Recensie

Een wereld waarin verkrachting overal is en seks er door vergiftigd wordt

#MeToo Verkrachting is niets meer dan ‘slechte seks’, vindt de Australische feministe Germaine Greer (1939). In haar nieuwe controversiële essay bederft ze de victorie-stemming van de #MeToo-beweging. Roxane Gay laat in haar nieuwe boek juist de slachtoffers aan het woord.

Ze werd er onlangs weer aan herinnerd, toen ze de vrouw tegenkwam op een feestje. Jaren geleden was Germaine Greer na een bruiloft blijven overnachten in een landhuis, toen ze middenin de nacht wakker werd van geschreeuw in de kamer naast haar. ‘Laat me met rust’, had een vrouw geroepen. ‘Ga van me af!’

Pas onlangs kon Greer de vrouw vragen wat er aan de hand was geweest. Och, dat gebeurde wel vaker, zei die toen. Als haar man niet kon slapen, maakte hij haar wel eens vaker hardhandig wakker, wilde hij seks, en uit angst de rest van het huis wakker te maken liet ze dat vaak dan maar toe.

‘Was dat verkrachting?’, vroeg de vrouw aan Greer. ‘Ik ben bang van wel’, antwoordde die. ‘Maar je zult hem waarschijnlijk liever niet voor zeven jaar achter de tralies zetten.’ De vrouw had gegrijnsd en geknikt: haar vijf kinderen en over het algemeen toch gelukkige huwelijk wilde ze niet op het spel zetten.

Greer memoreert de anekdote in haar onlangs verschenen essay On Rape. ‘Een ander type feminist had haar waarschijnlijk overtuigd in actie te komen’, schrijft ze. ‘Maar ik kon me niet voorstellen dat het beter zou zijn haar over te halen […] tegen hem te rebelleren. Ze heeft het overleefd, is nog steeds getrouwd en heeft twaalf kleinkinderen.’

Binnen het feminisme zou je Germaine Greer (1939) kunnen vergelijken met de partijmastodont, die op onzalige momenten opduikt om de nieuwe generatie een ijsblokje achterin het hemd te gooien. In 2018 was het niet de vraag óf, maar wanneer Greer, ooit de stokebrand van het feminisme genoemd, een lucifer zou pakken om de hens te zetten in de eensgezinde victorie-stemming van de #MeToo-beweging.

In januari van dit jaar veroordeelde Greer het ‘gezeur’ van de #MeToo-voorvechtsters. In april noemde ze vrouwen die Harvey Weinstein hadden aangeklaagd ‘career-rapees’. In mei kondigde ze op het Hay Literature Festival in Wales haar essay On Rape aan, waarin ze zou betogen dat verkrachting in de meeste gevallen niets meer is dan ‘slechte seks’, waarvoor de straffen flink moeten worden verlaagd. Een ander literatuurfestival trok de uitnodiging aan Greer schielijk in.

Puntige rots

Voor alle ophef die het veroorzaakte, is On Rape een opvallend dun en ingetogen boekje. Het zijn geen boude stellingen of grote grepen waarmee Greer provoceert. Het zijn de terloopse, ogenschijnlijk banale vragen die ze opwerpt die het meest prikkelen. Wat verstaan we wel of niet onder verkrachting? Wat is het verschil tussen instemmen en toegeven? En, misschien wel de meest controversiële: waarom zijn vrouwen eigenlijk zo bang voor verkrachting?

Verkrachting is, schrijft Greer, ‘geen zeldzame en rampzalige gebeurtenis of een buitengewone daad gepleegd door monsters’, maar ‘onderdeel van het weefsel van het dagelijks leven’, een ‘puntige rots in het eentonige landschap van slechte seks’. Een ‘kwaad’, weliswaar, maar in de meeste gevallen niet gewelddadig. ‘Je kunt een slapende vrouw verkrachten zonder haar wakker te maken.’

Ooit was het simpel: verkrachting was het stelen van andermans vrouw. Nu is alleen de definitie al problematisch en Greer beschrijft dat scherp. Haar nauwgezette ontleding van de problemen om verkrachting een plek te geven binnen het rechtssysteem, is een van de sterkste passages. ‘Als een man je een blauw oog slaat, gaat men er niet vanuit dat je hem eerst verzocht hebt dat niet te doen’, schrijft Greer. ‘Wat verkrachting als misdaad onderscheidt van andere vormen van mishandeling, is het onoplosbare woordraadsel rondom ‘consent’.’

