LYZZA (Lysa da Silva)

Foto Merlijn Doomernik

‘Ik wil connectie met waar ik vandaan kom’

LYZZA Lisa da Silva is als LYZZA de spil van de experimentele clubscene. Ze heeft een zeer eigen geluid: trance, hardcore en grime mixt ze met samba uit haar thuisland Brazilië.

Ze haalde onlangs het nieuws door hiphopfestival Appelsap tot de orde te roepen. Ze weigerde het podium te delen met een man van wie ze wist dat hij vrouwen seksueel had geïntimideerd. Toen het festival dat naar buiten bracht als „een persoonlijke reden” om af te zeggen, zette LYZZA een en ander recht op Twitter. „Er zijn genoeg jonge meisjes die naar mijn muziek luisteren. Stel dat hij na afloop op hen afkomt. Zeg het gewoon. Dan houd je het veilig.”

Zo jong als ze is, zo uitgesproken is dj en producer Lysa da Silva (19). Afgelopen jaar brak ze door als LYZZA met de EP Powerplay, was ze programmeur voor de progressieve clubavond Progress Bar, werd ze gesignaleerd door muzieksite Pitchfork en brak ze de X-Ray-tent af op Lowlands.

Ze draait een mix van post grime, trance, pop en Braziliaanse ritmes. Staccato stuiterende beats combineert ze met zang van bijvoorbeeld J.Lo of Lady Gaga. Het geheel lijmt ze aan elkaar met lyrische trance.

In het echte leven oogt Lysa da Sylva kalmer. Ze praat als wereldburger, haar zinnen doorspekt met Engels. Alsof ze alles eerst even overweegt kijkt ze door het raam van de Amsterdamse club De School. „Echt een mooie plek, dat vergeet ik altijd. Nee, ik kom hier alleen als ik draai. Ik zit letterlijk de hele dag thuis in Zuid-Oost.” Ze lacht. „Ik maak of luister muziek. De rest van de tijd ben ik bezig met frequenties, cijfertjes, technische dingen.”

Als kind zat ze al veel op internet, in haar eigen wereld. „Ik keek veel jumpstyle-filmpjes. Zo kwam ik uit bij gabber, hardtrance en hardhouse.” Later luisterde ze naar Lady Gaga en Grimes. Nog steeds hoor je het contrast van pompende beats en poprefreinen in haar tracks. „Popmuziek vind ik vaak best irritant; maar het klinkt meestal goed en is catchy.”

Thuishoren

Imposter, ‘bedrieger’, zo heet haar nieuwe EP die ze woensdag 17 oktober live speelt in Paradiso. De Braziliaanse 3D-kunstenaar Pepapuke heeft beelden bij de nummers gemaakt. „Ik heb een paar zwarte engelenvleugels gekocht. Misschien is het too much?” Twijfel. De vrucht van de gespletenheid als je in twee landen geworteld bent. Da Silva’s wieg stond in Rio de Janeiro. „Ik zag mijn oudere nichten zichzelf optutten voordat ze naar een ‘baile’ op het voetbalveld gingen. Zij bedachten choreografieën met elkaar voor de spiegel, ik deed mee.”

Op haar achtste kwam ze naar Nederland. Opgroeien in Amsterdam was niet altijd makkelijk. „De feestjes waar andere meisjes van kleur heen gingen, zoals Bassline in Paradiso, waren gericht op hiphop en r&b. Iedereen had merkkleding van Patta of Daily Paper. Dat kon ik gewoon niet kopen, want dat was te duur.”

Ze voelde zich vaak ongemakkelijk, had andere muzikale interesses. „Aan de ene kant was dat heel kut, maar ook goed. Ik merkte dat ik ergens niet thuishoorde en daar moest ik dus uitbreken.”

Ze begon als vj en merkte al snel dat „alle feestjes in Amsterdam eigenlijk hetzelfde zijn”. Dus schreef ze zich in voor een dj-cursus. De leraar bleek niemand minder te zijn dan future beats-dj Jarreau Vandal. „We klikten heel snel.”

Bij haar eerste optreden draaide ze de zaal leeg, maar er stond een booker uit Berlijn die haar uitnodigde. Ze was nog geen 18 dus loog ze dat ze vliegangst had. Zo hoefde ze geen kopie van haar paspoort in te leveren. Ze pakte de bus.

In Amsterdam gaf ze eigen feesten (geen flyer, geen Facebook-event) met vriendinnen Jessica en Sanae. „We hebben niet eens dj-decks, we huren ze. We vinden een kraakpand en dan leggen we geld in.”

Diaspora

Zo bouwde ze aan een eigen ‘scene’ zonder subsidie, label of club. Ze zegt opvallend vaak ‘we’ en voelt zich onderdeel van de ‘deconstructed club scene’. De groep van internationale artiesten, veelal van kleur, is vaak solidair met of deel van de LGBTQ-community. Ze combineren muzikale invloeden uit hun geboorteland, of dat van hun ouders, met Europese ‘clubmuziek’. „Er is nu een hele diaspora in Europa van jonge artiesten die in hun muziek een connectie proberen te maken met het land waar ze vandaan komen. Neem NON, het label van Nkisi. Haar percussie klinkt Afrikaans en daar legt ze hele mooie, bijna koorachtige trance-akkoorden overheen.”

Da Silva is geïntrigeerd door de relatie tussen muziek en kleur. „House begon in de LGBTQ-community, maar onder Amerikaanse zwarte mannen was homoseksualiteit - mede door de slavernij - een enorm taboe. Een straf voor een slaaf die zijn werk niet goed deed, was verkrachting door andere mannen. Elektronische muziek vonden donkere mannen dus niet cool. Blanke mensen accepteerden het wel. Zo zie je hoe door bepaalde stigma’s muziek zich wel binnen de ene en niet binnen de andere cultuur verspreidt.”

Artiesten met wie ze zich verwant voelt, zoals Juliana Huxtable en Kamixlo, vond ze op internet. De meesten wonen in Londen. Binnenkort verhuist ze daarheen. Ze heeft er al een radioshow bij NTS. „Londen voelt als een bruisende bubbel. Als ik in Amsterdam draai is tachtig procent van het publiek blank. In Londen staan er altijd donkere meisjes vooraan. Dat vind ik heel nice. Mijn identiteit heeft zo’n grote rol gespeeld in waar ik nu ben. In Londen ben ik meer op mijn plek.”

    • Rolinde Hoorntje