IMF op Bali: Prestigieus congresseren in tijden van rampspoed

IMF-congres Had Indonesië de Wereldbank- en IMF-vergaderingen op Bali moeten afzeggen na ‘Sulawesi’? De ramp daar wordt zeker niet vergeten, zegt de organisatie.

Een enorm standbeeld van hindoegod Garuda Wisnu Kencana, meer dan 120 meter hoog, is onder druk van de IMF-conferentie ook voltooid en sinds kort open voor toeristen Foto EPA/Made Nagi

Geniet van een bezoekje aan onze mooie stranden, prijst Sri Mulyani Indrawati, de Indonesische minister van Financiën, het eiland Bali aan in één van haar toespraken. „En vergeet vooral niet om je dollars hier uit te geven. Dat is goed voor onze economie.” Gelach in de zaal.

In het zuiden van Bali, Indonesië, vinden deze week de jaarvergaderingen van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) plaats. Eens in de drie jaar zijn die niet in Washington, waar de hoofdkantoren van IMF en Wereldbank zitten, maar is een andere lidstaat dan de VS gastheer van de conferentie.

Deze jaarvergaderingen mogen organiseren geldt als prestigieuze klus voor een land. Het gaat om een van ’s werelds grootste financiële evenementen. Bankiers, politici en vooraanstaande economen bespreken er de stand van de internationale economie. Dit keer krijgen de risico’s van de handelsoorlog tussen China en de Verenigde Staten veel aandacht.

Lees ook: IMF: beter dan dit wordt de economie niet

Voor Indonesië is dit een mooie kans om zijn economische vooruitgang te tonen – en te laten zien dat het de verantwoordelijkheid aankan die zo’n groot evenement vraagt. Maar de ramp op het Indonesische eiland Sulawesi, waar door een tsunami en een aardbeving meer dan 2.000 mensen omkwamen, heeft de conferentie wel een heel andere context gegeven.

De Wereldbank is na de ramp bij de Indonesische autoriteiten nagegaan of de jaarvergaderingen wel konden doorgaan, zegt een hoge functionaris in Nusa Dua. Maar Indonesië wilde van geen afzeggen weten. Annuleren zou internationaal gezichtsverlies betekenen en daar zijn Indonesiërs heel gevoelig voor.

Dus zei Jim Yong Kim, president van de Wereldbank, donderdag in één van zijn persconferenties precies wat Indonesië graag wil horen. Dat de vergaderingen doorgaan, zei hij, laat zien dat Indonesië een „sterk, veerkrachtig en vastberaden land” is. IMF-directeur Christine Lagarde uitte zich vergelijkbaar. IMF-medewerkers die hulp bieden in Sulawesi, zei ze, hebben met eigen ogen de „kracht en moed” van de getroffen inwoners gezien.

Feestje op Bali

Door ‘Sulawesi’ is de conferentie ook onderwerp van binnenlandse politiek geworden. Volgend jaar zijn er presidentsverkiezingen in Indonesië en het kamp van de concurrent van president Joko Widodo sprak er schande van dat het „luxueuze” congres zomaar doorgaat. „Te midden van een ramp is er een feestje op Bali”, mopperde een woordvoerder van het campagneteam van presidentskandidaat Prabowo Subianto volgens het Indonesische tijdschrift Tempo. Dat geld zou volgens hem beter naar de slachtoffers kunnen gaan.

"Te midden van een ramp is er een feestje op Bali"

Prabowo’s kandidaat voor het vicepresidentschap, Sandiaga Uno, zei dat de overheid wat hem betreft moest besparen op dure diners en wijn. Weer een ander uit hun campagneteam had al geopperd dat de congresgangers op Bali geen volledige maaltijden moesten krijgen, maar liever simpele dingen als water en chips. Zo probeert de oppositie in te spelen op de gevoelens van de ‘gewone’ Indonesiër, die zo’n bijeenkomst mogelijk maar dikdoenerij vindt.

Eten en onderdak

De Indonesische president Widodo en de gouverneur van Bali verdedigden het besluit de jaarvergaderingen te laten doorgaan. Al vanaf 2015 was bekend dat Indonesië ze zou organiseren. Op het laatste moment afzeggen, dát zou pas onprofessioneel zijn, zeggen zij. De meeste deelnemers betalen zelf eten en onderdak. En bovendien is volgens president en gouverneur veel van het geld vooral naar infrastructuur gegaan, dus daar profiteren de Balinezen op de langere termijn van.

Lees ook: Een week na de tsunami: tijgerbalsem tegen de lijkengeur

Dat laatste klopt. Op Bali zijn projecten die al jaren stillagen of maar heel langzaam vorderden, dit jaar ineens wél afgekomen. Het vliegveld is uitgebreid, en een paar weken geleden werd een tunnel daarbij nog in gebruik genomen.

Een enorm standbeeld van hindoegod Garuda Wisnu Kencana, meer dan 120 meter hoog, is onder druk van deze conferentie ook voltooid en sinds kort open voor toeristen. De bouw ervan was al in 1997 begonnen, maar vanaf het begin omstreden. Religieuze hindoepriesters waren bang dat zo’n groot beeld de spirituele verhoudingen op het eiland zou verstoren.

In het congrescentrum intussen heeft de organisatie bijeenkomsten over financiering en verzekering van rampen aan de agenda toegevoegd. Ze wil er nog eens mee duidelijk maken dat wat elders in Indonesië speelt, hier zeker niet wordt vergeten.

Bij een kraampje van het Indonesische Rode Kruis kunnen deelnemers geld voor Sulawesi doneren, in hun eigen valuta. Donderdagmiddag was er meer 40 miljoen roepia opgehaald, omgerekend zo’n 2.275 euro. Plus 1.300 Amerikaanse dollar en een nogal bescheiden 15 euro.

    • Annemarie Kas