Rob Toornend zag veel dwaasheid om zich heen

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Rob Toornend (1934-2018) was ingenieur maar ook een man van het woord. Hij schreef sonnetten.

In een terugblik op zijn leven schreef Rob Toornend: "Een aantal mogelijkheden heb ik afgewezen of genegeerd, vanuit mijn gedachten over betrekkelijkheid van rijkdom en eer in relatie tot vrijheid. Ik wilde geen concessies doen aan mijn opvattingen over hoe bezig te moeten zijn – en dat sluit bepaalde zaken uit."

Wat herken je in jezelf, wanneer je aan het einde van je leven terugkijkt? „Een ingenieur pakt het systematisch aan, hij inventariseert, analyseert en tracht conclusies te trekken.” Daarna kan het ogenschijnlijk eenvoudige antwoord luiden: „De uitdaging aangaan, gevolgd door de rust. Een rommelhok schoonmaken, de tuin ordenen.”

Het staat op bladzijde 263 van Een vrij man in een druk bestaan, een terugblik op zijn leven die ingenieur Rob Toornend een jaar of tien geleden samenstelde voor intimi. Het is het verslag van een leven lang hard werken aan het hoofd van een adviesbureau voor bouwmanagement („De zin van het leven is bezig zijn”), terwijl tegelijk zijn vrouw en twee kinderen het belangrijkst waren: „Het gezin staat altijd centraal.” Robert Adriaan Toornend overleed 21 september na een kort ziekbed, op 83-jarige leeftijd. Hij was 21 toen hij Conny ontmoette, zij was toen 17. Ze waren 57 jaar getrouwd.

„Mijn vader heeft zijn hele leven veel plezier gehad in zijn werk, maar onze liefde voor hem schuilt meer in zijn talent voor de kleine, gewone en intieme kanten van het leven”, zei hun zoon Paul (51) op de herdenkingsdienst. Hun vader was altijd druk, maar de kinderen merkten het niet. „Tussen de middag at hij thuis. En ’s avonds werkte hij beneden aan een bureau dat in de huiskamer stond. Later had hij een werkkamer, maar die was op de begane grond en de deur stond altijd open.”

"Het gezin staat altijd centraal", zei Rob Toornend. Hij was 57 jaar getrouwd met Conny.

Paul en zijn zus Marlies zijn beiden ingenieur geworden, zoals eerder Rob Toornend zíjn vader opvolgde door de bouw in te gaan. Dat was niet de bedoeling: hij wilde piloot worden, maar bleek kleurenblind. Na een studie tot civiel ingenieur (die hij zelf betaalde door tegelijk les te geven), ging hij als ambtenaar aan de slag bij de Afdeling Tunnelbouw van de Amsterdamse Dienst Publieke Werken. Daarna stapte hij over naar het bedrijfsleven. In 1971 begon hij voor zichzelf. Op het hoogtepunt telde Toornend & Partners zo’n 35 medewerkers. Het bedrijf was onder meer betrokken bij de bouw van de Stopera en de Noord/Zuidlijn in Amsterdam. Na zijn pensionering bleef Rob Toornend bezig, nu vooral als deskundige in bouwzaken bij de rechtbank.

Rob Toornend was een man van woorden. Niet alleen maakte hij jarenlang de aantekeningen en notities waarop hij later zijn boek baseerde, ook schreef hij enkele boeken over zijn vak en maakte hij gedichten. Sonnetten. „De keuze voor het vijfvoetige jambe, de veertien regels en het vaste rijmschema is voor een ingenieur passend in zijn constructief gevoel”, staat voorin een van de twee bundels die hij ervan liet maken. Altijd had hij een blok ruitjespapier bij de hand, alles werd voortdurend genoteerd. Paul Toornend: „Van sonnet tot rapport, van memoires tot projectplan, van telefoondroedels tot vergaderverslag.”

In dat schrijven, en dan vooral van de sonnetten, lag zijn drang naar vrijheid besloten. „Autonoom,” zegt zijn zoon, „is dé karakterisering van mijn vader: hij had een kritische geest en een afkeer van gezag om het gezag”. Helen van Asch (76), jarenlang zijn secretaresse: „Rob had een beschouwende kant, hij doorzag het meteen als mensen wel uitgebreid praatten, maar niet deskundig waren.” Zelf schreef Rob Toornend in zijn boek dat hij „veel onrecht en dwaasheid” om zich heen zag.

Die scherpe blik had tot gevolg dat hij zich stoorde wanneer niet de inhoud van het werk, maar geld verdienen centraal stond. Door zijn „rechttoe, rechtaan-aanpak”, zoals hij het zelf noemde, waren er dan soms aanvaringen. „Of je verandert, of je vertrekt, zo doorgaan is voor mij onaanvaardbaar”, citeert hij zichzelf uit een twistgesprek, waarvan er meerdere zijn opgenomen in het boek.

Helen van Asch: „Hij had een gelijkmatig humeur, maar met mensen die doordramden terwijl ze ongelijk hadden, kon hij niet overweg. Zelf liet hij altijd de inhoud voorgaan, vanuit die integriteit deed hij geen concessies.” Paul Toornend: „Mijn vader was niet vaak kwaad, maar als hij het was, had hij meestal gelijk en waren zijn argumenten redelijk.”

De vele mensen die hem na stonden, ervoeren hem allereerst als een aimabele, warme man. „Hij had ook altijd dat schalkse lachje”, zegt Helen van Asch. Op zijn afscheid van de zaak, december 1999, kwamen meer dan vijfhonderd mensen af.

In het laatste hoofdstuk van zijn boek, ‘Op naar de zeventig jaar’, vat Rob Toornend het zo samen: „Een aantal mogelijkheden heb ik afgewezen of genegeerd, vanuit mijn gedachten over betrekkelijkheid van rijkdom en eer in relatie tot vrijheid. Ik wilde geen concessies doen aan mijn opvattingen over hoe bezig te moeten zijn – en dat sluit bepaalde zaken uit. De eigen wijze wordt dan beoordeeld als eigenwijs en de eigen weg als niet willen voegen.”

Maar dat is terugkijkend niet erg, integendeel: „Die rode draad in mijn belevenissen zie ik met een zekere voldoening. En tot mijn verrassing word ik daar positief op aangesproken.”

    • Gretha Pama