Wat als de zeespiegel tien meter stijgt?

De zeespiegel bleef stijgen. Dat was met hogere dijken en grote pompen lang te beheersen. Maar bij een stijging van tien meter niet meer.

Nederland, een dag in de nazomer

„Een half miljoen Nederlanders is gevlucht, hè. Een half miljoen.”

Emma zit naar een documentaire van National Geographic te kijken over de waterramp van 2243, en hoe die Nederland voorgoed veranderde.

„Wat dan?”, vraagt Berndt afwezig. De auto stuurt zichzelf naar de rechter rijbaan, op de brug die hoofdstad Utrecht met de Amsterdam-terp verbindt. Ze komen voor een week over uit Berlijn om te eilandhoppen: Amsterdam, Den Haag, dan Rotterdam. Ze willen de terpen, die een technisch hoogstandje schijnen te zijn, eens met eigen ogen zien. Grote delen van de drie steden zijn behouden door ze meters omhoog te liften.

Berndt verheugt zich vooral op de duik naar de ondergelopen Maeslantkering bij het voormalige Hoek van Holland. Daar kun je bizarre maanvissen zien.

„Luister je wel?”, vraagt Emma geïrriteerd.

„Sorry,” zegt hij. „Vluchtende Nederlanders. Ik ben een en al oor.”

Ze vertelt. Dat Nederland in de 21ste eeuw zijn dijken almaar verder ophoogde en verbreedde, in een race tegen de stijgende zeespiegel. Er waren grotere stormvloedkeringen nodig. En talloze extra baggerschepen, om continu de enorme hoeveelheden zand vanuit de Noordzee aan te kunnen blijven slepen voor de snel eroderende kust. Op de Afsluitdijk verschenen steeds meer gigantische pompen die vanuit het IJsselmeer onophoudelijk de enorme aanvoer van bovenstrooms water overhevelden naar de zee.

„Ze konden vierhonderd kuub water per seconde pompen.”

„Maar die pompen zijn er niet meer.”

„Nee. Na de ramp veranderde alles.”

Ze vertelt over het ongekend natte najaar van 2242. Hoe de dijken doordrenkt raakten door de wekenlang aanhoudende regen en de hoge rivierafvoer. Op meerdere plaatsen in de Betuwe en het Land van Maas en Waal braken de dijken door. En toen kwam die stormvloed erbovenop. Op 22 januari overstroomden grote delen van Noord-Holland.

Nu mocht de zee het land terugpakken

Ruim 53.000 mensen kwamen die winter om het leven. Bedrijven, multinationals voorop, sloten hun vestigingen en verkasten. Naar Duitsland, het oosten van Frankrijk, richting Oost-Europa. „En toen ging er een knop om in de hoofden van de Nederlanders.” Zoals dat na de stormvloed in 1916 en de watersnoodramp in 1953 ook was gebeurd. Alleen: dit keer werd niet besloten het land extra te beschermen. Nu mocht de zee land terugpakken – wat eeuwenlang een taboe was geweest.

„En de mensen die daar woonden dan?”

„In het oosten van Nederland stampten ze woontorens uit de grond. Er verhuisden er natuurlijk ook veel naar Duitsland.”

„Alsof wíj daarop zaten te wachten.”

De kustlijn verschoof landinwaarts. De duinen verplaatsten zich tot een paar kilometer voor Utrecht. Ze zijn er net overheen gereden.

„Anja, van naast ons, stamt toch af van watervluchtelingen?”, vraagt Berndt. Emma knikt.

Berndt checkt het internationale nieuws. De droogte in China houdt maar aan. De zandprijzen zijn omhoog geschoten.

De navigatie zegt dat ze over tien kilometer op hun bestemming zijn. „Boek jij vast een restaurant?”, vraagt Emma. Berndt vraagt de auto om opties. „Iets met zeevis.”

De Malediven, diezelfde dag

Insef Afef laat zich langs zijn bouwputten rijden, en geniet. Dit is toch echt de mooiste kant van het nieuwste, opgespoten eiland. Dat azuurblauwe water. En in de verte een paar andere opgespoten eilanden. Zo mooi volgebouwd, net als verderop. Zeven zijn het er nu.

Het begon met Hulhumalé, in 2004. Zo verras je de wereld. Patsboem! Het klimaatbureau van de VN had paniekerig geroepen dat de kleine eilandstaten als eerste onder de zeespiegel zouden verdwijnen. Oké, van de oorspronkelijk 1.100 Maledivische eilanden zijn er al zeker duizend weg. Maar hé, we kunnen zelf ook eilanden bouwen. Je hoeft alleen maar heel veel zand op te spuiten. Je verhuist die honderdduizenden sloebers van hun bijna ondergelopen atols naar de nieuwbouw. Klaar.

Insef luistert naar het gedreun van heipalen, het storten van cement. Een gevoel van almacht: hij heeft zich maar mooi opgewerkt van eenvoudig zandhandelaar tot schatrijk vastgoedondernemer. Maar nu eerst die afspraak zo meteen. Wat zullen ze dit keer van hem eisen? Weer opslag? Betere behuizing?

De telefoon, zijn tussenpersoon uit Myanmar: de politie heeft alle zandtransport geblokkeerd. Tegenvaller. En de zandprijzen zijn al zo hoog – het lijkt wel goud. De hele wereld wil zand, overal moeten onderlopende kusten worden beschermd.

Straks z’n mannetje in Ghana bellen. Dan maar iets minder legaal. Daar is nog genoeg te halen. Nu eerst die arbeiders.

Bangladesh, eerder die dag

Aurona rolt de mat op en loopt naar de kar buiten. „Dat was het laatste”, zegt haar moeder. Heel hun huisraad ligt nu op de kar.

