Soldaten toch warm in Noorwegen

NAVO-oefening

Vrijdag vertrekken 2.000 Nederlandse soldaten naar Noorwegen. Na gedoe met hun winteruitrusting is die alsnog centraal ingekocht.

Handelaar Jan Noorloos zegt dat militairen vaak op eigen kosten kleding aanschaffen. „Bestseller zijn onze baretten, die zijn lichter dan die van Defensie.” Foto Merlin Daleman

De soldatenjas in het kledingrek voelt dik en zacht als een slaapzak. Dons? „Nee, de vulling is niet van donsveren, maar van nylon vezels. Dons is voor chique buitensporters, niet voor militairen”, zegt Jan Noorloos, eigenaar van de – vrijwel – gelijknamige handel in militaire uitrusting in het Brabantse Kaatsheuvel. „Als dons vochtig wordt, gaat het klonteren en houdt de winterjas je niet goed meer warm.”

Warme soldatenkleding is uitgegroeid tot een heet onderwerp in de politiek. Woensdag vertrekken zo’n 2.200 Nederlandse soldaten voor een zeer grote NAVO-oefening in Noorwegen, waar het min 20 kan worden. Maar daarvoor moesten nogal wat soldaten zelf wanten en jassen kopen, zo onthulde de De Telegraaf onlangs, doordat de ‘koudeweeruitrusting’ te laat is besteld. Inmiddels is het ministerie van Defensie alsnog centraal winterkleding gaan inkopen en verspreiden, schreef staatssecretaris Barbara Visser (Defensie, VVD) maandag aan de Tweede Kamer.

Defensie kiest voor goedkope namaakversies

Jan Noorloos verkoper uitrustingen

„Ik ben trots op haar”, zegt Kamerlid Chris Stoffer (SGP), die Visser eerder tot actie maande: „Ze heeft laten zien snel en flexibel een probleem op te kunnen lossen.” Noorloos is minder onder de indruk: „Eigenlijk wordt er drie keer belastinggeld uitgegeven.” Namelijk eerst bij de oorspronkelijke bestelling van de uitrusting, die niet op tijd kon worden geleverd, vervolgens bij de noodmaatregel waarbij soldaten zelf voor 1.000 euro per persoon spullen mochten kopen en uiteindelijk bij de inkoop door Visser.

Aan Noorloos, wiens gespierde bovenlichaam in een strak t-shirt verraadt dat hij 13 jaar bij het Korps Mariniers zat, gaan deze kledingacties niet onopgemerkt voorbij. „Vorige week kwam Defensie ineens bij mij offertes opvragen voor de levering van winteruitrustingen, net als bij collega’s”, vertelt Noorloos, die doorgaans alleen kleinere leveringen doet aan bijvoorbeeld kazernes. Eerder bestelden individuele militairen al winterkleding bij hem. Vandaag, woensdag, komen veel bestelde spullen binnen; ze worden straks meteen verzonden.

Aanbestedingsprocedure

Hoe de problemen zijn ontstaan, blijft onduidelijk. Welwillende waarnemers zoals Kamerlid Stoffer wijzen op het feit dat je alle orders boven de 120.000 euro moet aanbesteden: „Aanbestedingsprocedures zijn tijdrovend en bijzonder ingewikkeld.”

Dat klopt, zegt advocaat Joost Fanoy, die tientallen rechtszaken over aanbestedingsprocedures voerde – onder meer tegen Defensie: „Maar als je zaken zorgvuldig opschrijft in de aanbestedingsstukken, is er veel mogelijk. „Maar cruciaal is dat je op tijd begint en daar gaat het vaak mis.”

Daar is het misgegaan bij Defensie. Niet bij de eenheid die aan de oefening meedoet, zegt Noorloos, die nog altijd veel contacten in de krijgsmacht heeft: „Die eenheid is ruim op tijd begonnen met de voorbereiding. Maar vervolgens is de aanvraag voor kleding veel te lang ergens op een bureau blijven liggen.” Rob Bauer, commandant der strijdkrachten, bevestigde dit donderdag impliciet op een persbriefing: „Er zijn goede acties ondernomen, maar daar is niet altijd goed over gecommuniceerd, zodat niet iedereen op de hoogte was.”

Om dit soort problemen voortaan te voorkomen komt er een ‘interventieteam’, meldde Visser maandag. Dat team heeft sinds donderdag een meldpunt geopend voor vragen en klachten over uitrusting en huisvesting en handelt die ook af.

Lees ook: Defensie opent meldpunt voor misstanden personeel

De kwaliteit van de uitrusting is al jaren matig, vindt Noorloos. „Bij aanbestedingen wordt gekozen voor goedkope namaakversies van bijvoorbeeld merkjassen. Die zijn minder goed dan het origineel; de vulling begint soms na twee maanden te zakken”, zegt Noorloos. „Militairen pleuren die vaak zo in de kast en kopen hier de originele jas.” Bauer erkent dat „we in het verleden niet de goede spullen in huis hadden”, maar zegt nu: „Dat is niet meer aan de orde.”

Toch kopen soldaten nog steeds schoenen, brillen en vesten voor eigen rekening, zegt Noorloos. „Bestseller zijn de baretten, die bijna altijd zijn uitverkocht. Zoals de timmerman zelf zijn gereedschap koopt, zo koopt de Nederlandse militair vaak zijn eigen uitrusting.” Dat vindt Bauer „ niet gewenst”. Hij wijst erop dat het Nederlandse leger bijvoorbeeld goede en dure schoenen heeft, maar sommigen toch andere willen. „Daarom willen we komen tot een aanbod van vier vijf soorten schoenen waaruit mensen kunnen kiezen. Of iedereen een budget geven voor zaken als slaapzakken en schoenen. Maar dat is niet morgen geregeld.”

    • Karel Berkhout