Recensie

Vegan fastfood kan best lekker zijn (maar het is niet per se gezonder)

Van de kaart eet bij twee vegan restaurants. Bij de een eet hij niet zomaar een vleesvervanger, maar een smeuïge groenteburger. Bij de ander speelt latent schuldgevoel op.

Jack Bean in Rotterdam wil een duurzame, volledig plantaardige fastfoodketen zijn. Foto Daniel Niessen

The revolution is upon us… Unox maakt vegetarische rookworst, de burger van de VegaSlager ligt bij de Smullers en McDonald’s verkoopt een vega-kipburger. Vegetariërs zijn paria-af. Flexitarisme is mainstream. Er is een kritische massa bereikt: het is rendabel voor Febo om vleesvervangers in de muur te leggen. Daar mogen we best even bij stilstaan.

Maar zoals altijd is de grootstedelijke elite ons alweer een stap voor: die snackt tegenwoordig alleen nog maar vegan. De moderne veganist eet geen dierlijke producten om het milieu te redden of uit piëteit met nodeloos lijdende dieren. Maar in ieder geval niet uit gezondheidsoverwegingen: de nieuwe vegan-rage is net zo vet en fast als de vermaarde fastfoodketens die de drijvende kracht achter de bio-industrie zijn.

In Amsterdam zitten inmiddels drie vestigingen van de hippe Vegan Junk Food Bar. Hippe tentjes, zorgvuldig gritty gestyled met graffiti. Je haalt er burgers en snacks, je drinkt er fris of vegetarisch bier (dat noemen ze zelf niet zo, dat is slang voor alcoholvrij – vind ik leuk in deze context). De nepnuggets zijn niet te vreten. Then again, ik vind gewone kipnuggets eigenlijk ook niet te vreten. De krokante ei-loze paneerlaag doet het stukken beter rond een zachte vulling. Helaas smaakt de bitterbal van binnen naar nat karton.

De burger daarentegen is bijzonder goed te pruimen. Als alle andere componenten goed zijn – lekker bolletje, knapperige sla, rijke cocktailachtige saus – blijk je prima weg te komen met een vleesvervanger zonder al te veel smaak, mits de structuur goed is. En dat is-ie. Indrukwekkend is ook het lopende, gele goedje dat verdomd veel lijkt op goedkope gesmolten cheddar (maar goed fabrieks-cheddar heeft natuurlijk ook niet zo veel met échte kaas te maken).

Lees ook: Veganisten moeten niet zo moralistisch zijn, vindt deze veganist

Ik heb alleen wat moeite met de tekst „cruelty free” op de ramen en de website. Ik begrijp de boodschap, maar ik voel me, als niet-per-se-veganist, toch een beetje buitengesloten. Alsof die vegans vanuit hun namaak-ivoren snacktoren op mij neerkijken. Komt niet heel uitnodigend over, maar het kan ook mijn latente schuldgevoel zijn dat opspeelt.

Bij Jack Bean vlak naast het Centraal Station van Rotterdam doen ze er juist alles aan om niemand buiten te sluiten. „Jack Bean is 100% plant based cuisine”, voor iedereen. Hier prijkt op de muur enkel een prachtige tekening van ‘de vegetabull’ – een stoere, briesende stier, waarvan ieder lichaamsdeel een andere groente is. Of een stuk fruit, een banaan in dit geval.

Chef Pepijn Schmeink loopt al langer voor de troepen uit. Dertien jaar geleden werkte hij met zijn restaurant De Eendracht al lokaal en biologisch. Vijf jaar geleden pluisde hij bij restaurant Dertien daarbovenop een ‘no waste’-strategie uit. En nu dus het roer helemaal om: weg van de restaurantkeuken, de nieuwe droom is een duurzame, volledig plantaardige fastfoodketen met als doel een verandering van ons eetpatroon te faciliteren door de consument een makkelijk, snel en betaalbaar alternatief te bieden.

Bowls met bonen en granen

Het concept van Jack Bean is opgebouwd rond zeven bowls, saladegerechten met als basis bonen en granen – uiteraard zo dicht mogelijk bij huis ingekocht, de boontjes in Lutjewinkel, de quinoa en sorghum in de Hoeksche Waard (de zuurdesemwraps komen van lokale bakkerij Das Brot). Die worden bijvoorbeeld aangevuld met krokante, frisse falafelballetjes van tuinbonen en munt, als een grove Britse mushy peas. Of met een diepe, smokey saus en zoete gesmoorde uitjes tot een broeierige chili sin carne. Er is ook een Japanse noedelvariant en een gele curry.

Het blijven aangeklede maaltijdsalades, maar Schmeink is een echte restaurantchef, die beschikt over een arsenaal aan slimme haute-cuisinetrucs om zijn gerechten diepgang te geven – met gefermenteerde producten of soms juist het restwater daarvan, half-gedroogde tomaatjes of wat rook. Iedereen die wel eens aardappelpuree heeft geprobeerd te maken in een keukenmachine weet dat je dan een soort behangplaksel krijgt. Maar met die substantie kun je wel een hele slimme, romige, glanzende vegan mac & cheese namaken.

De graantjes, boontjes en gegrilde groenten die aan het eind van de dag over zijn, gaan in de burger van morgen. Net als de pulp uit de slow juicer. Deze reststroomverwerking is tamelijk briljant uitgedacht. Dit is geen vleesvervanger maar een smeuïge groenteburger, die heel knapperig gefrituurd is van buiten en van binnen sappig en door de verse graantjes en groentjes ramvol smaak zit. De lange vezels uit de juicer-pulp geven het dan gek genoeg toch iets vlezigs van structuur, zonder op vlees te willen lijken.

Lees ook: Met z’n allen aan de algen (alleen de kleur kan een obstakel zijn)

Verder is-ie authentiek Amerikaans: verpakt in zwart-wit geblokt vetvrij papier; toch net wat kleiner dan op het plaatje; met een saus-doordrenkt slap, zoet broodje. Zonder vlees kan het net zo sloppy. En dat is eigenlijk behoorlijk bevredigend.

Jack Bean is inderdaad uitermate betaalbaar, je kunt onder de vijftien euro voldaan de deur uit rollen. Daarvoor krijg je vers en smakelijk fastfood van lokale producenten. Je kunt er eten of afhalen, of via de bekende kanalen bestellen. Je kunt zelfs bellen vanuit de trein, dan zorgen ze dat het warm klaarstaat precies als je van het station komt. Zo maakt Jack Bean het wel héél makkelijk om je leven te beteren. En ze staan klaar om binnen afzienbare tijd nieuwe vestigingen te openen.

Hier is een volgende revolutie in de maak.

Correctie 13-10-2018: In een eerdere versie werd de lokale bakkerij Das Brot geschreven als Das Brood. Dat is hierboven aangepast.

    • Joël Broekaert