Vertrekt Unilever nu helemaal uit Nederland?

Vier routes voor Unilever Nu Unilever onder druk van aandeelhouders niet naar Nederland komt, moet het iets anders verzinnen. Wat zijn de opties?

Het logo van Unilever op het hoofdkantoor in Londen. Foto Reuters/Hannah Mckay

Een ding is duidelijk: Unilevers keuze voor Nederland is van de baan. Maar nog steeds wil het Brits-Nederlandse bedrijf af van zijn dubbele nationaliteit. Dat betekent dat Unilever alsnog moet kiezen voor één land – nu is het nog zowel een Nederlandse nv als Britse plc.

Deze keuze is sinds het debacle vorige week nog gevoeliger geworden dan die al was. Onder druk van aandeelhouders trok Unilever het plan om een Nederlands bedrijf te worden in – een gênante uitkomst voor Nederlandse politici, premier Mark Rutte voorop, die juist alles uit de kast hadden gehaald om Unilever naar Nederland te halen.

Desondanks wil Unilever (54 miljard euro omzet, 161.000 werknemers) deze keuze niet uit de weg gaan. Simplificatie – en dus het opheffen van de dubbele nationaliteit – is beter voor Unilever, zei president-commissaris Marijn Dekkers vorige week vrijdag in een verklaring. De bedrijfstop is zich nu aan het „beraden” hoe. Welke mogelijkheden hebben ze?

  1. De RELX-route

    Het is, eerder dit jaar, nagenoeg geruisloos voorbijgegaan: de keuze voor het Verenigd Koninkrijk door RELX, de uitgever die tot 2015 Reed Elsevier heette. RELX was 25 jaar een Nederlands-Brits bedrijf en was net als Unilever zowel een Nederlandse nv als een Britse plc. Het hoofdkantoor stond al in Londen. Afgelopen september hield ook de nv op te bestaan.

    RELX deed precies wat Unilever van plan was, maar dan in spiegelbeeld. Beleggers kwamen echter niet in opstand.

    Lees ook dit interview over RELX’ keuze voor het Verenigd Koninkrjk: ‘De wetenschappelijke tak blijft gewoon in Nederland’

    Nu Nederland het niet gaat worden ligt het Verenigd Koninkrijk ook voor Unilever voor de hand. Dan kan het bedrijf gewoon in de FTSE 100 blijven, de index van grootste Britse beursfondsen. Daarmee is het grootste bezwaar weggenomen dat aandeelhouders hadden tegen het opheffen van de dubbele nationaliteit. Bij vertrek naar Nederland was Unilever uit de FTSE 100 gevallen, waardoor sommige grote Britse aandeelhouders hun aandelen Unilever zouden moeten verkopen.

    Unilever is ook onderdeel van de belangrijkste Nederlandse beursindex: de Amsterdamse AEX. Dat levert echter geen probleem op. Sowieso is de AEX veel minder belangrijk dan de FTSE 100. Maar zelfs als beleggers er wel waarde aan hechten, is er niets aan de hand. Ook na vertrek uit Nederland zou Unilever gewoon in de AEX kunnen blijven – RELX zit er ook nog in. Beursbedrijf Euronext bepaalt welke 25 bedrijven in de AEX mogen en is minder streng dan de samensteller van de FTSE 100. Een AEX-bedrijf hoeft geen Nederlandse nv te zijn, zegt een woordvoerder van Euronext, en ook geen Nederlands hoofdkantoor te hebben.

    Wellicht zijn er toch Nederlandse aandeelhouders in Unilever nv die niet willen dat het aandeel wordt opgeheven. „Je moet nog maar zien hoe dat zou vallen”, zegt directeur Paul Koster van beleggersvereniging VEB. Maar aandeelhouders in de nv zijn minder machtig. Slechts 50 procent hoeft in te stemmen als de Unilever-top uit Nederland zou willen vertrekken. Maar liefst 75 procent van de aandeelhouders in de Britse plc moest instemmen met het vertrek uit het Verenigd Koninkrijk. Bijkomend voordeel: als Unilever een plc wordt met een hoofdkantoor in Londen, hoeven beleggers niet bang te zijn voor de dividendbelasting. Het Verenigd Koninkrijk kent deze belasting niet.

