‘Vraag het de gay’ is een vast onderdeel op Nijmeegse scholen

LHBTI Deze donderdag is het ‘Coming Out Dag’, en dus mag de regenboogvlag uit. Zeker in Nijmegen, waar op alle middelbare scholen kwesties over gender- en seksuele diversiteit worden besproken.

Foto Getty Images

‘Vraag het de gay’. Op het scherm voorin het klaslokaal van het Dominicus College in Nijmegen prijkt deze tekst. Naast het scherm: een lange, dunne zeventienjarige jongen genaamd Rogier van der Weide (17). Jaargenoot Joëlle Verstappen (17) en hij zijn tijdens hun korte presentatie over gender- en seksuele diversiteit, het grootste gedeelte in stilte aangestaard door klas havo-vwo 1b.

Maar voor vragen aan Van der Weide komen dan toch de vingers omhoog. Voel je je anders? Ben je weleens verliefd geworden op een van je vrienden? Hoe kom je er eigenlijk achter dat je gay bent? En, vraagt een docent, hoe lang wist je al dat je gay was, voordat je het aan iemand vertelde? „Twee jaar”, zegt de jongen rustig.

Van der Weide en Verstappen zijn onderdeel van de Gender en Sexuality Alliance (GSA), een groepje scholieren, zowel hetero als LHBTI, dat ambassadeur is van seksuele- en genderdiversiteit. Elf jaar geleden werd het onderwerp op hun school nog niet besproken, totdat SchoolsOUT kwam. Een programma dat scholen meer betrokken wil krijgen bij voorlichting over seksuele- en genderdiversiteit – door bijvoorbeeld het opzetten van een allience actief te promoten.

Lees ook dit interview met hoogleraar Jojanneke van der Toorn: ‘Wie in de kast blijft, moet continu opletten’

Het project, dat nu zestien jaar draait, is uniek. Het wordt geheel betaald door de gemeente Nijmegen, dat er jaarlijks 120 duizend euro voor uittrekt. Alle 28 middelbare scholen doen mee, en sinds 2012 zijn ook twintig van de 43 basisscholen en het ROC Nijmegen aangesloten. Een projectleider van de GGD loopt jaarlijks scholen in de regio af om informatie- en lespakketten aan te bieden, scholen met elkaar in contact te brengen of inspiratiedagen te organiseren.

De negativiteit daalt stérker op scholen die intensiever meedoen aan het programma

En er gebeurt iets opvallends in de regio. Sinds 2003, ongeveer gelijk met de start van het programma, neemt de negatieve houding tegenover homoseksualiteit onder jongeren steeds verder af. In buurtregio’s waar het programma niet draait, zoals Rivierenland, gebeurt dat pas sinds 2011, zo laat een vierjaarlijks GGD-onderzoek onder jongeren van 13 tot 18 jaar zien. En hoewel een causaal verband tussen acceptatie en het programma moeilijk is om aan te tonen, valt er nog iets op: De negativiteit daalt in Nijmegen stérker op scholen die intensiever meedoen aan het programma. Aandacht voor het onderwerp lijkt dus te helpen.

Menukaart

Alle scholen willen wel wat aan seksuele- en genderdiversiteit doen, want scholen zonder LHBTI-personen bestaan niet, zegt Ursula Prinsen, nu zeven jaar dé GGD-projectleider van SchoolsOUT. „En doordat ik elk jaar terugkom, blijven scholen betrokken.”

Lees ook het opiniestuk van Sidney Smeets en Linda Duits: Tolerantie voor lhbt’ers blijkt een dun laagje vernis

Prinsen heeft op elke school een contactpersoon die ze jaarlijks een menukaart voorlegt, met vier pijlers: beleid en regelgeving, educatie, zorg, en tot slot zichtbaarheid. „Zichtbaarheid en educatie vinden nieuwe scholen het makkelijkst”, zegt Prinsen. Daarmee begon SchoolsOUT in eerste instantie ook. De regenboogvlag uithangen op Coming Out Dag (deze donderdag), een GSA opzetten, of boeken over het onderwerp op de lijsten bij Engels of Nederlands zetten, zijn voorbeelden. Zorg en regelgeving is een grotere stap, omdat de school LHBTI dan echt in het beleid moet opnemen, zegt Prinsen. In haar menu staan opties voor scholen om dat voor elkaar te krijgen. De zorgcoördinator en vertrouwenspersoon van een school volgt bijvoorbeeld drie keer per jaar een workshop, het team krijgt eens in de vijf jaar scholing, of activiteiten staan in de jaarplanning en curricula. „Scholen die het verst zijn hebben een veiligheidsprotocol waarin seksuele diversiteit expliciet wordt genoemd”, zegt Prinsen. „Dat gebeurt steeds meer.”

