Is de Rosmalense flatmoord toch geen moord?

Flatmoord Rosmalen Was de Rosmalense flatmoord in 2000 toch zelfdoding? En zijn er fouten gemaakt in het onderzoek? De advocaat van de veroordeelde wil de zaak laten heropenen.

De flat in Rosmalen waar de 37-jarige Regie van den Hoogen op 10 april 2000 dood werd aangetroffen.

Het lichaam van Regie van den Hoogen ligt in een plas bloed, in een halletje in een Rosmalense flat. Haar hals is opengesneden, onder haar arm ligt een mes. Met het mes is een fatale snee van 16 centimeter gemaakt in de hals van de vrouw. Regie van den Hoogen overlijdt op 10 april 2000 in haar flat op de derde etage in de wijk Hintham. Ze wordt 37 jaar.

Een andere bewoner heeft 112 gebeld. Het is Rob B., hij heeft een relatie met Regie van den Hoogen. Rob B. is die ochtend gaan fietsen, zo vertelt hij later aan de politie. Als hij thuiskomt, vindt hij zijn vriendin dood in het halletje. Volgens Rob B. zou ze haar eigen hals hebben doorgesneden.

Maar de politie denkt daar anders over. B. wordt opgepakt, vrijgelaten, maar uiteindelijk weer gearresteerd. In 2004 wordt hij veroordeeld door de rechtbank, in 2007 door het gerechtshof en in 2008 wordt zijn cassatieverzoek verworpen. Rob B. is definitief veroordeeld voor doodslag op zijn vriendin. Hij hoeft niet de gevangenis in, omdat hij lijdt aan een schizofrene stoornis, die zich uit in grootheidswaan. Zijn vriendin Regie was psychotisch. Rob B. wordt veroordeeld tot tbs met dwangverpleging. Zijn tbs is vorig jaar afgebouwd, maar hij verblijft nog steeds in een kliniek.

Lees ook: Herziening strafzaak is heel lastig af te dwingen

Twee scenario’s

De veroordeling van Rob B. is mede gebaseerd op de aanname dat een vrouw van die leeftijd niet zelf haar keel doorsnijdt. Maar, zo adviseert de Adviescommissie Afgesloten Strafzaken (ACAS) deze zomer, die conclusie houdt niet zonder meer stand. En er zijn nieuwe ontwikkelingen in de zaak die kunnen wijzen op een zelfmoordscenario.

Diederik Aben, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, dient deze vrijdagochtend bij de Hoge Raad een verzoek in om de veroordeling van Rob B. uit 2007 te herzien. Daarmee is de kans groot dat de zaak wordt heropend. Achttien jaar na de dood van Regie van den Hoogen zal volgens advocaat Pieter van der Kruijs duidelijk worden dat Rob B. daar onterecht voor veroordeeld is. „Er zijn zoveel onbegrijpelijke fouten gemaakt in deze zaak. De veroordeling van Rob is onrechtvaardig en onrechtstatelijk tot stand gekomen.”

Bij de vraag wat er gebeurd kan zijn in de flat in Rosmalen, liggen twee scenario’s het meest voor de hand. Of Rob B. heeft de keel van zijn vriendin doorgesneden, en is dus terecht veroordeeld. Of er is sprake van zelfmoord, waarbij Regie van den Hoogen zichzelf met een flinke snijbeweging van het leven heeft beroofd. Een derde dader is onwaarschijnlijk: bij de flat zijn geen braaksporen gevonden en de deur zat nog op slot toen Rob B. weer thuiskwam.

‘Ik ben God’

Hoe waarschijnlijk is het dat een vrouw haar eigen hals doorsnijdt? Met die vraag in het achterhoofd richt het onderzoek zich al snel op Rob B. Toch wordt hij in 2000 vrijgelaten. Pas veertien maanden later zit hij weer tegenover rechercheurs. „Ik ben God”, zegt Rob in dat verhoor. Hij vindt dat de agenten God niet zo onder druk mogen zetten.

Maar B. wordt niet opnieuw opgepakt. Dat gebeurt pas na twee belangrijke rapporten van deskundigen, een van sporenonderzoeker Richard Eikelenboom en een van forensisch geneeskundige Selma Schieveld. Dit duo runt inmiddels samen het laboratorium Independent Forensic Services (IFS).

Schieveld stelt eind 2003 een rapport op, waaruit blijkt dat het onwaarschijnlijk is dat Regie zelfmoord heeft gepleegd. Zo zou de snee van links naar rechts zijn gemaakt, en omdat het slachtoffer rechts was, zou dat volgens Schieveld een onhandige stand en beweging van de arm vereisen.

