Werkwijze NFI aangescherpt na melding klokkenluider

Een onafhankelijke commissie heeft de klokkenluider in het gelijk gesteld. Hij klaagde over misstanden bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in Den Haag. Foto Bart Maat/ANP

Binnen het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) was de interne procedure niet op orde en faalde het management nadat een klokkenluider aan de bel had getrokken over mogelijke fouten bij moordonderzoeken. Dat heeft een onafhankelijke commissie dinsdag geconcludeerd in een rapport over het staatslaboratorium. Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) heeft de aanbevelingen overgenomen en scherpt de manier van werken bij het NFI aan.

Het forensisch instituut heeft een cruciale rol in het rechtssysteem. Rechters moeten kunnen vertrouwen op de bevindingen van het NFI. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft Grapperhaus:

“Forensisch bewijs is cruciaal voor de opsporing en de rechtspleging in Nederland. Forensisch onderzoek moet ook boven elke twijfel verheven zijn.”

Lees hier over de aanleiding voor het onderzoek: NFI onderzocht wegens verdenking van misstanden

Gebrek aan goede samenwerking

De misstanden vonden plaats bij de afdeling Microanalyse Invasieve Trauma’s (MIT) van het NFI. Het MIT-team, bestaande uit deskundigen als pathologen en antropologen, onderzoekt lichamen op de aanwezigheid van sporen van een moordwapen. Een klokkenluider beklaagde zich begin 2017 bij de leiding van het NFI omdat “protocollen” niet op orde waren.

Uit het onderzoek van de onafhankelijke commissie onder leiding van hoogleraar Sylvie Bleker-van Eyk blijkt dat er vooral fouten zijn gemaakt in de samenwerking tussen deskundigen binnen het MIT-team en de onderlinge toetsing van hun bevindingen. De commissie schrijft:

“De samenwerking in het MIT-team was in elk geval gedurende een periode van enkele jaren onvoldoende effectief en constructief. Niet alle medewerkers stonden voldoende open voor toetsing door andere deskundigen. Over de gehele periode genomen is er slechts in een klein deel van de MIT-zaken een gezamenlijk MIT-rapport uitgebracht, terwijl dit van het begin af aan als een van de voordelen van de MIT-methode werd gezien”.

OM: geen gevolgen voor strafzaken

Grote vraag in het onderzoek was of fouten binnen het MIT-team ook gevolgen hadden voor strafzaken. Daar lijkt geen sprake van te zijn. Van de onderzochte 517 rapporten vond de commissie bij zes MIT-rapporten geen of slechts gedeeltelijk schaduwbewijs. Deze procedure is verplicht binnen het NFI. Na een bevinding van een deskundige moet een collega zorgen voor kritische repliek.

Het Openbaar Ministerie is over de rapporten geïnformeerd, schrijft Grapperhaus in de brief aan de Tweede Kamer. Het OM concludeert in een eerste beoordeling dat er “in alle zes niet of gedeeltelijk geschaduwde rapporten geen gevolgen zijn voor de strafzaak”. In zeventien rapporten was er wel geschaduwd, maar ontbrak de paraaf van de tegenlezer.

Het NFI heeft een aantal maatregelen genomen om nieuwe misstanden te voorkomen. De schaduwparaaf van de tegenlezer wordt voortaan gecontroleerd en zonder de paraaf gaan er geen rapporten meer naar de opdrachtgever. Daarnaast is de meldingsprocedure voor klokkenluiders verbeterd.

    • Huib de Zeeuw