Jazzpianist Shai Maestro maakt boeddhistisch geïnspireerde muziek met zijn trio.

Foto Gabriel Baharlia

‘Echt contact met publiek leg ik het best met stilte’

Interview Shai Maestro, jazzpianist

De Israëlische jazzpianist Shai Maestro (31) opent vrijdag het Mondriaan Jazz Festival in Den Haag. Hij maakt met zijn trio mystieke, ingetogen jazz: „Het moet echter klinken, niet mooier.”

Een zachte aanslag, de ogen gesloten, het hoofd gebogen naar de toetsen. Een knikje naar de nootjes die wel erg mooi landen. Bij concerten, zoals komend weekend op het Mondriaan Jazz Festival in Den Haag, toont de Israëlische Shai Maestro zich een intuïtief spelende jazzpianist. Zijn trio blinkt uit in mystieke, ingetogen jazz met hypnotiserende composities die melancholie en verlangen onderstrepen, maar ineens in opwinding kunnen openbreken.

„Echt contact met publiek leg ik het best met stilte. Ik vind het mooi om met slechts een paar noten een eerste handreiking te doen”, vertelt jazzpianist Shai Maestro (31) via Skype vanuit het huis van zijn grootouders in Israël. De muzikant woont nu negen jaar in New York, maar grijpt elke mogelijkheid in zijn tourschema aan voor een paar vrije dagen in zijn geboorteland bij familie: „ Ik kan me dan goed opladen voor de naderende gekte: een tourschema dat door heel Europa naar Japan leidt.”

Net als voor veel van zijn vakbroeders was ook voor Maestro zijn muziekontwikkeling het motief van de verhuizing. Hoewel het zwaartepunt van de Amerikaanse jazz lang niet meer enkel in New York ligt, blijft de stad met al zijn musici, jazzclubs en opleidingen een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefenen. Zijn woning in Brooklyn noemt hij knus. Vooral omdat zijn piano er staat. „Maar het voelt nooit echt zoals in mijn ouderlijk huis in het dorpje Karmey Yosef (‘Jozefs wijngaard’) waar ik vandaan kom. Daar tussen de wijngaarden is er geen groter verschil met de hectiek van New York.”

Die tegenstelling komt terug in de jazz van Shai Maestro. Zijn composities zijn kalm, fragiel en plots uit de toppen van zijn kunnen. Maestro wil zijn muziek „een zo eerlijk mogelijk weergave van het moment” laten zijn. Zijn improvisatie representeert zijn huidige staat van ‘zijn’, zegt hij, verwijzend naar zijn boeddhistische interesse. „Dat ‘zijn’ verandert telkens. Je luistert naar wat er speelt van binnen, en hebt er geen oordeel erover. Toen ik begon als bandleider had ik een andere agenda: succesvol zijn. Gaandeweg ging mijn gevoel meer meespelen. Ik probeer mijn muziek echt niet meer als een product te zien.”

Bach als basis voor zijn jazz

Zijn basis is de muziek van Bach; de preludes, fuga’s en de koralen. Als kind deed hij improvisatiespelletjes op de piano van zijn moeder. Als groot talent werd Maestro, toen nog maar 19 jaar, als pianist ingelijfd bij de Israëlische superbassist Avishai Cohen. In zijn jazztrio, met ook drummer Mark Guiliana, toerde de jonge pianist vijf jaar langs de grote podia. Sinds 2011 heeft Maestro zijn eigen trio - lang met de Israëlische drummer Ziv Ravitz, nu met de Israëlische drummer Ofri Nehemya en de Peruviaanse bassist Jorge Roeder. Daarnaast speelt hij nog veel en gráag in bands van anderen.

Het was bij de opnamen van het veelal tekstloze album Elegy van vocalist Theo Bleckmann, waarop Maestro’s zachte pianoakkoorden de muziek leiden, dat hij de Duitse, ECM-platenbaas en producer Manfred Eicher ontmoette. Die is bekend om honderden met zorg opgenomen albums vol esthetische, ruimtelijke jazz. „Er was meteen een goede klik tussen ons”, zegt Maestro.

De magie van het moment

Eicher hecht meer waarde aan de magie van het moment dan aan perfectie. „Dat uitgangspunt voelt voor mij prettig. Wilde ik mijn techniek vroeger altijd tot grote hoogten perfectioneren, de laatste jaren is dat ondergeschikter geworden. Je zou het als mijn transformatie als pianist kunnen beschouwen. Ik wil niet meer mooi spelen om succesvol te zijn. Maar échter. Het is meer het gereedschap geworden die de geest van de muziek dient.”

Maestro herinnert zich zijn eerste kennismaking met het label ECM nog goed. Hij was twaalf en werkte met zijn vader in de tuin, toen zijn moeder in huis The Köln Concert, het veelbeschreven, geniale live-album uit 1975 van jazzpianist Keith Jarrett, op zette. „Mijn oren ontploften zowat. Ik rende naar binnen, bleef staren naar de speakers en vroeg me af wíe toch deze magie veroorzaakte.”

Zijn nieuwe album The Dream Thief, Maestro’s debuut voor kwaliteitslabel ECM dat hij opnam in april, zou aanvankelijk een soloalbum worden. Maar het respect dat hij voelt voor de trio-vorm die, mede door Keith Jarretts totaal geïmproviseerde soloconcerten een belangrijke hoeksteen is geworden in de mondiale jazzgeschiedenis, zat dwars. Dus werd het een trioalbum, met ‘slechts’ twee solo-uitvoeringen.

Obama en pizza

Een van de indringendste stukken op het album is ‘What Else Needs To Happen?’ Daarin klinken passages door uit de emotionele speech van Barack Obama na het bloedbad op een Amerikaanse school. „Het dochtertje van een vriend van me, een saxofonist, is omgekomen door het geweld op de Sandy Hook basisschool in Newton. Ik voelde dat ik iets moest zeggen in het debat over wapenbezit.”

De soloversie van ‘These Foolish Things (Remind Me Of You)’, een jazz standard uit 1936, is een verrassing. Eindelijk, zegt Maestro, had hij het lef om een standard op zijn album te zetten. ,,Als je zelf componeert creëer je als een god, je bepaalt alles in het stuk. Daar zit iets veiligs in, jíj bepaalt wat er kan. In een standard duik je juist in een universum dat niet het jouwe is. Je communiceert direct met de muziekgeschiedenis, met zijn vele beroemde uitvoerenden als Charlie Parker. Je plek daarin opeisen is een ding.”

Maestro’s interpretatie van ‘These Foolish Things’ ontstond uit een vrije improvisatie. „Ineens werd het die tune. Maar dat ik standards speel is verder geen nieuws hoor. Dat doe ik ook veel in New York. In een pizzatent speel ik rustig vijf uur aaneen voor 50 dollar en een pizza. Dat is heerlijk ontnuchterend.”

    • Amanda Kuyper