Signalen genoeg, maar wat doet de politiek?

Analyse

In korte tijd krijgen politici van alle kanten kritiek op hun klimaatbeleid. Landen erkennen de gevaren, maar ze blijven steggelen over een strategie.

IJsbergenvoor de kust van Groenland. Foto Lucas Jackson/Reuters

In amper twee dagen werd de politiek drie keer hard op de vingers getikt over klimaatverandering. Eerst door wetenschappers, toen door economen en vervolgens door de rechter.

De belangrijkste waarschuwing kwam van de wetenschap. Het klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC) legde maandagochtend in een stevig rapport uit dat landen lang niet genoeg doen om het meest ambitieuze doel te halen (de temperatuurstijging op aarde beperken tot anderhalve graad) dat ze zelf in het klimaatakkoord van Parijs hebben afgesproken.

Een paar uur later volgde een waarschuwing van De Nederlandsche Bank (DNB). De overheid brengt bedrijven, en daarmee ook banken, verzekeraars en beleggers, in gevaar als klimaatbeleid op de lange baan wordt geschoven. „Overheden kunnen […] onnodige kosten voorkomen door tijdig effectief klimaatbeleid te voeren”, schrijft de financiële toezichthouder.

Vrijwel tegelijkertijd kreeg William Nordhaus mede de Nobelprijs voor de Economie. Het Nobelcomité gaf zo het signaal dat klimaatverandering grote risico’s meebrengt voor de economie. Nordhaus pleit er al decennialang voor om de kosten van „klimaatvervuiling” door te berekenen aan de vervuiler.

En ten slotte was er dinsdagochtend het spectaculaire arrest van het gerechtshof in Den Haag in de zaak van duurzaamheidsorganisatie Urgenda tegen de Nederlandse staat. Net als de rechtbank eerder concludeerde het hof in hoger beroep dat klimaatverandering een ernstige bedreiging vormt, waartegen de staat zijn burgers onvoldoende beschermt. De staat mag zich niet verschuilen achter toekomstig beleid, achter onbeproefde technologieën of achter de bescheiden bijdrage van Nederland aan het probleem.

In een reactie op het Haagse vonnis zei Ed Nijpels, voorzitter van de ‘tafels’ waar het Nederlandse klimaatbeleid wordt voorbereid: „We zagen de afgelopen dagen een opeenstapeling van klimaatnieuws. Het IPCC-rapport, de Nobelprijs voor Bill Nordhaus, het rapport van DNB. Alle ongelovigen hebben nu de laatste waarschuwing gekregen.”

Maar is de waarschuwing wel echt alleen gericht aan de ongelovigen?

Steggelen over strategie

Het rapport van het IPCC kreeg na een week van intensieve onderhandelingen officieel de steun van alle lidstaten van de Verenigde Naties – net als alle eerdere rapporten van het IPCC. Daarmee erkennen de landen dus de feiten. Maar in een reactie op het nieuwe rapport herinnerde de Australische premier Scott Morrison er aan dat „Australië slechts verantwoordelijk is voor 1 procent van de wereldwijde emissies. Er zijn veel grotere spelers dan wij.” Australië zal dan ook niet stoppen met steenkool. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken liet maandag weten het werk van de wetenschappers op prijs te stellen, maar dat steun voor het akkoord niet betekent „dat regeringen het formeel eens zijn met specifieke conclusies”. Europese landen maken zich zorgen, maar steggelen voorlopig over een langetermijnstrategie.

In de Urgenda-zaak zei de rechter dinsdag dat de duurzaamheidsorganisatie en de staat het eens zijn over de gevaren. Toch was dat voor de staat kennelijk nog geen reden om te voldoen aan wat in 2020 minimaal nodig wordt geacht om aan dat gevaar het hoofd te bieden.

Het Nobelcomité gaf een positieve draai aan al dit sombere klimaatnieuws door Nordhaus de prijs te laten delen met econoom Paul Romer. In een persconferentie zei hij over het IPCC-rapport: „Het is voor de mensheid zeker mogelijk om minder CO2 te produceren. [...] Als we daarmee eenmaal zijn begonnen zullen we tot onze verbazing merken dat het niet zo moeilijk was als we hadden gedacht.”

Commentaar pagina 17

    • Paul Luttikhuis