Opinie

    • Arjen Fortuin

Evangelische Omroep onderzoekt haat in Nederland

Zap In een reportageprogramma probeert presentator Johan Eikelboom uit te vinden wat haat precies is, hoe het ontstaat en wat voor soorten haat er heersen.

Tom (rechts) wil met Johan Eikelboom (links) toasten op het uitbranden van een moskee (EO)

Heeft zelfs de EO het opgegeven? De omroep die decennialang onvermoeibaar ijverde voor de liefde en die altijd en overal weer de liefdevolle hand van het opperwezen wist te herkennen, bleek woensdag haar aandacht verlegd te hebben. Naar haat.

Johan Eikelboom was aangesteld als haatzoeker. In vier afleveringen 3Onderzoekt: haat probeert hij uit te vinden wat haat precies is, hoe het ontstaat en wat voor soorten haat er heersen in Nederland. Haat zat, lijkt mij. Moslimhaat, vrouwenhaat, jodenhaat, twitterhaat, homohaat, eendenhaat, jihadhaat, kunsthaat, Ajaxhaat, toeristenhaat, boswachtershaat, overheidshaat, mensenhaat, opsommingshaat.

Eikelboom had een haatprofessor ingeschakeld (sociaal psycholoog Paul van Lange) die uitlegde hoe gevoelens van pijn, onmacht en slachtofferschap haat kunnen aanwakkeren. Herhaling speelt een belangrijke rol. Haat is een plantje dat regelmatig water moet krijgen. Van Lange liet met eenvoudige testjes zien dat ook de presentator ertoe verleid kon worden een antipathiek figuur dwars te zitten.

„Waarom heeft de een wel haat en de ander niet?” was de leidende vraag. Een opmerkelijke formulering. Kennelijk is haten niet langer iets wat je doet (en wat iedereen dus kan doen), maar iets wat je hebt. Een persoonskenmerk. In het programma wordt haat beschouwd als de overtreffende trap van woede, die zich richt tegen personen of hele groepen mensen.

Drie mensen ‘met veel haat’ werden geportretteerd. De eerste was een Groninger wiens huis op instorten staat en die dusdanig is getergd door de overheid dat hij hem bezoekende functionarissen wel achter het behang zou willen plakken – als de muren dat zouden houden.

De tweede was een vrouw uit Almere die in Amsterdam mantelzorg verricht voor een 95-jarige. Dat doet ze als vrijwilliger omdat ze geen belasting wil betalen aan een staat die alles doet voor ‘medelanders’. In haar eigen wijk blijkt ze die ‘medelanders’ van veel de schuld te geven, bijvoorbeeld als er een oude deur op straat is gedumpt. „Je wéét helemaal niet wie dat heeft gedaan”, zegt de verder omzichtig opererende Eikelboom. De meeste inconsequenties in haar betoog laat hij onaangeroerd. Wel wijst hij haar erop dat ze de poep van haar hond niet opruimt.

Trots op haat

Een stukje heftiger is Eikelbooms ontmoeting met de joviale ‘patriot’ Ben. Hij heeft thuis aan de muur twee grote foto’s hangen van een door brandstichting verwoeste moskee in Vianen. Ben gaat een biertje halen voor zijn gast. Hij wil met de verbouwereerde Eikelboom toasten op de afgebrande moskee. Zijn enthousiasme heeft een bevreemdend effect: hij lijkt werkelijk trots te zijn op zijn haat.

Meestal geldt haat toch als iets beschamends, als een zonde. Mensen beschuldigen hun tegenstanders in een debat van haat; zelf komen ze zelden voor hun haat uit. Juist daarom viel het me op dat twee van de drie voorbeeldhaters aan de rechterkant van het politieke spectrum waren gekozen. Zichzelf als links afficherende taartgooiers of deurbekladders kwamen in de eerste aflevering niet voor. Religieus geïnspireerde haters ook niet.

3Onderzoekt: haat maakt vooral duidelijk hoe goed het onderwerp is. Want er is ook nog haat die we gerechtvaardigd achten: die voor Michael P. of Volkert van der G. bijvoorbeeld. Wat valt dáár allemaal over te zeggen? Vast meer dan Johan Eikelboom in vier weken boven water krijgt, maar we hebben een begin.

    • Arjen Fortuin