Makelaars: rijk moet gemeente en provincie dwingen meer woningen te bouwen

Woningmarkt De nationale Woonagenda van minister Ollongren is te vrijblijvend. Om iets te doen aan het krappe woningaanbod moet het Rijk lagere overheden verplichten meer huizen te bouwen.

In een jaar tijd is het woningaanbod met 30 procent gedaald, blijkt uit de jongste NVM-cijfers Foto Koen Suyk/ANP

De Nederlandse Vereniging van Makelaars en Taxateurs (NVM) roept de rijksoverheid op bindende afspraken te maken met provincies en gemeenten over de woningbouwproductie. Zonder dwingender afspraken „raakt de markt steeds verder in de vicieuze cirkel van dalend woningaanbod en blijvende prijsstijgingen, met alle gevolgen van dien”, zegt NVM-voorzitter Ger Jaarsma. „Het is een drama om een koopwoning te vinden. Steeds meer mensen wonen op een plek waar ze niet meer willen wonen omdat de doorstroming is gestopt.”

Uit de cijfers over het derde kwartaal van 2018, die de NVM deze donderdag heeft gepresenteerd, blijkt dat het woningaanbod voor het vijfde kwartaal op rij is gedaald – en in een jaar tijd met 30 procent. Er staan nog 63.500 woningen te koop. „Slechts 1 procent van ons totale woningbestand”, aldus Jaarsma. Tegelijkertijd is de gemiddelde verkoopprijs van een huis in dezelfde periode met ruim 10 procent gestegen, tot een recordniveau van 292.000 euro.

De NVM verwacht niet dat dit beeld op korte termijn verandert. De verwachtingen voor het vierde kwartaal én voor 2019 zijn somber. Jaarsma: „Er is geen duidelijke visie waar en hoe gebouwd moet worden. Met de huidige aanpak gaan we het helaas niet redden.”

Lees ook: Hoe komt het dat de problemen voor starters zo groot geworden zijn?

Daarmee doelt Jaarsma óók op de Nationale Woonagenda van minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66), ook door de NVM ondertekend. Meest concrete doel van de agenda is de bouw van jaarlijks 75.000 woningen. Jaarsma bevestigt wat de bouwsector vorige maand al aangaf: dat lukt dit en komend jaar niet. „De Woonagenda gaat uit van vrijwillig meedoen, maar dat werkt niet.” Een van de grootste problemen noemt hij dat uitgerekend provincies en gemeenten de Woonagenda niet hebben ondertekend.

Sinds 2006 heeft de rijksoverheid weinig meer te zeggen over de woningmarkt. De verantwoordelijkheid voor ruimtelijk beleid ligt bij gemeenten, provincies gaan over de plancapaciteit. Jaarsma pleit ervoor dat de landelijke politiek weer voorop gaat lopen bij besluitvorming over de woningmarkt. „Het Rijk moet een strakke regie voeren in de vorm van een nationaal woningbouwplan om de nieuwbouwproductie te versnellen.”

Veel concurrentie

Door het tekort aan beschikbare huizen wordt de concurrentie op de woningmarkt steeds groter. Gemiddeld werden woningen het afgelopen kwartaal binnen veertig dagen verkocht, een verkooptijd die niet zo kort is geweest sinds 2000.

Huizenkopers hebben veel concurrentie van particuliere beleggers, die dankzij hoge huurprijzen veel rendement kunnen behalen. De Nederlandsche Bank waarschuwde deze week nog voor deze ontwikkeling. Volgens de financiële toezichthouder deden beleggers vorig jaar 21 procent van de woningaankopen in de vier grote steden, en zorgen ze voor sterke prijsstijgingen.

Volgens de NVM behoren sinds kort ook expats, hoogopgeleide en welgestelde buitenlanders die liever kopen dan huren, en grote (internationale) bedrijven die woningen kopen voor nieuwe werknemers tot de concurrentie van consumenten. De organisatie baseert zich daarbij op berichten van aangesloten makelaars – concrete cijfers hierover heeft de NVM niet.

    • Sam de Voogt