Brieven

Brieven

De Opstand

Willem de Zwijger

Peter Vandermeersch benadrukt in zijn essay Het had zo anders kunnen lopen (6/10) hoe in 1576 de Pacificatie van Gent door de staten van de noordelijke gewesten én die van Vlaanderen, Brabant, Henegouwen en Artesië werd ondertekend. Het in 1581 opgestelde Plakkaat van Verlatinghe werd namens de meeste noordelijke gewesten, Vlaanderen, Brabant en Mechelen geratificeerd. Vandermeersch laat (beleefd?) een belangrijke reden achterwege waarom tussen 1581 en 1585 de Vlaamse provincies in Spaanse handen vielen. Louis Paul Boon deed dat niet in zijn ontroerende, in 1979 gepubliceerde Geuzenboek.

Hierin beschrijft hij prins Willem I van Oranje als een opportunistische en onbetrouwbare leider, die vooral zijn mond goed kon houden en lang de kat uit de boom keek. Boon is van mening dat hij er vooral op uit was zijn door Philips II onteigende, in de noordelijke provincies gelegen bezittingen weer in handen te krijgen en daarom de opstandige Vlaamse gewesten aan hun lot overliet. Mede hierdoor kwam tussen 1568 en 1585 eenderde van de inwoners van Vlaanderen om, terwijl een derde deel vertrok, vooral naar de Noordelijke Nederlanden. Zonder hen zou de Republiek niet zo’n snelle economische ontwikkeling hebben gekend.

Ook in de eerste afleveringen van de televisieserie 80 Jaar Oorlog van de NTR stipt men Willem de Zwijgers opportunistische gedrag heel voorzichtig aan. Het lijkt erop dat zijn rol in de Nederlandse geschiedenis lang is verheerlijkt.

D66

Juichverhaal?

Nederland is een grote belofte rijker, een waar politiek talent is onder ons opgestaan. Nu ben ik geen D66-lid, dus wellicht stond Rob Jetten daarom niet op mijn netvlies. Maar opeens is hij daar, unaniem gekozen. Zegt men. Mag ik aan dit juichverhaal toevoegen dat dit een mokerslagje is voor alle capabele, vernieuwende, begaafde, intelligente, ambitieuze, aansprekende, resultaatrijke D66-vrouwen.

Klaarblijkelijk is het moeilijk om een vrouwelijk supertalent op het netvlies te krijgen en daarin te investeren. Dat is de grote conclusie die we uit dit Jetten-juichverhaal kunnen trekken. Om deze oude mechanismen te doorbreken hoeft D66 alleen maar de eigen verkiezingsleuzen in de praktijk te brengen. Ik noem er een paar: „Anders. Ja.” „En nu vooruit”. „Kansen voor iedereen.”

Oudnederlands

Gelobistu in got?

In het artikel over de vondst van een Oudnederlands woord (Heel vroeg Nederlands: ‘blinn auga’, 9/10) worden de moeilijk begrijpelijke Wachtendonckse Psalmen weer eens de oudste langere tekst in het Oudnederlands genoemd: tiende-eeuws, overgeleverd in een zestiende-eeuws handschrift.

De Utrechtse doopbelofte is uit de achtste eeuw en staat in een handschrift uit die tijd in het Vaticaan, Cod. Pal. lat. 577. Je hebt er geen woordenboek bij nodig. Het heet Oudsaksisch te zijn, maar elke Nederlander kan het lezen. Het is vraag en antwoord bij een doop:

gelobistu in got alamehtigan fadaer? ec gelobo in got alamehtigan fadaer. gelobistu in crist godes suno? ec gelobo in crist godes suno. gelobistu in halogan gast? ec gelobo in halogan gast.

De hele tekst is te vinden in Marieke van Vlierden: Willibrord en het begin van Nederland (1995).

Eiceldonatie

Dien het kind!

In het artikel Denk in de eiceldiscussie aan belang van het kind (9/10) stelt de schrijfster in wezen het ethische aspect van sperma- of eiceldonatie aan de orde. En dat punt is nog breder. Wie een kind verwekt is door dat feit alleen al ethisch verplicht om alles te doen wat in zijn/haar vermogen ligt om het welzijn van het kind optimaal te dienen. Dat is een plicht die, behoudens noodgevallen, primair ligt bij de biologische ouder.

Bij bedoelde donaties verzaakt men al bij het begin aan die plicht. Reden voor mij om donorschap nooit zelfs maar te hebben willen overwegen.

    • O.L.E. Jongmans
    • Wim van den Bosch
    • Yvonne Brink
    • Dé Steures