Recensie

Een dorp waar ooit een meisje verdween

De nieuwe roman van Jon McGregor zit zo eenvoudig in elkaar dat het even duurt voor je het doorhebt. Elk hoofdstuk beslaat een jaar en bestaat uit door witregels gescheiden tekstblokken die elk zo ongeveer een maand bestrijken. Vrijwel elk hoofdstuk begint met een mededeling over afgestoken vuurwerk op nieuwjaarsnacht. En belangrijker, al die hoofdstukken spelen zich af in dezelfde kleine gemeenschap: een plattelandsdorp in Engeland waar op een dag, vlak voor oud en nieuw, een meisje spoorloos verdwijnt.

Het gaat om iemand van buiten, de 13-jarige Rebecca Shaw, die met haar ouders in een vakantiehuisje zat. Tijdens een wandeling met haar ouders blijft ze achter en wordt nooit meer gezien. Is ze weggelopen, verdwaald in de grotten, verdronken in een van de spaarbekkens? Het dorp staat op z’n kop, er worden zoektochten georganiseerd, de nationale pers strijkt neer – om te verdwijnen wanneer nieuwe ontwikkelingen uitblijven. Het meisje blijft weg. Het dorp blijft achter .

Reservoir 13 is geen thriller. Het is zelfs geen roman over een verdwenen meisje; het is een roman over een dorp waar ooit een meisje is verdwenen. In dertien hoofdstukken lezen we wat er dertien jaar lang in het dorp gebeurt. Zo volgen we de belevenissen en ontwikkelingen, gedachten en handelingen van een vrij groot aantal inwoners, onder wie de dominee, een boerenfamilie, de conciërge van de school, een pottenbakker, de moeder van een autistische jongen en een aantal jongeren die naar de middelbare school in de stad gaan, daarna naar de universiteit, en daarna al dan niet terugkeren naar het dorp.

In de dertien jaar die het boek beslaat verdwijnt het verdwenen meisje nooit uit het collectieve geheugen. ‘Het onderzoek werd voortgezet.’ ‘Er was geen nieuws.’ Maar er zijn wel geruchten. De ouders van het meisje keren regelmatig terug. De pubers van het dorp weten meer. Er wordt kleding teruggevonden. Ondertussen komen de paden van de dorpsbewoners samen en splitsen ze zich weer.

Het dorp is meer dan een decor, het is een organisme waarvan de onderdelen niet noodzakelijkerwijs hecht verbonden zijn, maar ook niet los staan van elkaar. En het dorp bestaat niet alleen uit mensen, maar ook uit dieren, en landschap: ook de vossen, dassen en kraaien worden elk jaar weer genoemd. En telkens weer wordt de dorpsfontein versierd, elk jaar lezen we daar weer iets over, kort, terloops, pas tegen het einde komen we erachter hoe die versiering precies in z’n werk gaat.

Dat laatste is typerend voor McGregors aanpak: hij legt niet meteen alles uit, hij behandelt de lezers als ingewijden, en roept daarmee spanning op, ook op zo’n klein onderdeel als die fontein. Steeds weer denken we: hoe zit het nu precies met die versiering – zoals we ook steeds denken: hoe zit het nu met die verdwijning? In plaats daarvan leren we van alles over de bewoners.

Met een alziend oog, dat ieders belevenissen volgt, oordeelt McGregor niet. HIj registreert. Iets dergelijks deed hij in zijn bekroonde roman Even the Dogs (2010), waarin een alwetende ‘wij’ een groepje verslaafden volgde. McGregor is geen socioloog die zijn lezers wel even zal vertellen hoe het in zo’n gewoon dorp toegaat. Zie de mens, zegt hij, maar zachtjes, bijna bescheiden, niet pompeus. Een bijzonder boek.

    • Rob van Essen