De eerste drie maanden van burgemeester Femke Halsema

Burgemeester Veel aandacht voor veiligheid, vrijzinnigheid en het vrije woord. Plus een nachtelijk bezoek aan de Wallen en geen fundamentalisten aan tafel. De burgemeester oogst tot nu toe meer lof van rechts dan van links.

Halsema stapt uit de metro op station Noord tijdens de opening van de Noord/Zuidlijn. Foto Jasper Juinen/ANP

Femke Halsema is twintig minuten te laat. In de openbare bibliotheek van Molenwijk, Amsterdam-Noord, begint de organisator van de voorleeslunch voor ouderen een beetje nerveus te worden. Waar blijft de burgemeester? Van de vijftig senioren die aan lange tafels zitten te wachten zijn er al twee vertrokken: het duurt ze te lang.

Kijk, daar is Halsema. „Wat zitten jullie hier gezellig!”, zegt ze meteen bij binnenkomst. Ze gaat de tafels af, geeft hier en daar een hand.

„U had hier al drie kwartier geleden zullen zijn!”, zegt een oudere mevrouw met een broodje voor haar neus. „Nee joh, dat moet een vergissing zijn”, antwoordt Halsema. „Ik ben hoogstens een kwartiertje te laat. Maar ik zal het navragen.”

Handen schudden, praatjes maken – het is de core business van een burgemeester op werkbezoek. Vragen van burgers – hoe vreemd ook – horen er eveneens bij. Halsema weet al hoe je daar met een kwinkslag mee omgaat, blijkt in Molenwijk.

„Heeft u diploma’s voor burgemeester?”, wil een mevrouw weten. „Nou, ik heb m’n zwemdiploma”, antwoordt Halsema. Gelach. En dan serieus: „Maar ik heb wel extra instructies gekregen voor als er een crisis is.”

Koerswijziging

Drie maanden is Femke Halsema nu burgemeester van Amsterdam. In die tijd zijn de eerste contouren van haar bestuurlijke aanpak en stijl zichtbaar geworden. Wat opvalt? Één: ze is niet bang om stevig over te komen als het om veiligheid gaat. Twee: ook als ‘neutrale’ burgemeester probeert de oud-GroenLinks-leider vrijzinnigheid en het vrije woord te propageren.

Anderhalve maand na haar aantreden kwam ze al met een eigen visie op een van de prangendste dossiers in de stad: het antiradicaliseringsbeleid. In een brief aan de gemeenteraad koos ze voor een koerswijziging: ze wil niet samenwerken met organisaties van salafistische moslims, een fundamentalistische stroming die een terugkeer naar de ‘originele islam’ nastreeft. Waarnemend burgemeester Jozias van Aartsen had juist besloten de banden met dit soort clubs aan te halen.

Halsema moet daar niets van weten. „Mensen die de gelijkwaardigheid van man en vrouw en van homoseksuelen niet serieus nemen, die anti-democratisch zijn, die nodig ik niet uit aan de bestuurstafels van onze stad”, zei ze in de gemeenteraad. Ze nam nog een principiële stap: uit het programma Radicalisering en Polarisatie werd het woord ‘polarisering’ geschrapt. „Heftig en soms onverzoenlijk meningsverschil hoort thuis in onze democratische rechtsstaat en in onze vrije stad”, schreef ze.

Lees ook: Femke Halsema, raspolitica met een stekelig karakter

Met haar stellingname oogstte Halsema vooral lof van de rechtse partijen in de raad: VVD, CDA en Forum voor Democratie. De linkse partijen waren minder gelukkig. Er zijn ook genoeg salafisten zonder radicale politieke agenda, zei Femke Roosma van Halsema’s eigen GroenLinks. „Onzorgvuldigheid in woorden kan leiden tot onterechte verdachtmakingen en aanwakkeren van moslimhaat.” Halsema beloofde zich genuanceerder te zullen uitlaten. Ze zou voortaan spreken over „extremistische” of „jihadistische” organisaties.

Lof van rechts en scepsis van links oogstte Halsema ook met haar opmerking op stadszender AT5, half september, dat ze gebedshuizen zou willen sluiten als die een gevaar vormen voor de openbare orde. Ze doelde daarmee op radicale moskeeën als El Tawheed. „Als je doet aan haatzaaien of ronselen voor de jihad, is een gebedshuis geen gebedshuis meer maar verwordt het tot een locatie waar criminele activiteiten worden ontplooid.”

Fietstocht Tour d’Amour in het Vondelpark om aandacht te vragen voor de bestrijding van aids.
Foto Koen van Weel/ANP
Femke Halsema op de boot van de gemeente tijdens de Canal Parade in de grachten, onderdeel van de Amsterdam Gay Pride.
Foto Remko de Waal/ANP
Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP
De burgemeester bij het P.C. Hoofthuis, bezet door studenten. Ze werd niet binnengelaten.
Foto Koen van Weel/ANP

Nachtelijk bezoek

Zo scherp stelde zelfs Van der Laan, toch een bestuurder met een duidelijk law and order-profiel, het nooit. Het lijkt erop dat Halsema bij haar aantreden een belangrijke les ter harte heeft genomen: laat vanaf dag één zien dat het je menens is met veiligheid en openbare orde, want dat is de kerntaak van iedere burgemeester.

