Opinie

    • Ellen Deckwitz

Bos in je hoofd

Je weet het natuurlijk nooit zeker dankzij die opwarming van de aarde, maar het zijn waarschijnlijk de laatste zomerse dagen van het jaar. Om dat te vieren leasete ik de ruwharige dwergteckel Jerom en ging ik met mijn knaldepressieve zus naar het bos. Ze stoof door bladerhopen, riep dat alles godzijdank tijdelijk is. Jerom sjanste wat met de tegenliggende honden en hupste zo koddig op zijn dwergpootjes dat mijn zus niet meer leek te denken aan sloopkogels en hamers.

Omdat ik me even geen zorgen meer om haar hoefde te maken had ik mijn hoofd voor mezelf. Het verdrietige van bossen is dat ik er altijd zo naar uitzie, dat wanneer ik er daadwerkelijk ben, ik er nog steeds naar uitzie. Een beetje zoals met een gedicht van de Japanse dichter Basho: ‘Zelfs in Kyoto/wanneer de koekoek roept/mis ik Kyoto.’ Je bent waar je wil zijn, maar het verbleekt bij de verwachtingen die je ervan had.

Het grote probleem met bossen is natuurlijk dat je als kind door allerhande sprookjes/films/poppenvoorstellingen lekker wordt gemaakt met al het spectaculairs dat zich erin zou bevinden: heksen, kabouters, elfjes. Je doet alsof je Robin Hood bent, ziet achter ieder struikje wel een boze tovenaar, een magische ketel of een beeldschone ridder/jonkvrouw. Een rij bomen vormt de welkomsthal van het kasteel, een heuveltje de wachttoren. Later wordt het bos de gedroomde locus amoenus, de plek van je eerste kus (die in werkelijkheid plaatsvindt op het parkeerterrein van discotheek Lucky). Wanneer je dan als dertiger tussen de bomen loopt is het toch een wat magere aangelegenheid. Het echte bos zal nooit kunnen tippen aan het bos in je hoofd.

Er was deze zomer een man. Hij hield me vast en verdween weer. Het voelt nu alsof ik een stukje papier boven een brandende kaars heb gehouden. De plek waar de vlampunt het papier aanstipte breidt zich traag smeulend uit en is breder dan de kaars zelf. Het gat dat de man naliet is inmiddels groter dan hij zelf ooit nog zou kunnen vullen. Dat weet ik. Maar dat maakt het gat niet minder groot.

En zo ga je door en slof je door de bladeren en ben je op een plek waar je zo graag wilde zijn dat je de plek zelf niet meer ziet. En hoop je dat het ook zo zal gaan met alle andere dingen die een gat veroorzaakten. Dat wanneer je ze weer ziet, ze vergeleken met de leegte die ze nalieten zo klein lijken dat je erom kan lachen. Dat ze een vuiltje werden dat een ander zachtjes uit je oog veegt en je het bijna weer verdraagt dat iemand dichtbij is.

Ellen Deckwitz vervangt Marcel van Roosmalen, die maandag 15 oktober weer terug is.

    • Ellen Deckwitz