Jonge fractievoorzitter is van alle tijden

Rob Jetten Opnieuw gaat een millennial een partij leiden. Waar komt die vernieuwingsdrang bij partijen vandaan?

Toen Ed Nijpels dinsdag op televisie zag hoe Rob Jetten de fractievoorzittershamer overhandigd kreeg van Alexander Pechtold, was hij weer even in 1982. „Zoals Jetten daar stond, zo stond ik daar toen ook. Eén op één! Er komt van alles op je af, en je hebt nauwelijks een idee wat er allemaal gebeurt.”

Nijpels was net 32 jaar oud toen hij in 1982 politiek leider van de VVD werd. Rob Jetten, sinds dinsdag fractievoorzitter van D66, is 31 jaar.

Jeugdige fractievoorzitters in de Tweede Kamer, weet Nijpels, zijn van alle tijden. Hij volgde destijds Hans Wiegel op, die zelf in 1971 op 30-jarige leeftijd fractievoorzitter werd. Enkele van zijn collega’s in de jaren tachtig, zoals Andrée van Es (PSP) en Maarten Engwirda (D66), werden ook als dertiger benoemd. Maar heel vaak kwam het niet voor.

Lees ook: Rob Jetten: voor de één is hij ‘Messi’, voor de ander ‘lastig te definiëren’

Een generatie overslaan

Tegenwoordig is het eerder regel dan uitzondering. Niet alleen D66 wordt nu in de Kamer geleid door een millennial. Hetzelfde geldt voor GroenLinks (Jesse Klaver, 32), de SP (Lilian Marijnissen, 33) en Forum voor Democratie (Thierry Baudet, 35). Volgens de meest gangbare definities zijn ook de fractievoorzitters van Denk (Tunahan Kuzu, 37) en de VVD (Klaas Dijkhoff, 37) millennials, zij het nog nèt.

Partijen, zegt Ed Nijpels, „slaan in hun drang om te vernieuwen graag een generatie over”. Daarom wijzen de vijftigers nu dertigers aan, en mogen de veertigers niet meedoen.

Bert van den Braak, verbonden aan het Parlementair Documentatie Centrum van de Universiteit Leiden, zegt: „Partijen proberen vooral jonge kiezers aan te spreken. Ze willen uitstralen: we hebben niet alleen moderne ideeën, we hebben ook moderne mensen die die ideeën gaan uitvoeren. Bijkomend voordeel voor de partijtop is dat jonge leiders er meestal lang zitten, dus de continuïteit is gewaarborgd.”

Deels komt de jeugdigheid van de huidige generatie leiders door de snelle doorstroming in de Tweede Kamer. Kamerleden zijn gemiddeld veel jonger dan in de jaren dat Ed Nijpels fractievoorzitter werd. Het was Alexander Pechtold zelf die dit ter sprake bracht in zijn afscheidsbrief aan de Tweede Kamer. „Ik deel het gevoel dat de doorstroming soms zorgelijk is”, zei hij.

De VVD was in de tijd van Nijpels op zoek naar jeugdig elan. Maar hij was geen hemelbestormer. De keuze voor hem was door de partijtop gemaakt. Ook nu zijn jonge fractievoorzitters niet per se revolutionairen, maar zijn ze naar voren geschoven door de gevestigde orde van de partij, vaak babyboomers. Zo ging het bij Marijnissen, Klaver, Dijkhoff en Jetten.

Nijpels weet hoe het is om als jong, onervaren politicus zomaar een partij te moeten leiden. Net als bij Jetten was de opvolging in het geheim door de partijtop voorbereid. Hij mocht niemand vertellen dat hij Wiegel zou opvolgen. Daarom sloot hij zich een tijdje thuis op, om maar geen lastige vragen te hoeven beantwoorden. „Het was de meest onwerkelijke periode uit mijn politieke loopbaan.”

Oude kaders

Daarna begint het pas. Nijpels moest gezag opbouwen als jeugdig leider, zowel binnen de fractie als daarbuiten. „De partij wilde vernieuwen, maar ik zat aanvankelijk met allemaal oude kaders in de fractie. Wat iedereen hoopte, ik vooral, was dat ik het vak van fractievoorzitter zou leren in de oppositiebanken. Dan hoef je geen rekening te houden met coalitieafspraken en kun je rustig dossierkennis opbouwen.”

Maar de VVD won negen zetels bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1982 en ging meeregeren met het CDA in het kabinet-Lubbers I. Die overwinning maakte de carrière van Nijpels er niet eenvoudiger op, zegt hij. Na vier lastige jaren leed de VVD een grote nederlaag bij de verkiezingen van 1986. Nijpels werd ten val gebracht door Frits Bolkestein.

Net als Ed Nijpels heeft Rob Jetten niet de luxe te groeien in een oppositierol. Nijpels ziet dat als een risico voor D66. „Hij is niet vrij in zijn afwegingen. Hij valt middenin een coalitie die al een sterk ontwikkelde overlegcultuur heeft.” Het coalitieoverleg op maandag, met de premier, vicepremiers en vier fractievoorzitters, functioneert volgens Nijpels „als een nieuw Hoog College van Staat. Over álles wordt gepraat.”

Bovendien, zegt Nijpels: premier Rutte is hèt gezicht van zijn kabinet, zijn VVD is de dominante coalitiepartij. „De fractievoorzitters van kleine coalitiepartijen verdwijnen dan al snel in de Bermudadriehoek van de premier. Het is heel moeilijk dan een profiel te krijgen.”

    • Guus Valk