Heel even zet Radio Birdman de teletijdmachine op een kier

Punk Met hun schelle protopunk beïnvloedde het Australische Radio Birdman talloze gitaarbands. Ruim veertig jaar later lijkt hun concert meer op een doordeweekse bingoavond.

Foto Rob van Wieringen

Het was toch een soort Koning Arthur-momentje, in 1973. In Detroit was zojuist de groep MC5 ontmanteld, de revolutionaire rockband die het evangelie verkondigde van „rock and roll, dope and fucking in the streets”, toen ene Deniz Tek – toevallig op bezoek uit Australië – ergens op een prikbord een briefje zag hangen: gitaar te koop. Het bleek het scheurwapen te zijn van zijn MC5-held Fred ‘Sonic’ Smith.

De koop was meer dan zomaar een zakelijke transactie, het was gerechtigheid. Teks Australische band Radio Birdman (vernoemd naar een verkeerd verstane regel uit het Stooges-nummer ‘1970’, waarin Iggy Pop „radio burning” zingt) was namelijk de overzeese vaandeldrager van het geluid dat in Detroit net was gestorven. De schelle, knetterende protopunk zou vele generaties gitaarbands beïnvloeden. Bovendien had Radio Birdman een geheim ingrediënt: aan de ophitsende cocktail voegde Tek zwoele, echoënde surfgitaren toe, zoals Dick Dale en The Ventures die speelden, zodat je tijdens het pogoën toch nog wat zand tussen je tenen voelde.

Maar dat was toen.

En nu?

Tsja, dat is toch even schrikken. Een bassist op orthopedisch verantwoorde schoenen en een toetsenist in een felroze colbert die voortdurend zijn afzakkende leesbril omhoog duwt, die verwacht je toch eerder op de wekelijkse bingomiddag in Sydney dan op woensdagavond in de kleine zaal van Patronaat. Ook zanger Rob Younger doet zijn naam geen eer meer aan. Zingen gaat nog wel, maar tussen de nummers door weet hij geen enkel verstaanbaar woord uit te brengen.

Héél soms, bij ‘Descent into the Maelstrom’, ‘What Gives’ en ‘Aloha Steve and Danno’ gaat de deur van de teletijdmachine even op een kiertje en schemert er iets van de oude genialiteit door. Maar te vaak slaan de nodeloos uitgesponnen nummers morsdood.

Deniz Tek is de enige in wie nog wat gevaar schuilt. Zijn oude MC5-gitaar mag dan inmiddels met pensioen zijn, molenwieken met zijn armen doet hij nog even venijnig als vroeger. En gelukkig kan hij ook relativeren. „In 1978 speelden we in Amsterdam met Van Halen”, zegt hij tijdens de toegift. „Ik weet nog dat we tegen elkaar zeiden: ‘Wat een sukkels, die komen er nooit.’”

    • Frank Provoost