.” Van vissers uit het Zeeuwse Arnemuiden en het Zuid-Hollandse Goedereede bijvoorbeeld, die halen veel vis uit de Britse wateren. Net als de vissers van Texel.

Lees ook dit interview met Pim Visser van VisNed: ‘De Schotten azen op al onze haringvangst’

Bolletjes met hagelslag

In de ochtendschemer is het schip van Cor Vonk – de Klasina-J. – uitgevaren in de richting van Texel. Het is acht uur geweest, maar in de regen wil het niet helemaal licht worden. Adri staat in de stuurhut, getatoeëerde armen aan het roer. Het schip is vernoemd naar zijn vrouw, vertelt hij. „Het vorige schip heette Cornelia, naar mijn moeder.” Beneden eten Cor en de bemanning ontbijt. Witte zachte bolletjes, mini-hamburgers, hagelslag. Koffie in stevige mokken. Alles staat op rubberen matjes tegen het schuiven.

Kan Cor zijn boot houden, als hij straks niet of veel minder in Brits gebied mag vissen? Hij haalt zijn schouders op. „Ik hoop het.” Cor heeft nog geluk, zegt hij. „We hebben best wel een goede basis. Dit schip is bijna afbetaald en mijn vader heeft altijd veel geïnvesteerd in quota.” Vissers moeten het recht op een hoeveelheid vis kopen. Cor mag elk jaar 400.000 kilo schol vangen, en 160.000 kilo tong. „Dat halen we nooit.” Door de Brexit kunnen de quota halveren, zegt Cor, als het bevisbare gebied veel kleiner wordt.

Cor Vonk (links) met zijn broer en (zittend) vader Adri.
Foto Olaf Kraak
De familie Vonk vist al generaties in de Britse wateren, net als andere Texelse vissers
Foto Olaf Kraak
Cor mag elk jaar 400.000 kilo schol vangen, en 160.000 kilo tong
Foto Olaf Kraak

Het vervelende is: de Brexit is niet zijn enige probleem. „Het is én, én, én”, zegt Cor. De Noordzee wordt voor vissers ook al kleiner door aanleg van windparken en uitbreiding van beschermd natuurgebied. Scherpe concurrentie met collega-vissers zou het gevolg zijn. Maar iets anders dan afwachten kan Cor eigenlijk niet. „We zijn overgeleverd aan politici.” Hij hoopt dat de visserslobby iets voor elkaar krijgt.

De Europese vissers hebben zich na het Brexit-referendum verenigd in een lobbyclub: de European Fisheries Alliance (EUFA). Er was al een Europese visserijorganisatie, maar daar zitten de Britten ook bij, vandaar deze nieuwe club, vertelt voorzitter Gerard van Balsfoort aan de telefoon. De EUFA wil de belangen van de vissers bij de Brexit-onderhandelingen in Brussel op de agenda krijgen en houden. Van Balsfoort: „We proberen ervoor te zorgen dat ze heel hard voor ons gaan vechten.”

‘Wie haalt de meeste vis omhoog?’

Boven in de stuurhut heeft Adri Vonk daar weinig vertrouwen in. „Onze voormannen in de visserij doen hun best. Maar ja, wat hebben ze nou in te brengen?” Hij is bang dat de vissers „ondersneeuwen” in de onderhandelingen. „Wij vinden onszelf natuurlijk wel belangrijk, maar economisch zijn we maar een peanutje. Landbouw is veel belangrijker.”

De onzekerheid vindt Adri „akelig”. Hij maakt zich bezorgd over de toekomst van zijn zoons – zijn andere zoon werkt als bemanningslid op de Klasina-J. – en de kleine honderd andere Texelse mannen die hun geld verdienen op de kotters. Ja, het is hard werken aan boord: elke twee uur komen de netten omhoog en moet je weer aan de bak. Van slapen komt weinig. Maar vissen is ook móói, zegt Adri. Hij hield van de competitie. „Wie haalt de meeste vis omhoog?” En: „Je wordt er misschien niet rijk van, maar je verdient wel een goed stuk brood.”

Dan is de haven van Texel in zicht. Cor komt boven en neemt het roer over om aan te meren. Vanaf het dek roep Adri instructies naar binnen. De vrouw van een van de bemanningsleden staat al met dochtertje op de kade te wachten. Het weekend is voor het gezin – Cor heeft ook drie kleine kinderen. Zondagavond varen ze weer uit.

    • Teri van der Heijden