Volleybalsters vastberaden door naar de laatste zes op WK

WK volleybal

Nederland zit bij de laatste zes van het WK volleybal. Het is een stabiel team met medaillekansen. „We raken niet meer de kluts kwijt.”

De Nederlandse volleybalsters vieren een punt in het gewonnen duel tegen Servië in Nagoya. Foto KIYOSHI OTA/EPA

Een goed gevoel is in sport bepaald geen garantie voor een mooi resultaat. Maar toch, als Joop Alberda zich met vertrouwen uitspreekt over het Nederlands vrouwenvolleybalteam op het WK in Japan, zou er weleens een bovengemiddelde medaillekans kunnen zijn. En die is reëel nadat Nederland zich donderdag, met een overtuigende 3-0 overwinning op Europees kampioen Servië, plaatste voor de zogeheten final six.

Alberda is in het volleybal een man van statuur sinds hij het Nederlands mannenteam in 1996 op de Spelen van Atlanta naar de olympische titel coachte. Niet volgens alle spelers van het destijds gouden team dé architect van dat grote succes, maar Alberda kent en herkent zeker de mores van het internationale toernooivolleybal. Zonder in detail te treden – dat wil hij niet – zegt de oud-coach telefonisch vanuit Japan: „Ik zie veel parallellen met het team dat in 1996 olympisch goud won.”

Een hoog verwachtingspatroon dus. Maar Alberda weet waarover hij praat, als ervaringsdeskundige en als technisch directeur (ad interim) van de Nederlandse volleybalbond, die in Japan dichtbij het team staat. De geboren Fries herkent de honger naar succes, de vastberadenheid om voor het eerst een medaille op een WK te winnen. Een gevoel dat aanvoerster Maret Balkestein-Grothues onderstreept. Vastberaden: „Nu begint het toernooi pas echt. Mooi die final six, maar we hebben nog nada, niks. We willen een medaille, niets anders.”

Een pijnlijk litteken

De bravoure is terug bij de Nederlandse speelsters, die een dag eerder nog versuft waren door de 3-2 nederlaag tegen Brazilië, het eerste verlies op dit WK. Twijfel stak de kop op, mede doordat calculaties hen leerde dat een 3-0 nederlaag tegen Servië uitschakeling zou betekenen. Nee hè, niet weer een medaille missen. De vierde plaats op de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro voelt nog voortdurend als een pijnlijk litteken.

Lees ook: Op cruciale momenten lukt ’t net niet voor de volleybalsters

Servië trof een grimmig Nederland, dat zich vervolgens opvallend eenvoudig naar een 3-0 zege hamerde. Was Nederland nu zo goed of Servië zo slecht? Vooral dat laatste. De ploeg versloeg Nederland een jaar terug nog in de EK-finale in Azerbajdzjan en won glansrijk de eerste zeven wedstrijden op dit WK. Sterspeelster Tijana Boskovic kreeg rust, terwijl de speelsters die wel op het veld stonden verre van hongerig waren. Of dat kwam vanwege hun reeds verzekerde plaatsing voor de laatste zes of uit strategische overweging werd niet duidelijk, maar diagonaalspeelster Lonneke Slöetjes ervoer dat de Servische tegenstanders „niet echt aan het vechten waren”.

De productielijn van Selinger

Ongeacht het eindresultaat van Nederland in Japan, zijn het mooie tijden voor het Nederlands volleybal. De mannen verrasten onlangs als nummer 25 van de wereld met een achtste plaats op het WK en de vrouwen zijn volop in de race voor wie weet de wereldtitel. Prachtig allemaal, maar een revival wil Alberda het niet noemen. Zijn analyse: „De mannen verbaasden ons zeer, maar de vrouwen staan al een aantal jaren aan de top. De vader van dat succes? Dan wil ik teruggaan naar bondscoach Avital Selinger. Uit zijn productielijn is dit team ontstaan, waarna het is uitgebouwd door Giovanni Guidetti en bestendigd door de huidige bondscoach Jamie Morrison.”

Opvallende overeenkomst: de succescoaches komen uit het buitenland. Logisch, vindt Alberda, omdat er in Nederland amper professionele coaches werkzaam zijn. De tijdelijke technisch directeur: „Je zoekt coaches die gewend zijn aan de top te werken. Dan kom je uit bij buitenlanders. Maar ik ga ermee aan de slag, wil een opleiding voor Nederlandse coaches opzetten.”

Gegroeid in weerbaarheid

Die zorgen zijn aan Balkestein-Grothues even niet besteed. Zij hunkert naar het WK-podium. Vanuit Japan trilt de telefoonlijn zowat van onverzettelijkheid. En van trots op een ploeg die volwassen is geworden. De aanvoerster prijst vooral de stabiliteit van Nederland. „Voorheen kwamen we inzinkingen niet te boven. Moet je nu zien. Een achterstand van acht punten, zoals tegen Japan en Brazilië, werken we weg. Eerder raakten we in zo’n situatie helemaal de kluts kwijt. Die paniek ontstaat niet meer. We redeneren: oké, we staan achter, maar nu een stapje extra en we knokken terug. Man, we zijn ontzettend gegroeid in weerbaarheid.”

Nu Nederland vanaf zondag met Italië, China, Verenigde Staten, Servië en Japan om de wereldtitel gaat strijden, moet blijken hoezeer het team gerijpt is. Er zijn twee vraagtekens: wreekt zich de absentie van de geblesseerde hoofdblokkeerster Robin de Kruijf en zorgt de felle concurrentiestrijd tussen good-old spelverdeelster Laura Dijkema en nieuwkomer Britt Bongaerts voor instabiliteit? Vooralsnog niet, maar de ware test volgt de komende week.

    • Henk Stouwdam