Blik terug in de tijd op oudste foto’s van Nederlandse steden

Gevonden foto’s

Kunsthistoricus Flip Bool kocht een oud fotoalbum. Na zeven jaar ‘detectivewerk’ weet hij van wie het was en waar de foto’s zijn gemaakt.

Elf veronderstelde zelfportretten van de militaire arts en fotograaf Toon Bauduin (1820-1885) die het gevonden album samenstelde.

In het Haarlemse foto-antiquariaat Institute for Concrete Matter deed kunsthistoricus Flip Bool op 13 oktober 2011 de kunstvondst van zijn leven. Tussen de naaktfoto’s voor schildersdoeleinden, de ‘kwartjesdoos’ met anonieme familiefoto’s en tienduizenden andere voorbeelden van vintage gebruiksfotografie die antiquaar Frido Troost in een voormalige smederij te koop aanbood, vond Bool een anoniem negentiende-eeuws fotoalbum.

Het ging om een eenvoudig, ongelinieerd kantoorschrift, slechts 21×17 centimeter groot. Daarin zaten bijna vierhonderd ingeplakte en deels los liggende foto’s. Reproducties van daguerreotypen, zoutdrukken en andere voorbeelden uit de begindagen van de fotografie.

Het was Bool, onder meer oud-directeur van het Nederlands Fotoarchief, niet direct duidelijk of het album door een Nederlandse fotograaf was samengesteld. Het bevatte portretfoto’s, topografische opnamen en microfoto’s van insecten, die ogenschijnlijk willekeurig waren ingeplakt. Slechts bij twee portretten stond een naam genoteerd en op één foto, van een bord met de tekst „Hulde aan Z.K.H. den Prins van Oranje”, was een datum te zien: 4 september 1858.

Omdat fotoalbums uit het midden van de negentiende eeuw uiterst zeldzaam zijn, nam Bool contact op met het Rijksmuseum Amsterdam. Dat museum bezit de vroegst bekende Nederlandse privé-albums, van fotograaf Eduard Isaac Asser (1809-1894). De fotoconservator van het Rijks bevestigde dat Bool een buitengewone vondst had gedaan. Maar het ontbrak het museum aan middelen om het album te verwerven.

Om te voorkomen dat het album uit elkaar zou worden gehaald (los zijn de foto’s makkelijker te verkopen en vermoedelijk ook meer waard dan als geheel), of aan een buitenlandse verzamelaar zou worden verkocht, besloot Bool het zelf te kopen. Dat kostte hem 8.000 euro – antiquaar Frido Troost, die in 2013 op 52-jarige leeftijd aan kanker overleed, wist dat hij iets bijzonders in handen had.

In de jaren na zijn pensionering heeft Bool (71) honderden uren „detectivewerk” in zijn aankoop gestoken. Hij is er in geslaagd het album aan een fotograaf toe te schrijven. Door crowdsourcing, vooral via de site zoekplaatjes.nl, heeft hij bovendien van bijna alle topografische opnamen kunnen vaststellen waar ze zijn gemaakt. Dat heeft geleid tot de oudst bekende foto’s van Breda, Dalem, Delft, Gorinchem, Leeuwarden, Venlo, Zierikzee, Zutphen en Zwijndrecht.

Het is net Opsporing verzocht. Met hulp van derden hoop ik verder te komen

Flip Bool, fotohistoricus

Van zijn onderzoek maakte Bool de website foundphotography.nl . Daarop kan het album digitaal worden doorgebladerd en doet hij verslag van zijn bevindingen. Na zes jaar onderzoek zoekt Bool nu de publiciteit. „Ik kom zelf niet verder en hoop op nog meer hulp van de buitenwereld.”

Het oudste huis in Venlo, hoek Gasthuisstraat en Vleestraat gezien vanaf de Markt, tussen 1855 en 1870 gefotografeerd.
Het oudste huis in Venlo, hoek Gasthuisstraat en Vleestraat gezien vanaf de Markt, tussen 1855 en 1870 gefotografeerd.