De bloedsporen worden onder de loep genomen door sporenonderzoeker Richard Eikelenboom. Eikelenboom is in 2000 namens het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) aanwezig op de plaats delict in de flat in Rosmalen. Ook is hij bij een experiment met een etalagepop, in een garage.

Tijdens dat experiment plaatsen de rechercheurs schuimrubber met bloed op de hals van de pop en snijden ze dat op verschillende manieren door. Hun conclusie is dat de meest voor de hand liggende mogelijkheid is dat „een ander dan het slachtoffer het mes in zijn/haar rechterhand had gehouden” en vervolgens de hals van Van den Hoogen heeft doorgesneden.

Een paar jaar na het experiment buigt Eikelenboom zich als deskundige over de zaak. Hij komt in 2003 met een rapport over de bloedsporen, onder meer op de kleren van Rob B. Er worden bloedspatten op zijn broekspijp gevonden en op zijn schoenen. Volgens Eikelenboom wijzen die sporen meer in de richting van een misdrijf dan van zelfmoord.

Slagaderlijke bloeding

Volgens advocaat Pieter van der Kruijs is het „discutabel” dat Eikelenboom een rapport maakt, omdat hij op de plaats delict is geweest en betrokken was bij de experimenten in de garage. „Dan wek je op zijn minst de schijn bevooroordeeld te zijn.”

Eikelenboom zegt dat hij en Schieveld „nog steeds achter de conclusies in de rapporten” staan. De rapportage van Schieveld is volgens hem voorgelegd aan een groep „toppathologen” in het Verenigd Koninkrijk, die het eens waren met haar bevindingen. Eikelenboom zegt ernaar uit te zien dat de zaak wordt heropend, zodat hij zijn conclusies kan verdedigen.

Op de kleren van Rob B. worden weinig bloedsporen gevonden. Op zijn fiets, waar B. meteen op zou zijn gestapt, wordt niets aangetroffen. In 2000 beoordeelt ook patholoog Rolf Torenbeek de bloedsporen. Hij denkt aan een slagaderlijke bloeding en concludeert dat „mag worden aangenomen dat een dader (veel) bloed op de kleding heeft gekregen”. Maar die opmerkingen halen zijn definitieve sectierapport niet, zo achterhaalt de advocaat van Rob B. tijdens een verhoor bij de rechter-commissaris.

Officier van justitie Neeltje Geldermans zou patholoog Torenbeek hebben opgebeld en hebben gevraagd om de opmerkingen over de bloedsporen te verwijderen. Pieter van der Kruijs vindt dat „ongehoord”. „Zoiets heb ik in de veertig jaar dat ik in dit vak zit nooit meegemaakt. Dit soort verzoeken moeten op de zitting kenbaar gemaakt worden.”

Torenbeek wil er desgevraagd niet op reageren. Volgens het OM zijn de opmerkingen van de patholoog uiteindelijk bij zowel de rechtbank als het Gerechtshof aan de orde geweest, en dus onderdeel geweest van het strafdossier.

De rapporten van Richard Eikelenboom en Selma Schieveld wijzen in de richting van het scenario van een dader. Tijdens de rechtsgang vormden de onderzoeken van het duo een belangrijk fundament onder de veroordeling. Mede op basis van de rapporten ,,is het niet waarschijnlijk dat […] Van den Hoogen de snede in haar hals zelf heeft toegebracht”, staat in de uitspraak.

De uitspraak raakt advocaat Pieter van der Kruijs persoonlijk. Zijn vertrouwen in de rechterlijke macht loopt een deuk op. Van der Kruijs benadert in 2015 het Project Gerede Twijfel van de Vrije Universiteit, waarbij studenten oude rechtszaken onderzoeken. Hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen, die het project leidt, concludeert dat Rob B. op basis van dit bewijsmateriaal nooit veroordeeld had mogen worden. Van Koppen vindt het experiment in de garage „kleuterspel”. Volgens hem is er geen enkele reden om aan te nemen dat het naspelen lijkt op dat wat er daadwerkelijk gebeurd kan zijn.

Lees ook: Meestal geeft de ACAS negatief advies

Onvoldoende specifiek

In 2016, na de publicatie van het onderzoek door het Project Gerede Twijfel, dient advocaat Van der Kruijs de zaak in bij de Adviescomissie Afgesloten Strafzaken (ACAS). Twee deskundigen wordt gevraagd de rapporten van Schieveld en Eikelenboom onder de loep te nemen.

