Opinie

    • Ellen Deckwitz

Het verlangen

Na vijf jaar gestopt te zijn heb ik dit jaar een periode gepaft als een hoogoven. Ik had met mezelf de afspraak dat ik op reis mag roken (de reden ben ik vergeten) maar door in vier maanden tijd vier continenten aan te doen was ik weer geheel verslaafd. Wat ook niet hielp was dat ik landen bezocht waar je per slof evenveel betaalt als voor één sigaret hier waardoor ik de ene met de andere aanstak. Twee weken geleden had ik er genoeg van. Ik rookte gelukkig inmiddels alleen nog in de weekenden (wat ook een soort buitenland is) en was het wekelijkse afkicken beu, de benauwdheid, de stank maar vooral: het afhankelijk zijn. Vanuit het niets stopte ik.

De eerste drie dagen ging het prima. Het schijnt dat je dan fysiek niet meer verslaafd bent maar ik had juist daarna constant de behoefte er een op te steken: na een stom klusje, na seks, na wakker worden, na ademhalen. En zo was ik dagen achtereen bezig mezelf te complimenteren met elke peuk die ik niet rookte en pas na een halve maand was ik er eindelijk. Na een optreden (Hectisch Moment) bood iemand me er een aan en ik dacht van mowa, nein.

Trots wandelde ik naar huis, maar eenmaal bij mijn deurmat aangekomen was de triomf alweer veranderd in verveling. Dus nu was ik veilig, dacht ik. Wat saai. Helemaal niets meer om voor te vechten, om extra discipline voor aan te kweken. Ik was mijn projectje kwijt. Natuurlijk is roken abject maar het was ook knap saai zonder. Ik belde mijn zus, die ook niet helemaal neurotypisch is maar wél gediplomeerd hulpverlener.

‘Het enige wat je mist is een excuus om boos op jezelf te zijn”, zei ze. „Boos? Waarom? Alles in mijn leven gaat op zich prima!” riep ik.

„Wanneer je je leven omschrijft als ‘op zich prima’”, zei ze, „ben je er nog lang niet.”

Oei, ja. Er waren tal van dingen die ik nog wilde doen: weer op systema gaan, dat kinderboek eindelijk voltooien.

„Je hebt iets bereikt en wat je nu voelt is een leegte die er al was. Stoppen met roken lost niet álles op. Daarom beginnen de meesten ook weer, omdat het makkelijker is om jezelf te minachten vanwege een slechte gewoonte dan vanwege uitstelgedrag. Een sigaret is een bliksemafleider.”

„Het verlangen naar een sigaret is het verlangen”, parafraseerde ik Kopland.

„Verlangen naar een sigaret is het vervangen van verlangen”, kaatste ze terug. „En daarom is nicotine misschien wel de gevaarlijkste drug die er is.”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz