Recensie

De Audi A6 is een fluisterende slee voor een vergrijsde wereldorde

Autotest rijdt de nieuwe Audi A6, maar denkt even dat hij een A8 heeft meegekregen.

De Audi A6 50 TDI bij Heron Auto Purmerend Foto Merlijn Doomernik

Alle auto’s groeien. Haast elk nieuw model van stadsauto tot limousine is groter, sneller, duurder dan het vorige. Door de comfort- en veiligheidsvoorzieningen die meer ruimte vragen. De toegenomen welvaart die de hebzucht en de scheurdrang aanjoeg. De klant die zich, wanneer hij zich geen grotere kan veroorloven, toch een beetje groeibriljant wil voelen bij de inruil van zijn oude Golf tegen een nieuwe.

Zo komt altijd het moment dat nieuwe auto’s hogere in rang evenaren of voorbijstreven in lengte, prijs, prestige en prestaties. De huidige VW Polo is groter dan de eerste Golf, de Audi A6 – in de hiërarchie nog hoge middenklasse – bijna zo lang en even breed als het topmodel A8 in 1994. Die evolutie heeft een noodlottig domino-effect. De grotere modellen groeien, om hun kopposities te behouden, uit hun krachten tot ze boventallig zijn geworden in de statuspiramide. Door de expansiedruk van onderaf is de A8 inmiddels opgerekt tot 5 meter 17 en zelfs 5,30 voor de lange versie. En dat alleen om de A6 de baas te blijven die allang zijn plaats heeft ingenomen. Wat een moddervette diepvriesklomp is het, een met het pikhouweel bewerkte ijsschots. Elegant? De A6 is na de eerste generatie, een gefacelifte Audi 100, nooit meer goed gelukt. Altijd moest hij imponeren tussen wal en schip, als onbeslist esthetisch compromis tussen de opperlimo en de kleinere A4. Vergeefs zochten Audi’s ontwerpers naar de daadkrachtige maar niet gezwollen toon die bij de concurrenten van Mercedes en BMW wel steeds het welgedane burgerlijke midden trof.

Eerst denk ik dat de importeur me een A8 heeft toegewezen. Dezelfde gigantische grill, dezelfde kofferbrede, led-doordrenkte achterlichtpartij met ingelegde sierlijst. De uitgebouwde achterwielkasten die de gelijkenis moeten maskeren zie je pas na twee keer kijken. Binnen hetzelfde te complexe digitale dashboard, de zitruimte van een chauffeurslimo, presidentiële waardigheid; daar kun je je in Den Haag en Brussel mee vertonen. Inclusief „adaptieve ruitenwissers met geïntegreerde verwarmbare ruitensproeiers” en „uitgebreide aluminium optiek” kost de testauto ruim 120.000 euro, straf regentengeld. De A8 is passé.

Is de A6 dat niet ook? Mijn 50 TDI in „Mythoszwart”, een te groot woord, is met zijn brandschone maar fossiele zescilinder diesel en verduisterd boevenglas de fluisterende slee voor een vergrijsde oude wereldorde. Ik voel me de chauffeur van een belangrijk man die op het punt staat niet meer mee te tellen. In mijn mentale binnenspiegel zie ik EU-baas Juncker met verlopen grappen op de achterbank neerzijgen. Ik zie de commissaris van de Koning van Gelderland die klaar was met de politiek – en die met hem – verlangend naar de eindstreep in de verte staren, voorbij het koekhappen met Alex en de lintjesregens. Ik bestuur een mausoleum voor gevallen strijders.

Lof die te laat komt

Daarom valt het zo zwaar hem op zijn niet geringe kwaliteiten te beoordelen, die museale pijn komt er steeds tussen. Hij draagt het einde van het Avondland zo uit. Wat ik ook zeg over de schitterende motor, de heerlijke luchtvering, de feilloze afwerking, zijn met een 48 volt-accu quasi-hybride ondersteunde zuinigheid – het voelt alsof ik oude meesters prijs voor kleurgevoel en compositie, het is lof die te laat komt. De A6 is de overrijpe vrucht van een geweldige traditie zonder toekomst. Ik zie hem in parkeergarages tussen de Tesla’s staan als een ten diepste achterhaalde uitdrukking van macht en welstand. De glimmende aanraakschermen op de middentunnel zijn een verlaat bewijs van geforceerde vooruitstrevendheid, de slappe echo van de ooit vitale Audi-slogan Vorsprung durch Technik. Als ik op het knopje voor de assistentiefuncties druk en het menu is binnen drie seconden van het scherm verdwenen, heb ik gegeten en gedronken. Uitstapwaarschuwing, kruisingassistent, rijstrookwisselhulp – ga weg, denk ik, jij hoort bejaard te blijven. Jij bent de VVD’er die het darwinisme van de markt verdedigt in een kleurrijk Dijkhoffjasje, een Beiers vakwerkrestaurant met digitale kassa.

Kortom: Ik snap hem niet. De nieuwe Audi-rijder parkeert zijn praktische A4 onder de carport van zijn stijlloze twee-onder-een-kap in Diemen. De veertiger die hem zou moeten willen rijdt nu Jaguar of Tesla. De laatste, stokoude A6-getrouwen zijn verkast naar het hiernamaals of een dommelende hoogzitter. En rapper Boef, die in zijn Audi het symbool zag van de pauperoverwinning op het burgerdom, rijdt nu om dezelfde redenen Rolls-Royce. Terwijl het, voor een eeuw die hij miste, echt een meesterlijke auto is.

    • Bas van Putten