Opinie

Studentenbonden zijn te afhankelijk van het ministerie

Onderwijsblog Is het wel goed dat de overheid de vakbonden financiert, vraagt Geertje Hulzebos zich af.

ANP Koen van Weel

De Landelijke Studentenvakbond (LSVb) is voortgekomen uit de studentprotestbewegingen van de vorige eeuw en behartigt de belangen van studerend Nederland. Ik heb drie maanden voorzitter mogen zijn van het LSVb-bestuur, maar ik ben opgestapt toen het mij onmogelijk werd gemaakt het dogmatisch bestuursfetisjisme te doorbreken en het activisme te doen herleven.

Lees ook: Bezetten? De meeste studenten laat het koud

Als student aan de Universiteit van Amsterdam ben ik actief in verschillende studentbewegingen en protesten. Ik wilde dat studenten zich weer konden herkennen in de LSVb, namelijk een vakbond die met zijn studenten de straat op gaat om hun gezamenlijke idealen in daden uit te drukken. Toen ik eenmaal was aangesteld als voorzitter bleken mijn ambities onmogelijk te verwezenlijken. Ik liep aan tegen een grote onwil, vertaald in bureaucratische procedures, die de roep om protest illegitiem maakte en het actievoeren de kop in drukte.

Maar ik meen dat mijn ervaring geen geval op zichzelf is, maar symptoom van een ziekte die door de gremia van de studentenorganisaties woedt. Dat fundamentele probleem is mijns inziens dat deze organisaties door – in dit geval – OCW in het leven geroepen worden om huidig beleid te legitimeren, gepaard gaande met een baantjesfabriek waarin niet het collectief maar individueel eigen belang vooropstaat. De afhankelijkheid is zowel financieel als professioneel.

Legitimeren

Op het eerste gezicht lijkt het idee dat de vakbond in het leven is geroepen om het OCW-beleid te legitimeren met zichzelf in tegenspraak. De vakbond komt immers op voor de belangen van studenten, die vaak haaks op die van het ministerie staan, zou je zeggen. Dit is niet het geval en dat komt onder meer doordat OCW zo’n grote vinger in de pap heeft dat het de vraag opwerpt wiens belang de vakbond nu eigenlijk vertegenwoordigt. Echte kritiek is onmogelijk als de banden met degene waarop je kritiek moet uiten zo groot zijn. Studentorganisaties worden zo spreekbuis van de technocraten uit Den Haag, terwijl de werkelijke stem van de student monddood wordt gemaakt. Zo betaalt OCW de beurzen van het LSVb-bestuur en is verantwoordelijk voor de inkomsten van de LSVb.

Niet alleen is er sprake van een financiële afhankelijkheid, ook is er sprake van een – voor sommigen – professionele afhankelijkheid. Veel studentbestuurders willen uiteindelijk een stage doen op het ministerie, een traineeship lopen of een andere prestigieuze functie bekleden. Dat is op zich niet problematisch. Wel problematisch is het idee dat je je carrière op het spel zet als je je te veel uitlaat jegens deze instituties, terwijl je daarvoor juist bent aangesteld.

Hierdoor wordt de greep van de geïnstitutionaliseerde macht vergroot en wordt de werkelijke studentenstem weer het zwijgen opgelegd. Het kritisch geluid van de LSVb is nu slechts een ludiek geluid dat met veel beleefdheid gepaard gaat, die de ambtenaren als muziek in de oren klinkt en waar ze om lachen bij de borrel. En de LSVb, ja, die lacht net zo hard met hen mee.

In mijn ambitie om een radicale koerswijziging te bewerkstelligen, het doorbreken van de baantjesfabriek en het boven de grond trekken van de activistische LSVb-wortels ben ik teleurgesteld. Sterker nog: het is mij onmogelijk gemaakt. Ik maak mij nog steeds hard voor het onrecht in het onderwijs, dit keer weer op straat: om protest te voeren en in actie te komen tegen de bezuinigingen, tegen de werkdruk, tegen het steeds groter wordende elitaire karakter van de universiteit waarin de onderdrukte klasse meer en meer uitgesloten wordt. We moeten niet vervallen in nihilisme, eerder het tegenovergestelde: met een messianistische gedrevenheid het rechtse beleid bevechten, als David tegen Goliath.

Contributie

Contributie van individuele leden zou een oplossing kunnen zijn voor de financiële afhankelijkheid van de institutionele macht. Het probleem is echter dat vakbonden weinig leden hebben, wat op zichzelf de legitimiteit ter discussie stelt. Vakbonden zouden dan ook te weinig inkomsten genereren om levensvatbaar te zijn. Studenten zouden ook automatisch lid kunnen worden van de vakbond op het moment dat zij een studie starten, zodat er 1) voldoende leden zijn; 2) de kosten voor het individu beperkt blijven; en 3) de vakbond zichzelf kan bedruipen.

Hoewel deze argumentatie opgaat voor lokale bonden met individuele leden, geldt voor de LSVb dat hij geen individuele leden heeft als achterban, maar de lokale bonden. Het idee van contributie biedt daarmee voor de LSVb geen oplossing om de financiële banden met OCW los te snijden. Hier wordt de vraag opgeworpen of er niet een fundamentele organisatiewijziging vereist is om het vakbondswezen weer terug te brengen naar waar het vandaan is gekomen, namelijk het in verzet komen tegen het overheidsbeleid in plaats van het te legitimeren.

Geertje Hulzebos studeert filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en trad vorige maand af als voorzitter van de LSVb.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.