Forensisch patholoog Vidija Soerdjbalie-Maikoe van het NFI buigt zich over het rapport van forensisch geneeskundige Schieveld. Zij komt tot de conclusie dat de letselkenmerken suggereren dat het letsel in een relatief ononderbroken beweging gemaakt is. Maar de verwondingen zijn onvoldoende specifiek om een uitspraak te doen over de snijrichting. En: de snede kan zowel door het slachtoffer zelf als door een ander zijn toegebracht. „De conclusies in het rapport van drs. Schieveld […] zijn niet in overeenstemming met de huidige stand van de wetenschap en mijn eigen ervaringen”, zo noteert Vidija Soerdjbalie-Maikoe.

Mikle van der Scheer, bloedspoorpatroononderzoeker bij het NFI, analyseert het rapport van Richard Eikelenboom. Van der Scheer stelt vast dat Eikelenboom slechts heeft bekeken of de verdachte al dan niet aanwezig was in de flat ten tijde van het delict. Maar de mogelijkheid dat Rob B. niet aanwezig was, maar later meerdere keren over het slachtoffer heen is gestapt, lijkt niet te zijn beschouwd.

En, zo concludeert de onderzoeker, omdat op de kleren en schoenen van B. slechts enkele bloedsporen zijn gevonden, is de kans juist „zeer klein” dat Rob B. aanwezig was toen de keel van Regie werd doorgesneden. De sporen zijn wel verklaarbaar als B. minimaal drie keer over het lichaam heen is gestapt. Bloedspoorpatroononderzoeker Van der Scheer noemt de conclusie van Eikelenboom „te stellig”.

Eikelenboom zegt dat hij wel onderzocht heeft of de bloedspatten op de schoenen veroorzaakt konden zijn door lopen in bloed, maar dat hij dat „onwaarschijnlijk” vindt. Zijn rapport wordt geschaduwd door drie deskundigen, aldus Eikelenboom, die net als hij bloedspoorpatroononderzoeker Van der Scheer hebben getraind. „Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat Van der Scheer het beter weet dan zijn opleiders die vele jaren langer in het veld werkzaam zijn.”

Heeft Regie van den Hoogen dan toch zelfmoord gepleegd, met een mes, in haar eigen flat? Ook voor advocaat Pieter van der Kruijs is dat in de beginjaren van de zaak lastig te geloven. „Ik had aanvankelijk problemen aan te nemen dat iemand zich zo van het leven berooft. Maar het scenario van een dader kan vanwege de sporen gewoon niet aangetoond worden.”

Van den Hoogen kwam ‘gestoord over’, schrijft de voormalig huisarts, hij dacht aan ‘een waanidee’

In 2016 leest voormalig huisarts Ad Loonen in het Brabants Dagblad een nieuwsbericht over de zaak. Hij herinnert zich iets. Loonen was niet de huisarts van slachtoffer Van den Hoogen, maar enkele weken voor haar dood neemt ze tijdens een weekenddienst contact met hem op. Haar verzoek: of de huisarts in haar hals wil snijden, omdat daar iets zou zitten dat er niet thuishoort. Loonen beoordeelt het als een verzoek van iemand met psychische problemen, en onderneemt verder geen actie.

De huisarts beschrijft het voorval in een e-mail aan advocaat Van der Kruijs. Van den Hoogen kwam „gestoord over”, schrijft de voormalig huisarts, hij dacht aan „een waanidee”. Het Gerechtshof heeft Rob B. veroordeeld zonder dit gegeven mee te nemen. Voor advocaat Van der Kruijs is het een belangrijk gegeven. „Het kan betekenen dat toen de huisarts niet in haar hals wilde snijden, ze het zelf is gaan proberen.”

Het is inmiddels ruim achttien jaar geleden dat Van den Hoogen in haar flat het leven liet. Het is nog niet duidelijk wanneer bekend wordt of het tot een herziening komt. Rob B. zal vanwege zijn psychiatrische toestand de rest van zijn leven in een kliniek moeten blijven, zegt zijn advocaat. Zijn cliënt denkt nog steeds dat hij een discipel van God is. Maar B. vertelt óók iedereen die het horen wil dat hij onschuldig is. „Hij lijdt in die kliniek”, zegt Van der Kruijs. „Hij lijdt omdat hij veroordeeld is. Er moet gerechtigheid komen voor Rob, want hij is gewoon onschuldig.”

Praten over zelfdoding kan bij hulp- en preventielijn ‘Zelfmoord? Praat erover’. Telefoon 0900-0113 of 113.nl
Verantwoording Dit verhaal is onder meer gebaseerd op gesprekken met betrokkenen, de uitspraak van het Gerechtshof en diverse rapporten over de zaak, waaronder het boek Het Likkende Hondje van het Project Gerede Twijfel van de Vrije Universiteit.
    • Bram Endedijk