Opinie

    • Floor Rusman

Blokkeerfriezen zijn niet de nieuwe provo’s

Een jaar geleden was Jenny Douwes nog gewoon hoogwerker- en heftruckverhuurder, vandaag is ze daarnaast ook martelaar. Het is de derde dag van het proces tegen de ‘blokkeerfriezen’, oftewel de 34 mensen die vorig jaar op de A7 anti-Piet-demonstranten de weg versperden. Jenny Douwes, of Jenny d’Arc zoals ze heette in De Telegraaf, wordt als enige ook voor opruiing vervolgd: zij had opgeroepen tot de blokkade. De blokkeerfriezen kregen de afgelopen dagen veel steun, sommige sympathisanten reisden zelfs af naar de rechtbank in Leeuwarden.

Ik moest ineens denken aan Hans Tuynman, die in het voorjaar van 1966 ook een martelaar werd door op te ruien. Tuynman was een provo, wat inhield dat hij deelnam aan ludieke acties die geregeld door de politie uit elkaar werden geslagen. Uit protest daartegen organiseerde het anarchistische Provo een demonstratie, die door de Amsterdamse burgemeester Van Hall werd verboden.

Provo heette niet voor niets Provo, dus Tuynman duwde op 1 april een pamflet in de handen van een politieagent. „Door het demonstratieverbod negeert Van Hall opnieuw het recht op vrije meningsuiting!”, stond erop, in geagiteerd handschrift. „Amsterdammers, protesteert individueel tegen dit diktatoriaal besluit van de autoriteiten.” Dat ‘individueel’ was een geintje, want tijd en plaats stonden erbij: 2 april, 3 uur, Dokwerker. Tuynman zelf kon er niet bij zijn: direct na de ‘ludieke’ overhandiging aan de agent werd hij gearresteerd. Opruiing, drie maanden cel, oordeelde de rechter. Op de publieke tribune riepen Tuynmans medeprovo’s „Boe!” en „Leve de revolutie!”

In de maanden erop eiste een stoet boze burgers (of langharig tuig, zoals ze toen heetten) elke zaterdag bij de gevangenis Tuynmans vrijlating. „Iedere week drong het geluid duidelijker tot mijn cel door. Hieruit concludeerde ik dat niet alleen het protest krachtiger werd maar dat dit bij de burgerij meer weerklank begon te vinden”, zei Tuynman achteraf tegen De Telegraaf. Die steun bleek ook uit de advertentie, ondertekend door vijfhonderd Nederlanders, die in juni verscheen. De ondertekenaars voelden zich in hun „rechtsgevoel beledigd” vanwege Tuynmans behandeling.

Geschiedenis herhaalt zich nooit, maar rijmt altijd een keer, zoals Spinvis zingt. Ook Jenny Douwes voelt de steun van het volk, dat haar volgens De Telegraaf een „bijna niet te tellen” hoeveelheid kaarten, brieven en mails schreef. Leefbaar Rotterdam-raadslid Tanya Hoogwerf schreef op opiniez.com dat ze zich „aangetast” voelde in haar „rechtvaardigheidsgevoel” vanwege de rechtszaak.

De parallellen zijn niet toevallig. Dat rechts de antiautoritaire houding van links heeft overgenomen, is al vaker opgemerkt. (Overigens kun je je afvragen of de blokkeerfriezen allemaal ‘rechts’ zijn, maar de hele links-rechtsdiscussie laat ik vandaag even zitten.) Links voelde zich de underdog, nu doet rechts dat. Het bijbehorende idioom („verzet”, „revolutie”) is meeverhuisd. Douwes gebruikte in De Telegraaf zelfs de term „ludieke actie”, afkomstig van Provo, om het aanvankelijke plan te beschrijven.

Maar laten we in deze wirwar van rijmende fenomenen de verschillen niet vergeten. Want inhoudelijk zet het nieuwe verzet het oude op z’n kop. De provo’s wilden demonstreren mogelijk maken, de blokkeerfriezen juist niet. De provo’s streden voor vrije meningsuiting, de blokkeerfriezen wilden die beperken. Want ja, natuurlijk waren ze ervoor, maar „niet voor iedereen” of „niet op deze dag”. De provo’s en andere linkse activisten wilden een hiërarchie afbreken, de blokkeerfriezen willen er een creëren: eerst de rechten van henzelf, dan die van de anderen.

Floor Rusman is redacteur van NRC
    • Floor Rusman