Hof oordeelt in Urgenda-zaak ‘nog harder’ over Nederlands klimaatbeleid

Nu ook het gerechtshof Urgenda gelijk geeft, kan de zaak nog meer gevolgen hebben voor internationaal klimaatbeleid.

Waterbuffels bij een waterpoel bij Beckum. De aanhoudende extreme droogte veroorzaakte afgelopen zomer op sommige plekken dorre landschappen in Nederland. Foto Eric Brinkhorst

Klimaatverandering is een „reëel” en „ernstig” gevaar waartegen burgers moeten worden beschermd. En juist de staat is verplicht om deze bescherming te bieden. Met die boodschap bekrachtigde het gerechtshof in Den Haag dinsdagochtend de uitspraak in de Urgenda-zaak.

De Nederlandse staat moet de uitstoot van broeikasgassen met 25 procent beperken in 2020, een doel dat volgens de laatste prognoses waarschijnlijk niet gehaald wordt zonder aanvullende ingrepen.

Uit de mond van rechter Marie-Anne Tan klonk dinsdag harde kritiek op het Nederlandse klimaatbeleid in de afgelopen tien jaar. De wetenschappelijke consensus was al in 2007 dat een reductie van de CO2-uitstoot met 25 procent het minimale was wat ontwikkelde landen zoals Nederland hadden moeten bereiken in 2020. Nederland wist dat. En handelde er niet naar.

De gedetailleerde instructies die het Hof geeft aan het kabinet zijn uniek, schrijft NRC in een hoofdredactioneel commentaar: Rechter kent geen twijfel: Staat moet handelen in CO2-zaak

Scepsis

Naar het hoger beroep in de Urgenda-zaak werd reikhalzend uitgekeken door klimaatactivisten, politici en rechtsgeleerden. De uitspraak in eerste aanleg in 2015 was baanbrekend: voor het eerst ter wereld werd een staat verplicht tot het nemen van klimaatmaatregelen.

De meeste internationale juristen gaven de Stichting Urgenda, die de zaak hadden aangespannen, van tevoren geen schijn van kans. En nu was er veel scepsis of de uitspraak in hoger beroep zou standhouden. „Ik had niet gedacht dat het hof hierin zou meegaan”, zegt bijzonder hoogleraar milieurecht Gerrit van der Veen.

De staat heeft nog niet besloten of hij in cassatie gaat, een procedure die waarschijnlijk zo’n twee jaar in beslag neemt. Het kabinet schreef dinsdag in een reactie dat het intussen het Urgenda-vonnis zal uitvoeren. Dat is consequent het regeringsstandpunt geweest. Het kabinet schreef er echter direct bij dat het doel van 25 procent CO2-reductie al „binnen bereik” is, volgens de „meest recente inzichten” van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Tegenvallers

Het PBL wil dat echter niet bevestigen. Het planbureau voorziet dat de uitstoot van broeikasgassen in 2020 23 procent lager is dan in ijkjaar 1990, met een grote onzekerheidsmarge tussen 19 en 27 procent. Het PBL noemde dat in zijn Nationale Energieverkenning (2017) expliciet „nog niet genoeg” voor het Urgenda-doel. Op dit moment staat de teller op 13 procent reductie van broeikasgas; al over twee jaar zou dat dus bijna het dubbele moeten zijn.

Sinds vorig jaar zijn weliswaar extra maatregelen voor duurzame energie aangekondigd, maar Pieter Boot van het PBL noemde dinsdag desgevraagd ook twee tegenvallers: de CO2-uitstoot in 2017 was hoger dan verwacht, en de economie groeit sterker. Boot: „Als je door je oogharen kijkt, lijkt het erop dat de tegenvallers groter zijn dan de meevallers.”

Overstromingen

Het gerechtshof gaf dinsdag in zijn arrest groot gewicht aan het CO2- doel. Het somde uitgebreid de risico’s op van klimaatverandering, van ernstige overstromingen tot verstoring van de voedselproductie. Het noemde „jongeren” expliciet, omdat vooral zij tijdens hun leven ermee te maken kunnen krijgen.

Het hof verweet de staat dat het al tien jaar geleden wist dat een CO2-reductie van 25 tot 40 procent in 2020 noodzakelijk was om die gevaren in te dammen, maar daarnaar niet handelde. Het kabinet-Balkenende IV (2007-2010) legde zich aanvankelijk wel een bijpassend CO2-doel op (een reductie met 30 procent) maar liet dat later los, omdat Brussel niet zover wilde gaan.

Internationale invloed

„De juridische onderbouwing is nog harder dan het vonnis [uit 2015]”, zegt rechtsgeleerde Van der Veen, ook advocaat bij het Rotterdamse kantoor AKD. Hij schat in dat de Urgenda-zaak door dit arrest nog aan internationale invloed wint. Het gerechtshof baseert zich, anders dan de rechtbank, op twee belangrijke grondrechten uit het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens: het recht op leven en het recht op een privé- of familieleven.

In navolging van de Urgenda-uitspraak in 2015 zijn in verschillende landen en regio’s klimaatzaken gestart – tot nu toe zonder succes. Deze maand begint in de VS bijvoorbeeld een zaak van jongeren uit Oregon tegen de federale regering. Ook De Nederlandsche Bank wees maandag in een rapport over klimaatverandering nog op het belang van dergelijke rechtszaken. Ze kunnen „abrupte invoering” van invloedrijke klimaatmaatregelen veroorzaken, voorziet DNB.

Als de Nederlandse staat niet voldoet aan de eisen uit het Urgenda-arrest, volgen er geen sancties. Toch kunnen ook de binnenlandse gevolgen van de uitspraak groot zijn. „De tekst van het hof liegt er niet om”, reageert PvdA-Kamerlid William Moorlag. „De handen moeten uit de mouwen.” Zijn VVD-collega Dilan Yesilgöz klonk via Twitter meer gereserveerd. „We nemen de verantwoordelijkheid om de uitstoot zsm terug te dringen”, schreef zij, maar wel „op een manier die voor iedereen behapbaar is”.

Het hof waarschuwde in zijn arrest voor optimisme. 25 procent CO2-reductie, betoogde het hof, „moet als een minimum worden beschouwd”. Als het kabinet de temperatuurstijging op aarde verder wil beperken tot 1,5 graad, het streven van het VN-klimaatakkoord van Parijs, is het niet eens genoeg.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie Haagse Zaken: De staat en het recht, wie zit er op wiens stoel?
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.
    • Hester van Santen