Brieven

Brieven

Genetisch ouderschap geen voorwaarde voor gelukkig kind

Melissa van der Wagt roept in haar opiniestuk (Denk in de eiceldiscussie aan het belang van het kind, 9/10) veel vragen op die al zijn onderzocht. In een onderzoek dat wij deden in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid is bevestigd dat eicelbanken in Nederland ethisch verantwoord zijn ingericht. Zorgen over onvrijwillige donatie en excessieve betalingen zijn onterecht. Een vergoeding van 300 euro en een reiskostenvergoeding – in plaats van de huidige 900 euro – is redelijk. De eiceldonatiepraktijken in de documentaire ‘De baby-industrie’ zijn dus niet representatief voor de Nederlandse praktijk. Die praktijk is met een minimale leeftijdsgrens van 25 jaar voor donoren juist relatief beschermend. Als mannen vanaf 18 jaar mogen doneren, is het paternalistisch dat vrouwen op die leeftijd niet toe te staan. Ook wordt het belang van het kind expliciet meegenomen in de selectie van donoren en ontvangers. Anonieme ei- en zaadceldonatie is in Nederland sinds 2004 verboden. Kinderen kunnen vanaf 16 jaar gegevens van hun donor inzien en haar eventueel ontmoeten. Bovendien wijst onderzoek naar gezinnen met kinderen ontstaan uit ei- of zaadceldonatie uit dat het welzijn van het kind afhankelijk is van of het opgroeit in een stabiel en liefdevol gezin. Genetisch ouderschap is daarbij geen voorwaarde. Zonder voorbij te gaan aan het leed van diegenen die het opgroeien zonder biologische ouder(s) als traumatisch ervaren, mogen we aan deze ervaringen geen algemene conclusies over eiceldonatie verbinden.

Emy Kool, promovendus medische ethiek
Annelies Bos, gynaecoloog
Rieke van der Graaf, medisch ethicus