„Door in de kast te blijven hopen lhbt’ers zichzelf te beschermen, in de praktijk leidt het juist tot negatieve uitkomsten.”

Foto David van Dam

‘Wie in de kast blijft, moet continu opletten’

Interview Jojanneke van der Toorn Hoe zorg je dat lhbt-werknemers zich thuis voelen op werk? In Leiden wordt daar nu onderzoek naar gedaan.

Midden in de Spectrumzaal van de Universiteit Leiden staan deze donderdag vijf lege stoelen. Ze zijn gereserveerd voor iedereen die zijn coming-out-verhaal wil delen. „We geloven dat gehoord worden helpt bij je herstel en het accepteren van jezelf”, schrijven de initiatiefnemers op Facebook. Aanleiding is de internationale Coming Out Day op 11 oktober, bedoeld om de sociale acceptatie van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender mensen (lhbt’ers) te bevorderen.

Aan diezelfde Universiteit Leiden bekleedt Jojanneke van der Toorn (39) sinds vorig jaar de bijzondere leerstoel ‘LGBT workplace inclusion’: een samenwerking tussen de universiteit en de Workplace Pride Foundation, gefinancierd door KPN. Ze doet onderzoek naar seksuele oriëntatie en genderidentiteit op het werk, onder meer door te kijken naar de effectiviteit van diversiteitsbeleid en de rol van ‘roze netwerken’ in organisaties. Oftewel: hoe zorg je ervoor dat werknemers het gevoel hebben dat ze erbij horen en zichzelf kunnen zijn?

„Zichtbaarheid en openheid, rolmodellen en netwerken van medewerkers kunnen bijdragen aan een inclusieve werkomgeving”, vertelt Van der Toorn in haar werkkamer in Leiden. „Maar naast kennis over concrete initiatieven is er ook meer inzicht nodig in de blinde vlekken in diversiteitsbeleid, en de psychologische obstakels die goed beleid in de weg staan.” Veel mensen relateren dit onderwerp bijvoorbeeld aan seksueel gedrag. „Die zeggen: ‘Ik heb het met collega’s toch ook niet over wat er in mijn slaapkamer gebeurt?’ Daarmee slaan zij de plank dus mis.”

Waarom komen mensen op hun werk niet altijd uit voor hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit – de sekse waarmee ze zich identificeren?

„Omdat ze bang zijn voor negatieve reacties en discriminerend gedrag van collega’s en leidinggevenden. Dat is geen ongegronde angst: die discriminatie ís er, mensen hébben vooroordelen. Ze worden alleen steeds subtieler, en zijn daardoor moeilijker te bestrijden.”

Een fors aantal transgenders in Nederland zegt vanwege hun achtergrond te zijn gediscrimineerd op het werk. „Als man werd ik eerlijker betaald en had ik duidelijk meer aanzien.”

De belangrijkste oorzaak van de problemen is volgens Van der Toorn de heteronormativiteit die de samenleving, en ook de werkvloer, kenmerkt. „Het gaat om het idee dat je mensen kunt onderscheiden in twee genders: mannelijk en vrouwelijk, met bijbehorende natuurlijke rollen. Het idee dat vrouwen op mannen vallen, en mannen op vrouwen. Voor mensen die van deze normen afwijken, is er geen plaats.”

Je merkt dat in de praktijk bijvoorbeeld aan de manier waarop werkgevers communiceren, zegt Van der Toorn. „Brieven hebben bijvoorbeeld vaak de aanhef mevrouw of meneer.” Daarnaast, zegt Van der Toorn, zit de norm ook in persoonlijke interactie. Vragen als: ‘Komt je man ook mee naar de kerstborrel?’, geven aan dat de verwachting is dat je hetero bent. Maar flauwe grappen en pesterijen komen ook voor.

Waarom is het belangrijk om op je werk ‘uit de kast’ te kunnen zijn?

„Om verschillende redenen. Ten eerste omdat je seksuele oriëntatie en genderidentiteit een belangrijk deel uitmaken van wie je bent. Op het werk delen we veel van ons persoonlijke leven: we vertellen tijdens de koffiepauze hoe we het weekend hebben doorgebracht en met wie, wat onze vakantieplannen zijn, wat we belangrijk vinden. Dit draagt bij aan onderling vertrouwen, en dat leidt tot een betere samenwerking. Wie in de kast blijft, moet continu letten op wat-ie wel en niet prijsgeeft. Dat kost energie, en heeft psychologische nadelen. Je werkgeheugen wordt erdoor beïnvloed, je bent niet zo gefocust als je zou kunnen zijn.

„Eigenlijk is er dus sprake van een paradox: door in de kast te blijven hopen lhbt’ers zichzelf te beschermen, maar in de praktijk leidt het juist tot negatieve uitkomsten voor henzelf én hun organisatie.”

Stel dat een bedrijf besluit: we gaan werken aan die inclusieve werkomgeving. Waar moet zo’n bedrijf dan beginnen?

„Ik zou om te beginnen altijd input vragen van de werknemers. Creëer draagvlak. Zeg: we willen hiermee aan de slag en stellen het op prijs als jullie willen meedenken. Daarnaast is steun vanuit de top cruciaal. Naar hen wordt over het algemeen geluisterd, en zij hebben het vermogen mensen en budget vrij te maken.

„Maar: je moet óók het middenmanagement betrekken en meekrijgen. Wat ik vaak zie is dat beleid er op papier prima uitziet, maar dat er op de werkvloer eigenlijk weinig van te merken is. Uiteindelijk worden ervaringen toch grotendeels bepaald door de normen die een leidinggevende op een afdeling hanteert.”

Veel gemeenten hangen op Coming Out Day de regenboogvlag uit. Shell serveerde eens fruit in regenboogkleuren. Vindt u dat bedrijven iets met deze dag moeten doen?

„Ik denk dat het een mooie gelegenheid is om zichtbaarheid te geven aan lhbt-werknemers binnen je organisatie. Het laat zien dat het management het belangrijk vindt, misschien komt er wel een discussie op gang.

„Tegelijkertijd kun je er niet mee volstaan. Het is erger er op deze dag wél aandacht aan te besteden en het thema de rest van het jaar links te laten liggen, dan er helemaal niets mee te doen. Windowdressing, daar wordt niemand blij van. Organisaties wekken dan verwachtingen die ze niet waarmaken, wat tot meer onvrede kan leiden.”

Hoe kun je als werknemer bijdragen aan een inclusieve werkomgeving?

„Vraag je eens af: wat doe ík eigenlijk om dat heteronormatieve gedachtegoed in stand te houden? Ga er niet vanuit dat je collega’s een partner van het andere geslacht hebben, of dat iedereen met zij of hij wil worden aangesproken. Ook kun je je lhbt-collega’s actief steunen door eens naar een bijeenkomst van het medewerkersnetwerk te gaan of door duidelijk te maken dat je flauwe grappen niet op prijs stelt. Als niet-lhbt’er kun je op Coming Out Day óók ergens voor uitkomen, namelijk dat je bondgenoot bent.”

    • Anne-Martijn van der Kaaden