Opinie

    • Joyce Roodnat

Actiekunst van Banksy en in Schotse wilgen

Joyce Roodnat

Het doek dat Banksy versnipperde is stuk, het kunstwerk niet. Het werd actiekunst, ogenblikkunst. In de film Leaning into the wind zag Joyce Roodnat kunstenaar Andy Goldsworthy als een trage tor door de stekelige kruinen van een rij wilgen kruipen.

Andy Goldsworthy in de film ‘Leaning into the Wind’.

En hóp! Daar ging £1.042.000 door de versnipperaar. Althans, het werk van de fervent anonieme straatkunstenaar Banksy dat de veilingmeester van Sotheby’s in Londen net voor dat bedrag had afgehamerd. Onderin de lijst zaten mesjes, een afstandsbediening deed de rest. Kenners wezen erop dat Banksy’s vorige veilingrecord op precies datzelfde bedrag stond – hier werd een lange neus getrokken naar de overspannen kunsthandel.

Al snel postte Banksy een filmpje op Instagram waaruit bleek dat deze actie met dit doek al jaren geleden was voorbereid. Mocht deze sentimentele afbeelding van een meisje met een rode ballon ooit geveild worden, dan zou het aan repen gaan.

Het doek is stuk, het kunstwerk niet. Dat transformeerde ter plekke in een uniek nieuw kunstwerk. Street art werd shredder art. Het gaat om die daad, díe is het kunstwerk, niet het kapotgesneden meisje met haar rode ballon. Zo aan rafels is ze veel meer waard geworden, klinkt het. Kan zijn. Maar ze is niet je ware. Dat vervloog in Londen.

Actiekunst, ogenblikkunst. Het is er maar even. Maar mijn hemel, wat kan ‘even’ meeslepend ‘zijn.

In de film Leaning into the wind zie ik de Schotse kunstenaar Andy Goldsworthy door de stekelige kruinen van een rij wilgen kruipen. Hij is een knoestig silhouet, een trage tor. Hij heeft pijn en hij raakt bijna onderkoeld – en dat draagt bij aan de impact van dit werk. Maar zijn lijden is niet de kern. Wel dat hij zich verenigt met de natuur in deze oogverblindende, artistieke daad.

Natuur is kleur en vorm en eeuwige beweging. Wat verschijnt is gedoemd om te verdwijnen. Daarover maakt deze kunstenaar zijn adembenemende actiekunstwerken, op het land en in de stad. Hij werkt met steen, met twijgen en takken, met bloemblaadjes, met zonlicht. En met regen. Begint er een bui, dan strekt hij zich uit. Als hij opstaat, ligt er een droge afdruk van een mens. Het is een memento mori dat direct wegregent en daar gaat het om.

Bij de Nederlandse première van Leaning into the wind spreek ik even met de filmer, Thomas Riedelsheimer. „Heeft u zelf wel eens een regenschilderij geprobeerd?” (Ik zou dat namelijk ook wel eens willen.) Riedelsheimer grijnst. „Natuurlijk”, zegt hij. „Maar het viel tegen, het werd niks. Een veeg. Bij Andy wordt het steevast geweldig. Hij is eraan verslingerd. Voor de eerste druppels vallen, heeft hij al gezien wat de beste plek en daar gaat hij liggen. Hij is niet te houden.”

Zestien jaar geleden maakte Riedelsheimer ook een film met Goldsworthy. „Zijn werk is dromeriger geworden. In het Lake District liep hij ineens een akker in, om met zijn blote voeten gaten in het ijs te trappen. Die witte voeten werden blauw. Begrijp je?”

    • Joyce Roodnat