Militaire arts

De fotograaf van het album is naar alle waarschijnlijkheid de militaire arts Toon Bauduin (1820-1885). Door de vele foto’s met militaire onderwerpen, de microfoto’s van insecten en menselijk of dierlijk weefsel, en het feit dat alle gefotografeerde steden garnizoensplaatsen bleken te zijn, veronderstelde Bool al snel dat de maker van het album een militaire arts of apotheker moest zijn.

De sleutel bleek een reproductie van een carte de visite in het album te zijn. Op het visitekaartje stond een lid van een Japans gezantschap dat in 1862 een bezoek aan Nederland bracht. Bool besloot daarop onderzoek te doen naar Nederlandse artsen die in het derde kwart van de negentiende eeuw in Japan actief waren en zich bezighielden met fotografie, toen nog een bezigheid voor de welgestelden.

Drie artsen kwamen in aanmerking. Onder hen was Toon Bauduin, die van 1862 tot 1870 met een onderbreking in Japan verbleef. De Universiteit van Nagasaki en het Rijksmuseum Amsterdam bezitten door hem in Japan gemaakte foto’s. Daaronder ook twee zelfportretten die Bool heeft laten vergelijken met elf portretten van een man in zijn album. Uit biometrische gezichtsvergelijking door de Universiteit Twente bleek dat het vermoedelijk om dezelfde man gaat. In het album van Bool zitten dus elf portretten van Bauduin, waarvan eentje op de openingspagina. Voor „90 procent” is Bool er van overtuigd dat de ongetrouwde militaire arts de maker van zijn album is.

Aanvullend bewijs voor die aanname zou welkom zijn. Bool zou ook graag de nog niet geïdentificeerde personen en topografische opnamen van een naam voorzien. En hij is op zoek naar aanvullende informatie over de militaire uniformen. Lachend zegt Bool: „Het is net Opsporing verzocht. Met hulp van derden hoop ik verder te komen.”

Drie microfoto’s van insecten.
Drie microfoto’s van insecten.

Zoekplaatjes.nl

Voor het verspreiden en verwerven van kennis is internet een onmisbaar instrument, ontdekte Bool. „Hallucinerend wat je met een site als zoekplaatjes.nl kunt achterhalen. Tientallen mensen hebben me geholpen met het duiden van de topografische opnamen.”

Als „kind van het analoge tijdperk” was het bouwen van een site voor zijn fotoproject een forse inspanning, zegt Bool. Maar de voordelen van zo’n digitale publicatie zijn groot, zegt hij. Goedkoper en toegankelijker dan een boek. En actualiseren is een fluitje van een cent.

Het album ligt nu in de koelcel van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam – op een temperatuur van 13 graden Celsius en met een luchtvochtigheid van 55 procent. De Gemeente Venlo vroeg Bool of hij het album wilde verkopen. In het album zitten zeker twintig foto’s van deze Limburgse stad. Onder meer van het feest dat daar op 4 september 1858 werd gehouden voor de achttiende verjaardag van kroonprins Willem, de oudste zoon van koning Willem III.

Bool twijfelt over het aanbod. Omdat in het album ook zoveel foto’s van andere steden zitten, hoort het zijns inziens thuis in het Rijksmuseum – bij de albums van Asser, en bij de andere foto’s van Toon Bauduin.

Maar een schenking zit er niet in. „Ik verkoop het alleen tegen de geldende marktwaarde. En ook wil ik iets terugzien van de honderden uren onderzoek die ik in het album stak.”

Zie voor het complete album en alle informatie die fotohistoricus Flip Bool daarover vond: foundphotography.nl

Correctie (11 oktober 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd de achternaam Bauduin tweemaal foutief geschreven als Baudain. Dat is hierboven aangepast.

    • Arjen Ribbens