Recensie

De meest gehate tiener van het land

In In dromen lieg je niet wordt de Zweedse Maja verdacht van een massamoord op een privéschool. In afwachting van de rechtszaak heeft de Zweedse pers haar al veroordeeld en is ze uitgegroeid tot de meest gehate tiener van het land. (●●●●)

Van In dromen lieg je niet (2016), het derde spannende boek van Malin Persson Giolito (1969) werden in Zweden 300.000 exemplaren verkocht. Een bestseller XXL dus, zeker voor een land met nog geen 10 miljoen inwoners. En de teller zal nog wel even doorlopen, want van deze rechtbankthriller wordt de eerste Zweedse televisie-serie voor Netflix gemaakt.

De ik-figuur in In dromen lieg je niet is Maja, een 18-jarig meisje uit een welgesteld milieu in Stockholm. De openingsscène is bloederig. Maja zit op de grond in een lokaal van haar privé-school. Om haar heen een leraar en vier klasgenoten, allen doodgeschoten. Een van hen is haar vriendje Sebastian, zoon van de rijkste man van Zweden. Hij ligt met zijn hoofd op Maja’s schoot.

Maja wordt verdacht van de massamoord. In afwachting van de rechtszaak heeft de Zweedse pers haar al veroordeeld en is Maja uitgegroeid tot de meest gehate tiener van het land.

Stukje bij beetje, de spanning zorgvuldig opbouwend, vertelt Persson Giolito met flashbacks wat er aan de school shooting is voorafgegaan. Het het boek eindigt met het verrassende vonnis in de rechtszaak.

Met privé-jet naar een feestje

Malin Persson Giolito, die eerder als juriste werkte, is de dochter van Zweedse thriller-auteur Leif G. W. Persson. Haar schrijfstijl lijkt op die van Harlan Coben, de Amerikaanse meester van de knaleffecten. Ook Persson schuwt de grote gebaren niet en komt dikwijls geestig en recht voor zijn raap voor de dag, zonder dat de spanning er onder lijdt.

De sociale tegenstellingen tussen de hoofdpersonen, de klasgenoten van Maja, maken deze thriller bijzonder. Sebastian heeft als zoon van een miljardair geld als water. Hij reist in het weekend met een privé-jet naar een feestje in Zuid-Europa. Zijn Oegandese klasgenoot Dennis is zijn dealer, Samir, de slimste jongen van de klas, is de zoon van immigrant.

‘Alleen idioten doen alsof het niet uitmaakt wie je bent, wat je gedaan hebt’, denkt Maja in de gevangenis, de nacht voor de laatste zittingsdag. Dat iedereen altijd naar de pijpen van haar vriendje Sebastiaan danste brengt Maja tot een cynische constatering: ‘De waarde van geld is gemakkelijker te begrijpen dan een filosofisch bedenksel van de universele waarde van een mens.’

De vertaling is uitstekend. Al irriteert het wel dat de muzieksmaak van een van Maja’s advocaten wordt vernederlandst. Of zou deze Zweedse jurist echt houden van de Toppers, en jaarlijks naar de Arena gaan om mee te zingen met René Froger en Gerard Joling?

    • Arjen Ribbens