Vrij zijn is...een middeleeuwse boerderij opgraven

Vrij en fotograaf laten zien hoe we uit de sleur breken.

Aan de rand van de nieuwbouwwijk Zanderij in Katwijk banjert een groepje van twintig mannen, vrouwen en kinderen over een landje met opschietend onkruid. Zij komen niet voor de huizen in jarendertigstijl die de projectontwikkelaar als ‘Parc Catwijck’ probeert te slijten. Zij komen voor het verleden: voor oude akkertjes en de resten van een Merovingische boerderij.

In 2003 kreeg de afdeling Rijnstreek van de AWN, vereniging van vrijwilligers in de archeologie, deze locatie in het oog voor een opgraving. Bij het graven van proefsleuven in 2010 werd het al gauw duidelijk: hier waren niet alleen sporen te vinden van oude gewassen en landbouwmethoden, maar ook resten van een zeldzame vroeg-middeleeuwse boerderij.

„Toen de werkput was aangelegd zijn we ons rot geschrokken. We vonden plattegronden van maar liefst drie boerderijen.” Gepensioneerd chemisch ingenieur Pierre van Grinsven (76) glimt: „Dit leert ons zo veel over de huizenbouw in de zevende eeuw.” Als de bliksem betrok de club professionele archeologen bij de opgraving en ging intensief fondsen werven.

De Merovingische tijd (450 tot 750 na Christus) is Van Grinsvens lievelingsperiode: „Er zijn nauwelijks geschriften uit die tijd, maar uit opgravingen blijkt dat er relatief veel sociale gelijkheid was. Je vindt nergens één supergrote boerderij, ze zijn ongeveer hetzelfde. Het is pre-feodaal.”

Een tuinstoel in het midden van de werkput is zijn regiestoel. Maar Van Grinsven zit nauwelijks. Met kaartjes en mandjes om vondsten te ordenen loopt hij heen en weer tussen de amateurarcheologen, professionals, studenten en Katwijkers die een handje komen helpen. Jammer om zelf niet mee te graven? Nee hoor, zijn favoriete klus komt nog. Binnen twee jaar moet er een rapport zijn: „Met hulp van de professionals gaan we alle gegevens invoeren en de conclusies uitwerken.”

Overdag ben ik ‘kantoorjuf’ met schone handjes. In mijn vrije tijd ben ik schepkracht en troffelkracht

Angelique Schoonder

Channa Cohen Stuart (46) is een van de ingehuurde archeologen. Als de kinderen de blubber inlopen, zegt ze laconiek: „Goed zo, lekker stampen.” Belangstellenden zijn goed voor het draagvlak en ze vindt altijd wel een klusje. In het weekend was het zo druk dat ze voor de kinderen wat dingetjes in een berg zand had verstopt. Cohen Stuart werkt graag met vrijwilligers. „Je hebt niet alleen extra handen maar ook meer perspectieven. Een timmerman die hier als vrijwilliger werkte, wees ons op dubbele wanden. Daar heeft waarschijnlijk isolatie tussen gezeten.”

Vrijwilliger Angelique Schoonderwoerd (54) komt uit Alkmaar. Met een schep schaaft ze stuifzand van de bodem. Op donkere plekken kan een paal gestaan hebben. „Als we iets vinden, roepen we de archeoloog. Overdag ben ik ‘kantoorjuf’ met schone handjes. In mijn vrije tijd ben ik schepkracht en troffelkracht. Elk jaar doe ik ergens een opgraving. Ik vind het onwijs spannend wat ik tegen kan komen. Zo gauw je wat vindt, heb je tien vragen extra.”

    • Peter de Krom
    • Sanneke van Hassel