Zo bracht ze ook meteen een nachtelijk bezoek aan de Wallen en het Leidseplein. De gemeentelijke ombudsman had deze gebieden bestempeld tot een „urban jungle” waar de wet door de grote mensenmassa’s nauwelijks gehandhaafd wordt. Kort daarop kondigde Halsema nieuwe maatregelen af tegen de nachtelijke anarchie, zoals het afsluiten van straten voor ‘dweilpauzes’ om de rommel op te ruimen en mobiele pinautomaten voor handhavers om boetes ter plekke te innen.

Stevig betoonde Halsema zich ook bij de Amsterdamse brandweer, waar commandant Leen Schaap met harde hand een einde probeert te maken aan de wetteloosheid op de kazernes. Halsema sprak haar steun uit voor Schaap maar vroeg ook voormalig commandant der strijdkrachten Peter van Uhm om onderzoek te doen naar de vertrouwenscrisis tussen de korpsleiding en de uitrukdienst. Een politiek slimme zet: Van Uhm is door alle partijen met applaus ontvangen – en hij leidt voorlopig de aandacht af van de moeilijke keuzes die Halsema straks moet maken.

Minder lik op stuk dan Van der Laan is Halsema bij het sluiten van winkels of bedrijfspanden waar geweldsincidenten plaatsvinden. Meteen op haar eerste dag als burgemeester was het raak: een liquidatiepoging bij een koffiezaak in de Pijp. Die ging stante pede voor drie maanden dicht, maar daarna werd duidelijk dat Halsema die regel niet meer automatisch toepast: ze bekijkt het voortaan van geval tot geval.

Lees ook: Het wereldbeeld van de burgemeester van Amsterdam

En de onverwachte „crisis” waar Halsema het bij de ouderen van Molenwijk over had? Één gebeurtenis plaatste haar tot nu toe in de landelijke schijnwerpers als chef-handhaving van de hoofdstad: de steekpartij, eind augustus, op het Centraal Station. Halsema en de rest van de lokale ‘driehoek’ (politie, OM) kregen lof voor hun optreden. Zo maakten ze vrijwel meteen bekend dat de aanvaller, Jawed S., moslimterroristische motieven had en geen ‘verward persoon’ was. Daarmee namen ze complotdenkers en radicale opiniemakers de wind uit de zeilen.

Naast raadsgriffier Marijke Pe tijdens de eerste gemeenteraadsvergadering van Femke Halsema.
Foto Jerry Lampen/ANP
Zilveren Medaille van de stad Amsterdam voor dirigent, pianist en componist Reinbert de Leeuw.
Foto OLAF KRAAK/ANP
Bezoek aan de Johan Huizingalaan in Slotervaart na een explosie bij een restaurant.
Robin van Lonkhuijsen/ANP

Tevergeefs voor de deur

Een crisis van kleiner formaat was de bezetting van het P.C. Hoofthuis door studenten die protesteerden tegen bezuinigingen op het hoger onderwijs. Daar kon Halsema haar gezag minder laten gelden. Het gebouw van de Universiteit van Amsterdam werd weliswaar geweldloos ontruimd, maar Halsema stond ook tien minuten tevergeefs voor de deur om met de actievoerders te praten. Die lieten haar uiteindelijk niet binnen.

Het belangrijkste deel van Halsema’s beleid moet nog komen. Later dit jaar volgt een gedetailleerder plan voor anti-radicalisering en komen Halsema en het college met een ‘masterplan reiniging en handhaving’. Ook wil ze de ondermijning van het bestuur door criminelen aanpakken.

Één ding is al duidelijk: Halsema wil geen moraliserende burgemeester zijn. Bijvoorbeeld als het gaat om prostitutie. Onder invloed van oud-wethouder Lodewijk Asscher (PvdA) zag het stadsbestuur prostitutie jarenlang als iets dat ‘niet normaal’ is – en dus ingeperkt moest worden. Halsema denkt daar anders over. „Ik heb geen moreel oordeel over het werk”, zei ze twee weken geleden in de gemeenteraad, „maar ik vind wel dat prostituees onze bescherming en waardering verdienen”.

Ze gaat verder met My Red Light, een ‘gemeentebordeel’ dat door prostituees zelf geëxploiteerd wordt. Vóór haar burgemeesterschap was Halsema als bestuurder betrokken bij het project, dat inmiddels financieel in zwaar weer verkeert. Ze maakte onlangs bekend dat Corinne Dettmeijer, oud-Nationaal Rapporteur Mensenhandel, gaat onderzoeken hoe het bordeel kan blijven voortbestaan. Halsema: „Als dit niet lukt, doen we als gemeente een stap terug in het versterken van de weerbaarheid van prostituees.”

Tijdens hetzelfde raadsdebat sprak een PvdA’er herhaaldelijk over ‘moreel leiderschap’. „Dat vind ik een beetje pretentieus,” sneefde Halsema toen ze het woord kreeg. „Dus laat ik me beperken tot de uitdrukking ‘bestuurlijk leiderschap’.”

    • Thijs Niemantsverdriet