Beknopt politiek woordenboekje

Ewoud Sanders

Stel, je stopt alle Nederlandse kranten van de afgelopen drie jaar in een database. Vervolgens onderzoek je welke woorden en uitdrukkingen in 2018 significant vaker voorkwamen dan in de twee jaar ervoor. Welke zouden dan komen bovendrijven? Hieronder doe ik een gok, in willekeurige volgorde.

Vezels, ergens tot in je diepste – in geloven. Heel stellig van iets overtuigd zijn, bijvoorbeeld van je eigen gelijk. Staat nog niet in de Dikke van Dale, maar maakt een goede kans om daar binnenkort in te worden opgenomen.

Meloen, een – om door te slikken. Van Dale vermeldt bij meloen slechts één figuurlijke betekenis: „Zeer informeel; in ’t meervoud: (grote) borsten”. Met name onder politici van de ChristenUnie wordt het ook gebruikt voor een beslissing waar je eigenlijk niet achter staat maar waar je toch mee akkoord gaat omdat macht soms belangrijker is dan principes.

Vestigingsklimaat. Van Dale voegde dit woord pas in 2007 toe, maar in de Nederlandse politiek wordt het al sinds 1957 gebruikt. De overheid besloot toen de watervoorziening op de Antillen goedkoper te maken om „het vestigingsklimaat aantrekkelijk te maken”. De Antillen werden een belastingparadijs.

Aandeelhouderskapitalisme. Het Nederlands telt tientallen samenstellingen met kapitalisme. De meeste zijn opvallend negatief. Enkele voorbeelden, opgenomen in Van Dale: aasgierkapitalisme, cowboykapitalisme, graaikapitalisme, struikroverskapitalisme en woekerkapitalisme. Aandeelhouderskapitalisme debuteerde omstreeks 1995 en piekte in 2018, vooral op de sociale media. Voorbeeld uit een recente tweet: „Het Anglo-Amerikaanse aandeelhouderskapitalisme dient maar één doel: geld en macht. De kwaliteit van onze samenleving is daarmee in het geding.”

Heet hangijzer. In de Middeleeuwen bedoelde men met een hangijzer een ijzeren ketting met een haak om een ketel aan te hangen. Het was al snel duidelijk dat je met een heet hangijzer moet oppassen: de overdrachtelijke betekenis (‘het is een netelige zaak’) dateert al uit de zeventiende eeuw. In 1691 gaf William Sewel in A large Dictionary English and Dutch deze vertaling van het is een heet hangyzer om aan te tasten: ‘It is a dangerous business to meddle with.’

Heroverwegen. Van Dale geeft bij het woord heroverwegen een voorbeeldzin uit de politiek, namelijk: een wetsontwerp heroverwegen. Betekenis: intrekken. We hebben hier dus te maken met ingesleten politiek jargon. De Nederlandse politiek heeft op dit punt trouwens een lange traditie. Al in 1921 verzuchtte een lid van de Eerste Kamer: „Er mag toch, zelfs in ons vaderland, wel eens een eind komen aan het eindeloos heroverwegen en verbeteren van plannen.”

Multinational. Voor een internationaal opererend bedrijf gebruikten we aanvankelijk het woord wereldbedrijf (zeker sinds 1856) en daarna wereldconcern (sinds 1919). Zo schreef de Nieuwe Apeldoornsche Courant in 1931: „De Unilever is een van de meest interessante wereld-concerns: […] als wij ons niet vergissen zal zij van vitaal belang voor ons geheele bedrijfsleven worden.” Het woord multinational maakte pas opgang sinds de jaren zeventig. Een kop uit Het Parool van 1974: „Unilever-man: multinationals lopen voor op politiek.”

Helaas ontbreekt de ruimte om in te gaan op andere woorden die dit jaar stellig zullen pieken, zoals: doordrammen, bizarre maatregel, hoofdpijndossier, aanfluiting, afgang, blunder, gezichtsverlies, en natuurlijk d-woord, een eufemistische verkorting die we nu al kunnen uitroepen tot woord van het jaar 2018.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders
    • Ewoud Sanders