  2. De Shell-route

    Na Unilevers reorganisatieplannen werd door een deel van de Britse aandeelhouders al snel gemopperd: waarom niet Shell achterna? Het Brits-Nederlandse oliebedrijf wilde in 2004 ook van zijn duale structuur af. Shell besloot een Brits bedrijf te worden, maar wel met een hoofdkantoor in Den Haag.

    Lees ook: Hoe Unilever het verzet van Britse aandeelhouders onderschatte

    De Shell-route is wat vriendelijker voor Nederland, een minder grote afgang dan een volledig Britse keuze. „Het Unilever-verhaal is zwaar gepolitiseerd”, zegt Tim Stevens, ondernemingsrechtadvocaat bij Allen & Overy. „Allebei de landen zullen er hard aan trekken.” Een Rotterdams hoofdkantoor zou „een schikking” kunnen zijn. De Britten het aandeel, de Nederlanders het hoofdkantoor. Erkenning voor het befaamde vestigingsklimaat, waar Rutte graag over spreekt. De reorganisatie van Shell, net als Unilever een iconisch Nederlands bedrijf, leverde in elk geval weinig problemen op. Het bedrijf heeft zijn nieuwe structuur in 2005 „zonder al te veel commotie” doorgevoerd, zegt Koster van de VEB.

    Voordeel van deze route: aandeelhouders zullen niet meer bezorgd zijn dat Unilever te goed beschermd is tegen een ongewilde overname. In Nederland zijn, anders dan in het Verenigd Koninkrijk, tal van beschermingsmaatregelen mogelijk. Beleggers gruwen daarvan. Met de keuze voor Nederland had de Unilever-top de verdenking op zich geladen dat het ze om die bescherming te doen was.

  3. De verrassingsroute

    Een keuze voor het Verenigd Koninkrijk zou Nederlandse politici, die zo hard hun best hebben gedaan voor Unilever, zwaar teleurstellen. En wellicht ook de Nederlandse consument, die de maker van nationaal erfgoed als Calvé Pindakaas ziet vertrekken. Nu zal dit zeker niet de doorslag geven, maar met een totaal andere, creatieve keuze zou Unilever Nederland teleurstelling kunnen besparen – toch mooi meegenomen.

    De Britse zakenkrant Financial Times schrijft dat Unilever ook heeft onderzocht of het naar een heel ander land kon. De Verenigde Staten bijvoorbeeld, of ergens in Azië, gezien Unilevers grote aanwezigheid in opkomende markten. Door de diepe wortels in Nederland en het VK - Unilever ontstond in 1929 na een fusie van de Nederlandse Margarine Unie en de Britse zeepproducent Lever Brothers - was dat eerder geen optie. Wie weet weegt die historie nu minder zwaar.

  4. De opsplitsroute

    Een andere creatieve uitkomst: Unilever in tweeën splitsen. Een logische verdeling is er al. „De food-divisie zit in Nederland, de personal care-divisie zit in het Verenigd Koninkrijk”, zegt directeur Rients Abma van Eumedion, de belangenclub van institutionele beleggers. „Er zijn altijd aandeelhouders die hierop aandringen.” Een bedrijf opsplitsen kan aandeelhouders geld opleveren, maar bestuurders willen hun bedrijf doorgaans liever heel houden.

    Wat het bestuur van Unilever ook besluit, ze zullen deze keer meer rekening moeten houden met de wensen van hun aandeelhouders, zegt Abma. „Je kunt het als bestuur wel allemaal uitdokteren met de politiek, maar uiteindelijk gaan de aandeelhouders erover.” Dat is nu wel gebleken.

Correctie (11 oktober 2018): Dat het Verenigd Koninkrijk geen dividendbelasting kent, stond per abuis onder de Shell-route. Dat is hierboven verbeterd.

    • Teri van der Heijden
    • Geertje Tuenter