Zorgen bij COC over Roze in Blauw

Politie Na Ellie Lust is het hele bestuur van Roze in Blauw afgetreden. Volgens het COC biedt de politie het LHBT-team te weinig mankracht.

Ellie Lust tijdens de Gay Pride in 2014, toen nog als politiewoordvoerder en voorzitter van Roze in Blauw. Foto Bas Czerwinski/ANP

De Amsterdamse afdeling van het COC – belangenvereniging van de LHBT-gemeenschap – maakt zich zorgen over het functioneren van Roze in Blauw in de stad. Volgens voorzitter Peter de Ruijter „rommelt” het bij de Amsterdamse politie als het gaat om aandacht voor de gemeenschap. Reden voor die ongerustheid is het feit dat binnen de afgelopen twee weken het voltallige bestuur van Roze in Blauw Amsterdam is opgestapt.

Roze in Blauw vormt een landelijk aanspreekpunt voor mensen uit de LHBT-gemeenschap. Twee weken geleden verloor de Amsterdamse tak haar voorzitter, Ellie Lust: zij moest vertrekken als politiewoordvoerder omdat haar televisiewerk volgens de politie niet langer te combineren viel met haar werk als agent. Vice-voorzitter Frido Stein stapte uit solidariteit ook op, daarna volgden de drie overige bestuursleden.

Lees ook: Ellie Lust ruilt politie definitief in voor tv-carrière

Een teken aan de wand, zegt De Ruijter. Volgens hem heeft de politie Amsterdam al een tijd structureel moeite met het vinden van nieuwe leden voor het Roze in Blauw-bestuur. „Vooral de jongere generatie staat niet te popelen.” Dat gebrek aan animo ligt volgens hem aan de capaciteit die binnen de politie wordt vrijgemaakt voor het werk van Roze in Blauw. „Uit de gemeenschap horen we vaak dat het daadwerkelijke optreden van Roze in Blauw nog te wensen over laat.”

Niet serieus genomen

Mensen uit de LHBT-gemeenschap die aangifte doen van hatecrimes, zoals verbaal of fysiek geweld, geven bij het COC nog vaak aan dat ze zich door de politie niet serieus genomen voelen, en dat de behandeling „koud” is. Oorzaak hiervan is volgens De Ruijter dat Roze in Blauw vanwege capaciteitsgebrek niet voldoende aandacht kan geven aan elke persoon die aangifte doet. En vandaar ook dat bij de politie weinig agenten staan te springen om zich aan te melden voor het bestuur, denkt hij. „Roze in Blauw wordt minder aantrekkelijk als er niet genoeg capaciteit voor wordt vrijgemaakt. ”

Deze week publiceerde De Ruijter een open brief aan de Amsterdamse politie op de site van het COC. Daarin roept hij op vooral te investeren in een capabel Roze in Blauw, zodat daarmee hopelijk de bereidheid tot aangifte van hatecrime bij de LHBT-gemeenschap omhoog zal gaan. Die is, zo schrijft hij in zijn brief, nog altijd maar 10 procent.

De Amsterdamse politie laat in een reactie weten dat de drie Roze in Blauw-bestuursleden die na de voorzitter en vice-voorzitter zijn opgestapt wel blijven doorgaan met hun werk tot er een vervanging voor ze is gevonden. Marja Lust, actief bij Roze in Blauw Amsterdam (en tweelingzus van Ellie), zegt de zorgen over capaciteit van De Ruijter wel te begrijpen. „De leden van Roze in Blauw willen zich heel graag sterk maken voor de LHBT-gemeenschap, maar soms is dat nog lastig te combineren met het primaire werk.” Collega’s komen wel eens in het gedrang, ziet ze, als aangiften uit de LHBT-gemeenschap bijvoorbeeld samenvallen met spoedeisende situaties. „Intern zijn we druk bezig dat beter te organiseren.”

Lust beaamt ook dat er in het verleden wel eens oproepen zijn gedaan om nieuwe leden te werven voor het Roze in Blauw-bestuur, die onbeantwoord bleven. „Maar tot voor kort werden agenten voor het leven benoemd voor zo’n bestuursplek”, zegt ze. „Dat gaan we nu aanpassen naar twee of drie jaar.” Mogelijk zal de kortere bestuurstermijn meer agenten enthousiasmeren zich aan te melden.

Een dag na de open brief van De Ruijter beantwoordde de Amsterdamse politiechef Pieter Jan Albersberg deze met een brief waarin hij stelde dat de kennis en werkwijze van Roze in Blauw „verankerd” is binnen de organisatie, en dat die niet afhankelijk is van het aanblijven of aftreden van een aantal personen.

    • Doortje Smithuijsen