Paarse Vrijdag

Het Dominicus College heeft twee vaste momenten in het jaar voor activiteiten. De school viert Paarse Vrijdag, een dag waarop iedereen in het paars gekleed kan gaan uit solidariteit met LHBTI-leerlingen, en Coming Out Dag. Daarvoor hangt de regenboogvlag donderdag dus uit, en Van der Weide en Verstappen zetten dit jaar met de rest van de GSA zure matten in regenboogkleuren klaar in de lerarenkamer om uit te delen tijdens het derde uur, mét een praatje over de dag of LHBTI-acceptatie.

De balans vinden tussen té lollig en té serieus, blijft zelfs na acht jaar in het programma nog steeds lastig

Op de NSG Groenewoud aan de andere kant van Nijmegen, een school die onderwijs van vmbo- tot vwo-niveau aanbiedt, hangt de vlag ook uit. „Vroeger hadden we Coming Out Dag en ballonnen in de aula”, zegt Michelle Schmitz, theaterdocent en contactpersoon van Prinsen. „Nu vieren we in april een regenboogweek, met elke dag een activiteit georganiseerd door de GSA. Leerlingen kijken korte documentaires, krijgen een lezing en het thema wordt in de mentorlessen besproken.”

Veel biseksuelen komen niet makkelijk uit voor hun geaardheid. Lees ook: Biseksueel, zeg je? Dat kan natuurlijk ook

Maar de balans vinden tussen té lollig en té serieus, blijft zelfs na acht jaar in het programma nog steeds lastig, zegt Schmitz. En de altijd wisselende populatie van een school is moeilijk. Want nieuwe leerlingen moeten wennen aan bijvoorbeeld Coming Out Dag, en hen moet alles opnieuw worden uitgelegd. Het meeste succes boekt de school met activiteiten, die vanuit leerlingen zélf komen, zegt Jeanette Buijs, zorgcoördinator en contactpersoon voor SchoolsOUT op het Dominicus College. Ook Schmitz ziet dat. De GSA op haar school groeide van afgezonderd clubje snel uit tot een grotere groep die zelfstandig functioneert. Het ‘gay-clubje’ is een gay-club geworden, zegt GSA-lid Milan Gomes (17) trots. Hij gebruikt de geuzennaam, want in de GSA zitten niet alleen ‘gays’, juíst verschillende leerlingen. „Wij zijn echt niet meer de uitzondering”, vertelt hij. „En er ís veel belangstelling voor. Toen ik bleef zitten en in 5 vwo terecht kwam waar ik niemand kende, vroegen leerlingen meteen of ze een keer mee konden kijken.” Hij en de andere GSA-leden lopen over van enthousiasme als ze vertellen over de free hugs die ze vorig jaar weggaven om het iedereen-hoort-erbij-gevoel te creëren, of over hoe het beste brugklassers te informeren.

Leerlingen voelen het beste aan wat wel en niet kan, zeggen Schmitz en Buijs. De GSA op het Dominicus College opereert wat ingetogener, minder in your face, dan die op de NSG Groenewoud. „Niet omdat er hier veel tegenstanders zijn”, zegt Joëlle Verstappen. „Maar omdat dat hier anders niet werkt.” Sommige leerlingen ervaren het leuk meedoen als een eis, vertellen zij en Rogier van der Weide na hun presentatie voor de brugklassers. Dan gaan mensen er tegenin. En wanneer je teveel nadruk legt op Coming Out Dag kun je mensen in een hokje drukken, dat kan óók weer averechts werken. En nee, zeggen ze. Dat is niet conservatief. „Maar pragmatisch”, zegt van der Weide nuchter. „Als deze manier voor onze school werkt, dan maar zo.”

    • Marit Willemsen