Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Als diverse politici een onzintheorie napraten

Je hoort dat dertigers de politiek gaan veranderen. Een aantrekkelijk vooruitzicht. Ik maak plaats voor de „nieuwe generatie”, zei Pechtold voordat D66 dinsdag Rob Jetten (31) tot zijn opvolger koos. „Nieuwe generatie neemt het over”, reageerde Klaver (GroenLinks, 32) op Jettens verkiezing.

Logisch, want je hebt ook Marijnissen (SP, 33), Baudet (Forum, 35), Dijkhoff (VVD, 37) en Kuzu (Denk, 37). Allemaal millennials, de groep die volgens het sociologische generatiebegrip tussen 1980 en 2000 is geboren, en daarom over eigenschappen zou beschikken die ze onderscheidt van andere generaties.

Nu is er met dat generatiebegrip iets aan de hand. Mensen geloven er graag in: als je succes hebt is het dankzij jezelf, zit het tegen dan ligt het aan je generatie. Journalisten, reclamemakers en overheden gebruiken het begrip ook gretig. De stille generatie (1930-1940), de protestgeneratie (1940-1955), de verloren generatie (1955-1970), etc. De gedachte is dat mensen uit deze groepen op elkaar lijken omdat ze globaal dezelfde ervaringen in hun vormende jaren hadden.

Maar er is een nadeel: de theorie, uit begin jaren zeventig, is nooit bewezen. Het is erger. Ontelbare onderzoeken hebben uitgewezen „dat de generatiebenadering in de sociologie failliet is”, schreef Aart C. Liefbroer, hoogleraar demografie aan de VU, al in 2012 in Mens & Maatschappij.

Zo onlogisch is dit niet. Het vergt weinig inzicht om te zien dat Jetten anders denkt dan generatiegenoot Baudet. Je kunt vinden dat dertigers heel bijzonder zijn maar dit betekent niet dat tieners of veertigers of zestigers minder bijzonder zijn – of op hun achterhoofd gevallen. Je kunt menen dat je op jonge leeftijd nieuwe maatschappelijke trends ervaart, maar andere leeftijdsgroepen ervaren gelijktijdig dezelfde trends. Als tieners en twintigers minder lineaire televisie kijken, gaan oudere groepen dat ook doen. Als jongeren tablets kopen, koopt iedereen tablets. Etc. De aanname dat mensen anders zijn omdat ze tot een afgebakende generatie behoren, vertelde Liefbroer me jaren geleden al, is heerlijk voor de media maar „bewijs is er niet voor”.

Dus of dertigers de politiek veranderen? Dat zou kunnen – maar dan niet omdat ze dertiger zijn.

En deze maatschappij komt geen tegenstellingen tekort, dus het is misschien een idee dat politici, ongeacht hun leeftijd, geen generatieverschillen suggereren (of opspelen) die niet bestaan.

Andersom hoeven ouderen zich geen zorgen te maken omdat dertigers ineens aan de knoppen zitten: er is geen reden voor de veronderstelling dat zij door hun leeftijd andere politici zijn dan collega’s uit andere generaties.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.

    • Tom-Jan Meeus