Opinie

    • Michel Krielaars

Goed nieuws van de Buchmesse

De Duitse boekhandel wordt dit najaar overspoeld door 70.000 nieuwe titels – fictie en non-fictie, uit binnen- en buitenland. Het is om jaloers van te worden, want in Nederland verschijnt nog niet eens een tiende daarvan. Die boekenlawine is goed nieuws, zeker wanneer je beseft dat het aantal lezers in Duitsland de afgelopen jaren met zes miljoen is gedaald. Lezen wordt dus ook bij onze oosterburen iets voor een steeds kleinere groep, die blijkbaar steeds meer leest. Je geeft die 70.000 boeken tenslotte niet uit voor de papiermolen.

Ik las het allemaal in de speciale boekenbijlage van weekblad Die Zeit, verschenen ter gelegenheid van de Frankfurter Buchmesse. De Buchmesse, die woensdag jl. is begonnen en nog tot zondag duurt, is altijd een bijzondere gebeurtenis, omdat uitgevers uit de hele wereld er zaken met elkaar doen en voor een grote culturele kruisbestuiving zorgen.

Ieder jaar is er ook een gastland, waarvan de literatuur in de schijnwerpers wordt gezet. Dit jaar is dat Georgië, een piepklein staatje op de Kaukasus, met bijna vijf miljoen inwoners en een grootse literaire cultuur, waarin middeleeuwse verhalen mondeling worden overgeleverd. Als correspondent heb ik er tijdens de vijfdaagse Georgisch-Russische oorlog van 2008 een bejaarde boer, wiens huis in de frontlinie door granaatvuur was verwoest, een gedicht van de 12de-eeuwse, nationale dichter Sjota Roestaveli horen declameren. Alsof hij op die manier zijn verdriet kon relativeren.

Het kan niet anders of in zo’n literair land wordt menige goede roman geschreven. De Duitsers beseffen het, want zij geven dit najaar honderdzestig Georgische schrijvers uit.

Nu hebben velen inmiddels genoten van Het achtste leven, de epische roman van de in Berlijn wonende Georgische schrijfster Nino Haratischwili – wier onlangs verschenen tweede roman, Die Katze und der General, in de Duitse pers de grond in is geboord. In Die Zeit zegt ze daarover: ‘Sinds ik in Duitsland ben, is het altijd hetzelfde. Steeds weer zeggen ze dat ik in alles te emotioneel ben, te overgevoelig, de taal te bloemrijk, alles te melodramatisch. [...] Maar zo ben ik, ik kom uit een land waar men zijn gevoelens toont, het maakt deel van me uit. Het is een nogal schizofrene situatie: de critici berispen of kritiseren me voor datgene waarvoor ik door de lezers word geprezen.’ Het maakt me meer dan nieuwsgierig naar die kat en die generaal, want dezelfde kritiek kun je op Het achtste leven hebben.

Een van de Georgische romans die nu in Duitsland verschijnt, is Das Birnenfeld (Het perenveld) van Nana Ekvtimishvili. Het boek speelt zich af in het Georgië van de chaotische jaren negentig. De hoofdpersoon, de 18-jarige Lela, is in haar jeugd misbruikt door een leraar van een school voor geestelijk gehandicapte kinderen. Het is iets waarover niet gesproken mag worden. Niet alleen omdat seksueel misbruik taboe is, maar ook omdat in Georgië, dat voortdurend door andere landen werd overheerst, over alles een zwijgcultuur bestaat. En dat komt vooral door het Sovjet-verleden, waarin de geheime politie van Stalin een grote rol speelde. Het achtste leven gaat erover, in alle denkbare, grote emoties. Maar in Das Birnenfeld overheerst de kunst van het zwijgen en dus van het weglaten. En dat maakt die roman tot een veel beter boek.

    • Michel Krielaars