Opinie

    • Lotfi El Hamidi

‘Herbronnen’ met Domela Nieuwenhuis

Bij verkiezingen blijken bedrijven de grootste winnaar. Althans, dat stelt econoom Wimar Bolhuis in zijn proefschrift Van Woord tot Akkoord. De beloofde lastenverlaging voor burgers in verkiezingscampagnes resulteert uiteindelijk in een lagere lastendruk voor bedrijven. „Wie lobbyt er eigenlijk voor de burger?”, vraagt Bolhuis zich af.

Het antwoord van coalitiepartijen zal even retorisch zijn als de vraag zelf: in een kabinetsformatie is het geven en nemen, wat goed is voor het bedrijfsleven is ook goed voor de burger en meer voorspelbare oneliners over vezels en meloenen. Intussen is er sprake van woningnood, een groeiend aantal werkende armen en grotere ongelijkheid. Maar waar blijft het antwoord van de linkse oppositie?

In De Groene Amsterdammer van vorige week las ik een interessant artikel van Arthur Eaton en Quinten Wyns over het ‘democratisch socialisme’. Linkse politici als Jeremy Corbyn en Bernie Sanders weten in de Angelsaksische wereld met succes een brede volksbeweging van onderop te mobiliseren. In Nederland daarentegen loopt het stroef. Volgens de laatste peilingen blijven de drie grootste partijen op links (GroenLinks, SP en PvdA) steken op een schamele 37 zetels. De kantinetour van Jesse Klaver ten spijt.

‘Als links wil overleven zal het moeten herbronnen”, aldus Francesco Ronchi, adviseur van de sociaal-democratische fractie in het Europees Parlement in De Groene. Ik ga op zoek naar één van de bronnen, in Heerenveen, in het biografische museum van Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919), de grondlegger van het Nederlandse socialisme. Wat kunnen huidige linkse leiders van hem leren?

„Gelukkiger is een leven in idealen, al worden ze stuk voor stuk vernietigd, dan dat men in ’t geheel geen idealen heeft”, staat op de kaft van de museumgids. Dat is al meteen een onwrikbare boodschap, al is het niet per se links. „Alle grote hervormingen hebben plaats van onderop, niet van bovenaf”, dat lijkt al meer op het concept ‘democratisch socialisme’, dat naar een horizontale, grassroots aanpak streeft.

Nieuwenhuis komt opvallend modern over, met zijn pleidooi voor een vegetarische levensstijl en zijn compromisloze antikoloniale standpunt. Het had hem nu ongetwijfeld een hipster gemaakt. Maar zijn kernboodschap was natuurlijk gericht tegen het machtige ‘Kapitaal’, met een hoofdletter K. Daar ligt de ‘bron’ waar Ronchi over rept: de strijd tegen het grootkapitaal en de ongelijkheid.

En dan lees ik het NRC-interview met socioloog Paul Schnabel, waar in één opsomming al het revolutionaire streven wordt geabsorbeerd: vierde op de Global Competitiveness Index, zevende op de Human Development Index, achttiende qua bbp, zesde in het World Happiness Report, zesde qua tevredenheid met het leven op de Better Life Index van de OESO. Tja.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

    • Lotfi El Hamidi