Juist in reactie op de #MeToo-discussie is ‘consent’, het best te vertalen als toestemming of instemming, een mantra geworden. Op sommige Amerikaanse campussen geldt inmiddels de regel ‘yes means yes’, in plaats van ‘no means no’, in Zweden is het sinds kort zelfs landelijk beleid. Maar hoewel dat theoretisch een mooi uitgangspunt is, is de praktijk weerbarstiger. Waar de grens ligt tussen toestemmen en toegeven is volgens Greer vaak onduidelijk. Een vrouw die zich niet luidruchtig verzet om de slapende kinderen niet wakker te maken; een vrouw te dronken om het woord nee – of ja – over haar lippen te krijgen; een vrouw die verstijft en zich niet verzet: Greer beschouwt het allemaal als verkrachting, maar voor een rechter maakt het geen schijn van kans.

‘Vrouwen hebben geen idee hoezeer mannen hen haten.’

En daar begint Greer toch op haar bekende wijze te provoceren, in de voor haar ogenschijnlijke logische gevolgtrekking, uit die constatering dat het verschijnsel alledaags is, maar het aantal veroordeelden verwaarloosbaar. Eigenlijk, stelt Greer, maken we verkrachting te groot, zijn de straffen die we erop zetten te hoog, steeds hoger zelfs, wat de druk op bewijslast opvoert en een veroordeling haast onmogelijk maakt.

Haar conclusie: de straffen op verkrachting moeten drastisch omlaag. ‘De simpele suggestie zal ophef veroorzaken’, schrijft Greer op haar vileinst. ‘En alleen dat al is een reden dat te doen.’

Blote borsten in de krant

De rol van plaaggeest speelt Greer al bijna vijftig jaar, sinds het verschijnen van haar debuut De vrouw als eunuch ( 1970). Het boek is inmiddels onderdeel van de feministische canon, en was destijds een handgranaat. Greer raast erin door de geschiedenis, waarin de onderwerping van de vrouw een constante is. Ook vrouwen zelf zijn daaraan schuldig en Greer schopte hard tegen het ‘burgertruttenfeminisme’. Misschien wel haar beroemdste zin: ‘Vrouwen hebben geen idee hoezeer mannen hen haten.’

Greers ideeën over de vrouwvijandige wereld en seksuele onderdrukking zijn tot vandaag invloedrijk. En dat zorgt er opmerkelijk genoeg voor dat ze in 2018, mogelijk tot haar eigen weerzin, op bepaalde punten prima aansluit bij moderne feministen.

De Amerikaanse schrijfster Roxane Gay is boegbeeld van een nieuwe generatie feministen. Vrouwen die gebrekkig mogen zijn. Lees ook: ‘Ik wil er zijn voor alle vrouwen’

Greer noemt het begrip zelf niet, maar wat ze in On Rape beschrijft zou je heel goed ‘rape culture’ kunnen noemen, een term die al door tweede golf-feministen werd gemunt, maar vooral de laatste jaren en met de #MeToo-discussie nieuwe geldigheid lijkt te hebben gekregen. In zo’n cultuur is verkrachting niet alleen ‘normaal’, maar dragen allerlei subtiele seksistische uitingen – gefluit op straat, flauwe grappen bij de koffieautomaat, blote borsten in de krant – daaraan bij. Precies het soort ‘complot’ dat je in De vrouw als eunuch ook wel kon lezen.

Een van de felste aanklagers van rape culture is de Amerikaanse feministe Roxane Gay (1974). Eerder dit jaar verscheen haar bundel Not That Bad. Dispatches From Rape Culture, een reactie op de #MeToo-discussie met persoonlijke verhalen van slachtoffers. De term mag veelgebruikt worden, schrijft Gay in haar inleiding, voor veel mensen is het niettemin onduidelijk ‘hoe het werkelijk is om te leven in een cultuur waar het niet de vraag is of, maar wanneer een vrouw te maken krijgt met enige vorm van seksueel geweld.’

De negenentwintig uitermate persoonlijke bijdragen die volgen gaan over die cultuur, waarin twaalfjarigen sexy moeten poseren, zestienjarigen worden uitgeleend aan vrienden en moeders zich gedwongen voelen hun jonge dochters te waarschuwen.

Zulke verhalen zijn aangrijpend, maar leveren niet altijd goed proza op. Soms vraag je je af wat de waarde is van het afdrukken van wat toch vooral een #MeToo-facebookpost lijkt. Een paginalange uiteenzetting over die ene griezel, die om onduidelijke reden een tijdje aantrekkelijk leek, maar achteraf toch vooral een griezel, is misschien herkenbaar, maar niet per se een krachtig bewijs van rape culture.

PTSS-patiënten

‘Het lijkt erop dat seks tussen hetero’s in crisis verkeert’, schrijft Greer. Ze roept op een ‘weg te vinden uit het moeras van bitterheid en verwijten’. Maar daar slaat ze een andere, en curieuze richting in. Juist de alomtegenwoordigheid van verkrachting brengt haar tot de conclusie dat we het te groot maken. Waarom zijn onze dochters banger voor een penis dan onze zoons voor messen en pistolen, vraagt ze zich af. Ze noteert droog: ‘Een elleboog, of zelfs een duim, kan meer schade aanrichten dan een penis.’

Dat klinkt misschien ferm, maar is natuurlijk een karikatuur. Verkrachting gaat om macht en totale vernedering, en wordt al van oudsher juist om die reden als oorlogswapen ingezet, zoals onlangs nog is onderstreept door het Nobelcomité.

Nog hatelijker wordt Greer als ze haar verbazing schetst over het feit dat het aantal PTSS-patiënten onder verkrachte vrouwen groter is dan onder oorlogsveteranen. Zou het kunnen, vraagt ze, dat niet de verkrachting zelf traumatisch is, maar het proces erna, de bewijsgaring, het telkens moeten vertellen van je verhaal én de maatschappelijke norm dat het traumatisch zou moeten zijn?

Keer op keer werd Gay verteld dat wat haar was overkomen (groepsverkrachting op haar twaalfde) ‘not that bad’ was.

Dan blijken de essays in de bundel van Roxane Gay toch interessanter. Keer op keer werd Gay verteld dat wat haar was overkomen (groepsverkrachting op haar twaalfde) ‘not that bad’ was, dat ze er inmiddels toch wel overheen is. Andere vrouwen beschrijven hoe hun loopbaan geblokkeerd werd, hoe kleine vergrijpen tot grotere leiden en hoe onmogelijk het kon zijn er eerder over te spreken. Dat laatste is ook weer relevant, nu je overal hoort verzuchten dat de ‘misstap’ van rechter Brett Kavanaugh toch wel héél lang geleden is.

Zowel Greer als Gay beschrijven een wereld waarin verkrachting overal is, waarin seks er haast per definitie door vergiftigd wordt. Maar terwijl Gay die wereld aanklaagt, maakt Greer de ervaring van ervan vooral relatief en subjectief en de omgang ermee vooral individueel.

Slachtoffers

De drang vrouwen wakker te schudden, of niet zonder enig genoegen van de duikplank te duwen, is een constante in Greers werk. Bevrijd jezelf, schreeuwde ze hen al in 1970 toe. Ontwikkel je seksueel! Laat je schaamhaar staan! Proef je menstruatiebloed! Greer had ook altijd al een handje van victim blaming. In De vrouw als eunuch pochte ze dat vrouwen huiselijk geweld zelf toelieten, dat zijzelf nóóit last zou krijgen van een man met losse handjes.

NRC sprak 23 mensen over hun ervaringen met seksuele intimidatie en misbruik. “‘Hé, het was toch een gebbetje’, hoor je achteraf”

Maar in haar recentste uitingen, hoor je ook frustratie, een zeker defaitisme, dat vijftig jaar later vrouwen nog stééds slachtoffer zijn. Of zich, zoals Greer betoogt, slachtoffer láten maken, zonder zich te bekommeren om de juridische stappen daartegen.

Juist daar zitten de twee onoverkomelijke problemen in haar betoog. Het is onmogelijk nog iets over verkrachting te zeggen als je het begrip zo ruim opvat. Dat is een breder probleem met het begrip ‘rape culture’. Als ‘slechte seks’ hetzelfde is als bont en blauw worden geslagen door een onbekende, dan wordt het schier onmogelijk iets over trauma’s en straf te zeggen. Greer wil juist al die ongewenste seks onderbrengen bij het strafrecht, zodat de enige oplossing het verlagen van de straffen wordt.

Een hashtag vindt Greer tandeloos en ‘laf’. De waarde die het heeft om aandacht te vragen voor de getuigenis, als aanklacht tegen een systeem waarin de ervaring van de vrouw te vaak is genegeerd, ziet ze niet. Dat naast het straffen van daders ook een cultuurverandering mogelijk kan zijn, een wereld waarin handen op billen en stomdronken grensoverschrijdingen niet normaal zijn, is niet eens denkbaar.

Greer toont daarmee in extreme vorm een reactie die je wel meer ziet bij feministen van vorige generaties. #MeToo is voor hen een zwaktebod, een zwelgen in een rol die de vrouw nou juist niet meer moest aannemen. Enige rancune is dan nooit ver weg, in het gevoel dat zij het toch ook hebben doorstaan. Ons is het niet gelukt mannen te veranderen, denk maar niet dat het met jullie hashtags wel gaat lukken, lijkt de boodschap.

Dat Greers essay tergt, bijt en soms alle kanten uitschiet is niet erg, dat is altijd haar rol geweest. Maar de manier waarop ze niet alleen verkrachting, maar ook een nieuwe beweging daartegen uiteindelijk bagatelliseert, is niet prikkelend maar reactionair.

    • Clara van de Wiel