Opinie

    • Marc Davidson

Met Nobelprijswinnaar Nordhaus krijgen we drie graden erbij

De econoom die maandag de Nobelprijs kreeg, vindt radicaal klimaatbeleid weggegooid geld, schrijft .
De uitgedroogde bedding van het Lac des Brenets op de Frans-Zwitserse grens Foto Fabrice Coffrini/AFP

Afgelopen maandag, op dezelfde dag waarop het klimaatpanel van de Verenigde Naties de wereld opriep tot een radicale versnelling van het klimaatbeleid, ontving Yale-econoom William Nordhaus de Nobelprijs voor de economie. Die kreeg hij voor zijn integratie van klimaatverandering in macro-economische analyse. Volgens het Nobelcomité hebben de inzichten van Nordhaus „ons aanzienlijk nader gebracht tot de beantwoording van de vraag hoe we een langdurige en duurzame mondiale economische groei kunnen bereiken”. Dat oordeel is opmerkelijk. Door fundamentele denkfouten in Nordhaus’ invloedrijke werk biedt hij juist al decennia munitie aan tegenstanders van klimaatbeleid. Zo is zijn werk medebepalend geweest voor de beslissing van de Amerikaanse president George W. Bush in 2001 om het internationale klimaatverdrag van Kyoto niet uit te voeren.

Op basis van zijn analyses concludeert Nordhaus immers dat de baten van klimaatbeleid zelden tegen de kosten opwegen. Nu bepleit Nordhaus wel een mondiale belasting op CO2-uitstoot, zoals dinsdag in NRC was te lezen. De hoogte die hij voorstelt is echter ruim onvoldoende om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te bereiken: het beperken van de mondiale temperatuurstijging tot twee graden en indien mogelijk anderhalve graad. In tegendeel, in het scenario dat Nordhaus optimaal noemt, stijgt de temperatuur met maar liefst ruim drie graden.

Lees ook dit stuk over Nordhaus: ‘Met het rampzalige beleid van Trump gaan we zelfs achteruit’

Aan Nordhaus’ afwijzing van de internationale klimaatafspraken en -doelen ligt echter geen ‘klimaatscepsis’ ten grondslag. De klimaatwetenschap waarvan Nordhaus uitgaat, verschilt niet van de inzichten van het internationale klimaatpanel. De reden waarom hij stringent klimaatbeleid weggegooid geld vindt, ligt ergens anders.

Ten eerste reageert het klimaat zeer traag op klimaatbeleid. De baten van huidige klimaatmaatregelen treden pas na decennia op en zijn daarbij uitgesmeerd over honderden tot duizenden jaren. Ten tweede gaat Nordhaus ervan uit dat mensen minder interesse hebben in de toekomst dan in het heden, en dat economen die kortzichtige voorkeuren hebben te respecteren. Dit menselijk ongeduld, samen met optimisme dat toekomstige generaties welvarender zullen zijn, brengt Nordhaus ertoe om toekomstige baten van klimaatbeleid met tot wel zes procent af te waarderen, voor elk jaar dat die baten verder in de toekomst liggen. Dat wil zeggen dat duizend euro aan klimaatschade over honderd jaar volgens Nordhaus even erg is als een verlies van slechts drie euro vandaag. Als de toekomst zo weinig gewicht krijgt, mag het niet verbazen dat klimaatbeleid snel te duur wordt bevonden.

Zijn werk was medebepalend voor de VS om Kyoto niet uit te voeren

De Engelse econoom Sir Nicholas Stern was het oneens met deze aanpak. Op basis van vergelijkbare klimaatwetenschappelijke inzichten en economische modellen, maar een minder snelle afwaardering van de toekomst, beval Stern in 2006 in een rapport aan de Engelse overheid juist radicaal klimaatbeleid aan. Volgens Stern mocht het welzijn van toekomstige generaties geen lager gewicht worden toegekend. Nordhaus was not amused. Door de toekomst meer gewicht te geven dan consumenten zelf in hun dagelijks leven doen, zou Stern een elitair en paternalistisch gezichtspunt innemen, „wellicht om de smeulende resten van het Britse Rijk op te stoken”, sneerde Nordhaus. Volgens ‘democraat’ Nordhaus zouden we afwegingen tussen heden en toekomst – onze tijdsvoorkeur – alleen mogen afmeten aan vertoond gedrag op de kapitaalmarkt. ‘Consumentensoevereiniteit’ noemen economen dat.

De consequenties voor het klimaatbeleid van deze snelle afwaardering van de toekomst zijn enorm. Met Nordhaus’ benadering wordt zelfs het voorkómen van de grootste klimaatcatastrofe ‘economisch inefficiënt’.

Nordhaus slaat de plank echter fundamenteel mis. Er bestaat immers geen kapitaalmarkt waarop burgers hun voorkeuren ten aanzien van de verre toekomst kunnen uiten, zoals ten aanzien van duurzaamheid en klimaatbeleid. Dat kunnen burgers alleen in het politieke proces, bijvoorbeeld als zij overheden het politieke mandaat geven klimaatakkoorden te sluiten en uit te voeren. Getuige het akkoord van Parijs blijken burgers de toekomst dus veel belangrijker te vinden dan Nordhaus in zijn analyses veronderstelt.

Schrijf je in: de NRC-nieuwsbrief Groen

Het werk van Nordhaus is zoals het Nobelcomité opmerkt inderdaad zeer invloedrijk. Maar helaas is van een positieve bijdrage aan een duurzame mondiale economische groei geen sprake. Juist nu het internationale klimaatpanel oproept tot een radicale versnelling van het klimaatbeleid zitten we niet te wachten op economen die de toekomst wegcijferen.

    • Marc Davidson