Frits Abrahams twintig jaar columnist

Op 12 oktober 1998 schreef Frits Abrahams zijn eerste column in NRC Handelsblad. Vier cadeautjes voor de 20-jarige columnist (72).

Tekening Siegfried Woldhek
  • Rode rozen van Lodewijk Asscher

    Een van onze Amsterdamse leden heeft vaak geklaagd over haar schrijvende man. Zij vertelde over zijn laatdunkende houding over De Partij. Hij zou zijn krantenrubriek hebben aangegrepen om haar liefde voor de partij in een kwaad daglicht te plaatsen. Maar mevrouw Abrahams, want over haar echtgenoot gaat het – heeft nooit versaagd.

    Natuurlijk waren er soms zorgen over de partij. Intern gedoe, een enkele kleine tegenvaller bij verkiezingen – maar zij heeft zich nooit van het rode pad laten afbrengen. Sterker nog, bij onze ledenavonden vertelde ze vaak meewarig over het kwijnende bestaan van zijn krant, NRC Handelsblad. „Het lijkt alsof die krant implodeert” , zei ze dan. „Ik had kunnen zeggen dat de krant instort, maar ik vind imploderen een dramatischer woord.”

    Het vinnige commentaar van mevrouw Abrahams op ledenbijeenkomsten maakt dat ik de stukjes van haar Frits erna altijd met een vrolijke glimlach lees. Namens De Partij wil ik het echtpaar graag bedanken met – hoe kan het ook anders – twintig rode rozen.

    Lodewijk Asscher, fractievoorzitter PvdA

  • Katjesdrop van Midas Dekkers

    Een leeuw is te groot. En die brult. Comprimeer hem. Tot je een poes hebt. Die spint. Let op dat er geen sappen verloren gaan. Als je het goed doet, zit er nog volop kattigheid in het eindresultaat, evenveel als in de leeuw, maar dan geconcentreerder. Een poes is als een pottertje: verrassend veel smaak in een klein dropje. Is een hond een pul bier die je achterover slaat, een poes is een borreltje, tot hoge graad gedestilleerd, om aan te nippen.

    Is de poes klaar, dan kan het beginnen. Van os maak je worst en van kip een nugget, maar van poes maak je een stukje. Neem een voorbeeld aan Frits Abrahams. Die weet hoe nauw het luistert. Poezencolumns zijn algauw te sterk of te flauw, poezenfilmpjes zijn berucht. Nee, dan Frits z’n kattenstukjes. De poes niet te groot of te klein, het verhaal met anderhalf poezenpootje en een toefje snor op smaak gebracht. Lees maar: poes past precies.

    Midas Dekkers, bioloog en schrijver

  • Een tekening van Siegfried Woldhek

    Wie
    Frits Abrahams, columnist NRC

    Waarom
    Omdat Abrahams al 20 jaar zorgvuldig en gedetailleerd verslag doet aan de NRC-lezers van schimmige oorden, tv, kunst, politiek, sport en de straat. En natuurlijk van het samenleven met mevrouw Abrahams.

    Hoe
    Alleen de kop afbeelden zou niet genoeg zijn in dit geval; iets van de rijzige gestalte hoort erbij. Door de simpele kleurstelling versmelt Abrahams enigszins met zijn omgeving, en is het ook mogelijk details te accentueren met een afwijkende kleur.

    Siegfried Woldhek, tekent voor NRC

  • Ellen Deckwitz geeft een gedicht

    Goedertieren dag

    Mij lijkt vandaag een goedertieren dag
    zijn vredigste uithoeken voor te behouden:
    zijn grazigste weiden mag ik aanschouwen

    vanuit de trein, een einder met zadeldaktoren,
    de mens en zijn vee, het rode gevlinder
    van de aardaker boven het gras.

    De bloedbesmeurde pauw van al zijn andere
    godvergeten feiten houdt zich vooralsnog
    gedeisd en opgevouwen in mijn tas.

    Erik Menkveld, Verzameld werk, Van Oorschot, 2015

    We weten natuurlijk allemaal dat wanneer Frits Abrahams een ‘goedertieren dag’ beleeft, zoals hierboven door Erik Menkveld in de eerste twee strofes zo mooi wordt geschetst, hij altijd wel het rafelrandje erin weet te vinden. Een lipje dat je los kan pielen waardoor het hele etiket er in één keer af wordt gerukt en alles wat daaronder rustte bloot komt te liggen. Zijn woorden vormen de slagpennen van het nieuws, die prachtige bloedbesmeurde pauw vol feiten. Abrahams’ woorden bieden daar een nieuw luchtruim.

    Ellen Deckwitz, NRC-columnist en dichter