Opinie

    • Auke Kok

De Spiegelgracht oversteken, ik geef het je te doen

De eerste stap gaat nog wel, zie ik de Aziaten denken. Met een vleugje vastberadenheid dalen drie witte sneakers van de stoeprand naar de straatstenen, waar het gevaar dreigt. De Aziaten, ik gok Japanners en niet de jongsten meer, houden elkaar vast. Twee mannen en een vrouw: zij knijpt vertwijfeld in een pols die haar is aangeboden. Ik snap dat wel. Oversteken op de hoek Prinsengracht, Spiegelgracht, vraagt jarenlange ervaring. Dit zijn ze niet gewend; niet deze chaos van fietsers en auto’s en scooters en wandelaars op een kruispunt van twee grachten. Twee bruggen haaks op elkaar, niveauverschillen, de koortsige avondspits. Ik geef het je te doen.

Vijf meter, meer kan het niet zijn naar de veiligheid van het terrasje van Café Heuvel waar ik zit. De vijf meter voelen als vijfhonderd.

Tweede stap. Het Japanse trio versteent. Een peloton fietsers rijdt met een voor de senioren raadselachtige snelheid praktisch over hun voeten richting het Rijksmuseum.

De Japanners hadden blijkbaar geen idee dat de rinkelende bellen ‘opzij jullie!’ betekenden. Fietsers mogen hier links van de gracht rijden, er is met dat doel een strookje aangelegd, afgebiesd met een heggetje. Uniek stukje verkeerstechnologie dat de paniek onder de Japanners verhoogt. Wie rekent daarop? En de route naar de stoeprand was ook al verre van licht geweest. De brug over de Spiegelgracht, waar ze net overheen liepen, had op een kermis geleken. Het is een populaire brug onder toeristen, ideaal voor foto’s met de torentjes van het Rijks op de achtergrond en overal bakken geraniums aan de reling. Winkeliers en caféhouders bij het kruispunt betalen de geraniums zelf. Gelijk hebben ze. De ganse dag staan hier stelletjes, vrienden, gezinnen van over heel de wereld selfies te maken.

Bij Tinkerbell Speelgoed vliegen zeepbellen woest de gracht op.

Tussen de kriskras lopende, gedesoriënteerde toeristen hebben de Aziaten de stoeprand van de Brug der Selfies dus bereikt. Ze vluchtten voor een wolk van tule van een gelukzalig ronddraaiende bruid en nu hebben ze twee hele stappen gezet. Maar hoe nu verder? Het terras waar ik zit lijkt onbereikbaar. Terug kan niet, dan blokkeren ze de stroom fietsers langs de Spiegelgracht opnieuw. Vooruit? Ja. Nee. Schuin links van hen spuit een pizzakoerier vanaf de Prinsengracht de hoek om, wat niet mag, en vervolgt zijn weg over de linker kade, wat ook niet mag, maar daar hebben de Japanse oudjes die elkaar nu half achterover vallend omklemmen weinig aan.

Ze kijken alsof hun leven ieder moment voorbij kan zijn. Drie Aziaten in driehonderdzestig graden onzekerheid. Volgend stapje dan maar. Pas op! — eerst de taxi die uit hun rechter ooghoek nadert voor laten gaan. Dan ook de bakfietsmoeder aan de verkeerde kant van het heggetje maar even laten passeren. Het duurt een eeuwigheid.

Dan, eindelijk, nemen ze hun laatste drie stappen naar het terras, meer uit wanhoop dan uit berekening. Een Babylonische oversteek is volbracht.

Auke Kok is schrijver en journalist.
    • Auke Kok