Zometeen rijden ze hun spullen naar oom Ayat en tante Mahmuda, bij wie ze voor vier jaar intrekken. Haar vader en broer komen morgen over uit Khulna. Ze werken daar in een steenfabriek. Zij zullen hun houten huis afbreken, en dat ook overbrengen.

Overmorgen wordt hun dijk doorgestoken.

„Ik wil niet weg”, zegt ze.

„Je weet dat het moet”, zegt haar moeder.

Dat is zo. De leraar heeft verteld over het slim doorsteken van dijken. Het gebeurt al sinds, wat was het ook weer, 1960? Eerst als experiment, daarna steeds vaker, op steeds meer plekken. Bangladesh had zichzelf zo gered tegen de stijgende zee. Ze ziet de plaatjes voor zich die de leraar had opgehangen. Van stukjes land met rijst, banaan, lychees. En met aarden dijken eromheen. Eén dijk was doorgestoken. Daar liep het zeewater binnen, over het stukje land. De zee nam ook zand mee, heel veel zand. Zo groeide het stukje land hoger en hoger. Soms wel een meter per jaar. Na een jaar of vier, vijf was het weer hoog genoeg, en werd een nieuwe dijk gebouwd. Daarna was het volgende stukje land aan de beurt.

„Vinden anderen het niet erg dat ze steeds uit hun huis moeten?”, vraagt Aurona.

„Natuurlijk. Maar als we blijven, komt ons huis onder water.”

„Kunnen we niet een huis hoog op palen bouwen?” Zo deden mensen het in India.

Haar moeder glimlacht. „Dat is een goed idee. Ik zal het papa voorstellen.”

„Maar waarom blijven zij dan wel?” Aurona kijkt naar het land waar een man en zijn vrouw de laatste rijst weghalen.

„Dat komt omdat zij geen land hebben. Ze moeten blijven werken. En dan verdienen wij de komende jaren ook geld aan ons land.”

Het echtpaar, dat voor de familie werkt, zal een week nadat de dijk is doorgestoken en het land is ondergelopen, een speciaal soort rijst planten die tegen zout water kan. Een deel houden ze vrij om er garnalen te kweken.

Aurona herinnert zich dat de leraar het over protesten had. Niet iedereen was het eens met het dijkdoorsteken. De regering had het wel verplicht. Maar je kunt mensen toch niet zo maar dwingen steeds te verhuizen? Of juist om te blijven, zoals de landlozen?

„We gaan ook leuke dingen doen”, zegt haar moeder. „Oom Ayat neemt ons mee naar de Sundarbans.” Ja, de mangrove, denkt Aurona. Daar is ze nog nooit geweest. Die hebben ze in honderd jaar tijd veel groter gemaakt. Voor een betere bescherming tegen stormgolven van zee. En ook voor sommige bedreigde dieren. De Bengaalse tijger, de rivierdolfijn.

Dan laten ze het huis achter.

Louisiana, die avond

„Is Baton Rouge veel veranderd sinds u bent verhuisd?”, vraagt de barkeeper.

„Veranderd? Verminkt!”, zegt John Tumble terwijl hij zijn banjo stemt. „Mijn ouderlijk huis is weg. De zee heeft de hele zuidkant van de stad weggevreten. Hoe hebben ze dit kunnen laten gebeuren?”

Nog een uur, dan begint Tumble zijn optreden. Hij heeft de barkeeper net verteld dat hij hier is geboren, 102 jaar geleden. Op Bullrush Drive 34, vlak bij het Blue Bayou Water Park. Op zijn tiende is hij met zijn ouders verhuisd. De zee was toen al aan het oprukken. Ooit lag Baton Rouge honderd kilometer van de zuidkust. Nu ligt het áán de kust. Van het waterpark steekt alleen nog een stuk reuzenrad boven het water uit. Het zuiden van Florida, inclusief Miami, is al eerder ondergelopen.

„Waarom hebben ze het land niet proberen te redden?” vraagt Tumble.

„Wat ik ervan weet: iedereen lag met elkaar overhoop”, zegt de barkeeper. „De milieuactivisten met de zandgravers. De vissers met die toeristenjongens. De federale regering met de lokale overheid.” Mensen trokken weg, ook al omdat olieraffinaderijen en chemische fabrieken werden opgedoekt. „Door die klimaatwet mocht er geen olie meer worden gebruikt.”

Uiteindelijk deed niemand iets. De Mississippi River Delta werd langzaam verzwolgen. Dat was dat. „Het interesseerde niemand”, gromt Tumble terwijl hij een snaar aanslaat. Hij houdt van het melancholische geluid. Hij vraagt zich af met welk nummer hij zijn optreden zo meteen zal beginnen.

De barkeeper zet de tv aan en kiest een nieuwszender. Een groep toeristen is aangevallen door een krokodil.

„Maar waarom hebben ze steden als New Orleans niet ‘opgetild’, zoals in Nederland? Waarom hebben ze die afgedankte olieplatforms in de Golf van Mexico niet afgezonken om er nieuw koraalrif op te laten groeien, zoals Sydney dat voor zijn kust heeft gedaan?” zegt hij. „Daar is een compleet nieuwe barrier reef gecreëerd. En steden als New York en Los Angeles hebben al lang wijken met drijvende huizen.”

„Het is hier ieder voor zich”, antwoordt de barkeeper. „En God interesseert zich niet voor ons.”

Dan weet Tumble met welk nummer hij straks zal beginnen. Swallowed souls. Dat zal de stemming erin brengen.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie Onbehaarde Apen: Moeten we Nederland inleveren aan de zee?
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.

    • Marcel aan de Brugh