Eefje de Visser staat na acht jaar met een band nu alleen op het podium.

Foto Andreas Terlaak

Eefje de Visser, one man dance-band

Amsterdam Dance Event Ze heeft twee stijlen verenigd: popzangeres en dance-muzikant. Daardoor staat ze zowel op gewone popfestivals, als op ADE.

De volgorde is meestal andersom: de solo-artiest laat zich later in zijn carrière begeleiden door meer muzikanten. Maar Eefje de Visser speelde acht jaar met een band, en verscheen toen plotseling in haar eentje op de Nederlandse podia.

De Visser, sinds 2009 bekend als zangeres van subtiel opgebouwde, zowel akoestische als elektronische instrumentaties en een vervloeiende zangstem, tourde de afgelopen maanden met elektronische versies van haar nummers. Ze stuurde haar composities de dance-hoek in en liet felle beats exploderen, dwars door haar zacht golvende zangpartijen heen.

Op het podium staat ze met een trio synthesizers, een sample-box en nu en dan een bas of gitaar. Een repetitief motiefje knerpt over een als een hartslag kloppende drumcomputer, terwijl synthetische donderwolken aanzwellen, waar De Visser beurtelings in verdwijnt, of met ferme uithalen doorheen prikt. Eefje de Visser, nu als ‘one man band’.

„Eindelijk”, zegt ze, in een coffeeshop in haar woonplaats Gent.

Eefje de Visser (32), met donker haar en zeegroene ogen, ziet er ook op een maandagmiddag uit alsof ze zo het podium op kan, in haar glamourtrui met glittersterren en brede schoudervullingen. Die ‘jaren tachtig-schouders’ vindt ze stoer, zegt ze. Ze praat vrolijk over haar liefde voor mode uit de jaren tachtig en voor muziek uit dat decennium, zoals Kate Bush en Michael Jackson. Maar haar smaak blijkt breder - zowel in mode als muziek. Zo houdt ze van Bon Iver, Frank Ocean, Madonna. De voorbeelden noemt ze om haar eigen stijl te verduidelijken, die ze zowel ‘toegankelijk’ noemt als experimenteel. Die dichotomie blijft gedurende het hele gesprek terugkomen: De Visser wil een groot publiek bereiken, maar is compromisloos in haar eigenwijsheid.

Ze noemt ook andere tweedelingen, alsof ze denkt in uitersten: warm tegenover koud, hard tegenover dromerig. Met haar huidige tournee, heeft ze twee stijlen verenigd: Eefje de melancholische popzangeres, en Eefje de dance-muzikant. Daardoor speelde ze de afgelopen tijd zowel op popfestivals, zoals Lowlands, als op een dance-festijn als Draaimolen. Deze nieuwe verschijningsvorm blijkt een oude wens.

Samengebald

„Al voor ik ooit een plaat had gemaakt, experimenteerde ik met een ‘loopstation’ om mijn eigen stem op te nemen en te vermenigvuldigen. Ik wilde alleen op het podium staan. Maar op een of andere manier begon ik er niet aan. Ik had hulp nodig om het idee uit te werken en die vroeg ik niet.”

In 2009 won de toen 24-jarige De Visser de Grote Prijs van Nederland, in de categorie ‘singer-songwriter’. „Daarna heb ik zeven jaar met een band gespeeld.”

Maar toen ze na drie succesvolle albums, zoals het meest recente Nachtlicht (2016), aan haar vierde zou beginnen, vond De Visser dat ze er niet klaar voor was. „Ik besloot om extra tijd te nemen en eerst veel liedjes te schrijven. Toen kwam het oude idee om solo op te treden weer boven. Ik dacht dat ik er veel van kon leren, wat dan weer van pas komt voor mijn nieuwe album.”

In de studio in haar huis, waar ze woont met haar Gentse vriend, maakte ze een blauwdruk, door bestaande nummers te vertalen naar elektronische arrangementen. „En dan moest het ook nog in mijn eentje uitvoerbaar zijn. Daar heb ik een paar maanden aan gewerkt, eerst alleen, en toen met twee producers.”

Bekende liedjes als ‘Luister’ en ‘De Bedoeling’, ooit gemaakt voor een vijfkoppige begeleidingsband, werden samengebald tot eenpersoons uitvoeringen. Bij optredens gebruikt De Visser een Akai MPC-1000 om de voorgeprogrammeerde beats voort te brengen. „Het is een simpel toestel, van voor de tijd van de computers. Aan het begin van het nummer druk ik op ‘play’ en de muziek begint. Ter plekke neem ik mijn stem op, die in ‘loops’ wordt afgespeeld, zo creëer ik de driestemmige koortjes. De andere instrumenten, zoals gitaar, bas en toetsen, speel ik live.”

Veel

Sinds de eerste blauwdruk liggen alle partijen vast: elke beat, maar ook elke gitaarnoot. „Mijn show is elke avond, van begin tot einde, hetzelfde. Dat vind ik fijn, binnen dat kader kan ik groeien. Improviseren is niet mijn sterke kant. Aan het begin van de tournee kostte de uitvoering van de nummers me heel veel energie, maar dankzij de vaste set kan de muziek in mij verankerd raken.” Dat duurde een paar maanden. „Als het eenmaal in mijn spiergeheugen zit, ben ik in staat om echt gevoel in muziek te leggen, en contact met de zaal te maken. Daarvoor stond ik vooral op mijn instrumenten te kijken.”

De Visser groeide op in een muzikaal gezin. Ze leerde gitaar spelen van haar oom en haar broer en maakte liedjes sinds ze elf was. Ze nam geen les, ze speelde op een intuïtieve manier. Zo werkt ze nog steeds, al weet ze inmiddels het verschil tussen ‘mineur’ en ‘majeur’ en wat een ‘toonsoort’ is. Net als vroeger stopt ze in haar muziek nog altijd „veel informatie”, zeg ze. „Veel teksten, veel akkoorden. Alle stijlen mogen.” Uit de dance leent ze nu het repetitieve element. „Ik wil altijd dat de muziek ‘warm’ klinkt, maar dat repetitieve heeft iets kils dat ook weer verleidelijk is.”

Nu De Visser op dance-festivals optreedt, zoals op ADE, merkt ze het effect daarvan op het publiek. „Repetitieve beats werken onmiddellijk. Zodra de beat begint, gaan de mensen dansen. Het is bedwelmend.”

Ze zag de afgelopen maanden een duidelijk onderscheid. „Op dancefestivals wordt steevast gedanst, op popfestivals staat het publiek meestal geconcentreerd te luisteren, hoe dansbaar het ook is. Ik waardeer allebei.”

Eefje de Visser treedt op in de Sugar Factory, Amsterdam op 17/10.
    • Hester Carvalho