Zo overleef je de treinspits – volgens de NS

Japke-d. vraagt door vroeg de NS naar „de trein van de toekomst”. Heeft die nog zitplaatsen? En mogen vouwfietsen er nog mee in de spits?

Illustratie Tomas Schats

Ik zeg het maar eerlijk: ik zie er best tegen op; in de herfst en de winter met de trein naar mijn werk. Blaadjes op het spoor, overvolle treinen – áls ze al rijden – niezende medereizigers, keiharde telefoongesprekken waarin „goals worden aligned” en „kwaliteitskaders worden ingeregeld”, vouwfietsen waar je je schenen aan openhaalt – en dan nog de sneeuw. De treinspits is een strijd op leven en dood geworden, zo schreef ik al eerder.

De NS denkt mee. Afgelopen week werd op de Innovatie Expo in Rotterdam ‘de trein van de toekomst’ gepresenteerd, ontworpen door architect Francine Houben en Gispen maar liefst, met sta-plekken en „comfortabeler balkons” om meer reizigers per trein te kunnen vervoeren - een zitplaats is allang geen zekerheid meer.  Ik belde Joost van der Made, hoofd ‘conceptontwikkeling en innovatie’ bij NS.

Ik hou heel erg van de trein. Maar er zijn tijdstippen waarop zelfs ík het niet meer zie zitten.

„Ja en het wordt nóg drukker in de trein. Die trend kunnen we niet keren. We proberen er wel alles aan te doen om passagiers toch een comfortabele reisbeleving te geven.”

Een ‘comfortabele reisbeleving’.

„Ja, haha, sorry. Een fijne reis.”

Jullie komen met sta- en hangplekken.

„Ja, onder andere. In de trein heb je nu de keuze tussen óf een grote stoel óf staan. We willen meer opties. Die worden nu getest en zouden vanaf 2025 een plek in de trein kunnen krijgen. Mijn favoriet is de lange, hoge tafel langs het raam. Daarop zit je als op een barkruk, waardoor je knieën minder naar voren komen en je minder ruimte inneemt, én je naar buiten kan kijken. Dat kan een hele comfortabele werkplek zijn!”

Een flexplek in de trein.

„Haha ja.”

Je weet dat mijn lezers niet zo enthousiast zijn over de flexplek op hun werk.

„Zeker, maar dat komt volgens mij vooral omdat ze geen eigen plekje meer hebben op hun werk. Dat is in de trein vast minder belangrijk.”

Ik zag ook ‘tribunes’ in de trein van de toekomst. Een soort stapelbedden.

„Nou, niet op elkaar gestapeld hoor, meer als een trap boven elkaar. Op de plek van vier stoelen kunnen we dan tien mensen laten zitten. Er zijn ook nieuwe statafels ontworpen.”

Ik wil liever zitten.

„Ja, reizen in de spits veronderstelt wel een bepaalde mate van fitheid, maar we hebben nu eenmaal niet meer ruimte. We zijn overigens wel vloeren aan het ontwikkelen die meer demping geven, die de druk op de voeten beter verdelen. Die schelen ook weer in de geluidsoverlast. We hebben trouwens ook ruimtes ontworpen waarin mensen wat meer afgezonderd kunnen bellen.”

O dat gebel in de trein! Je ergert je soms dood aan de interessantdoenerij van al die jargontijgers.

„Herkenbaar. Ik denk wel eens dat sommige mensen de trein als een podium zien.”

Moet er niet gewoon een jargonverbod komen in de trein?

„Haha, goed idee! Dat je alleen leuke gesprekken mag voeren in de trein. Staat genoteerd.”

Het zou natuurlijk het beste zijn als iedereen gewoon thuis bleef werken. Kan de NS dat niet eens wat vaker zeggen?

„Dat is meer iets voor onze bestuursvoorzitter Roger van Boxtel. Hij heeft ooit al eens gezegd dat onderwijsinstellingen hun aanvangstijden beter zouden kunnen spreiden. Want inderdaad, als mensen wat later of vroeger zouden beginnen met werken, levert dat al heel veel ruimte op.”

Dan: de vouwfiets.

„Ha, daar zit bij jou veel emotie, hè?”

Haha nou en of. Maar ook bij mijn lezers, hoor. Wie bij de NS heeft ooit bedacht dat vouwfietsen gratis mee mogen in de spits?!

„Dat weet ik niet. Maar ook binnen de NS wordt daarover gepraat hoor. Enerzijds dat het onze meest fanatieke reizigers zijn en dat zij dus een plek verdienen in de trein, anderzijds dat het al zo druk is in de spits. Ik denk zelf dat, met alle mogelijkheden om een fiets te huren, het steeds minder nodig wordt een eigen fiets in de trein mee te nemen.”

Precies. Ik zou zeggen: behandel de vouwfiets als een gewone fiets. Dus: wegwezen uit de spits en daarbuiten zes euro betalen. Dát is pas innovatie.

„Ik heb hem genoteerd, haha. We zijn wel aan het bekijken of we een betaalde plek op het balkon kunnen ontwerpen waar je vouwfietsen veilig kan stallen.”

Aha, vouwfietsers gaan dus tóch betalen?

„Het zijn nog slechts ideeën en ze moeten ook nog getest worden. Maar wie weet.”

Jeuktweets van de week

    • Japke-d. Bouma