Staat moet burger behoeden voor klimaatverandering

Urgenda

Het gerechtshof heeft de historische Urgenda-uitspraak bekrachtigd. Nu is het aan de overheid om CO2-uitstoot te beperken.

De Nederlandse staat is verplicht om uiterlijk in 2020 strengere maatregelen te nemen om de uitstoot van CO2 te beperken. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag dinsdag bepaald in het hoger beroep van de Urgenda-zaak. Het Hof stelt daarmee de Stichting Urgenda in het gelijk.

Door de uitspraak moet Nederland de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 25 procent verminderen ten opzichte van 1990. Nederland is nu op weg om de Urgenda-deadline te missen. Volgens de laatste prognoses (uit 2017) blijft Nederland steken op circa 23 procent, met een ruime marge.

De Urgenda-uitspraak uit 2015 gold onder internationale juristen direct als baanbrekend. Daardoor werd voor het eerst een staat door de rechter gedwongen tot grotere inspanning tegen klimaatverandering.

De staat ging echter in hoger beroep tegen het vonnis, om staatsrechtelijke redenen. Hij vond onder meer dat de rechter te veel op de stoel van de wetgever was gaan zitten.

Het hof ging daar echter niet in mee. Het hof wees op de „ernstige dreiging” die klimaatverandering veroorzaakt, door onder meer hittestress en overstromingen. Daaruit volgt volgens het hof dat de staat de Nederlandse burgers bescherming moet bieden.

De staat heeft volgens het hof een „zorgplicht” om de uitstoot van CO2 te verminderen. Het hof verwees onder meer naar het rapport van het wetenschappelijke VN-klimaatpanel IPCC uit 2007. Dat stelde dat de ontwikkelde landen de CO2-uitstoot met 25 tot 40 procent moeten verminderen om de temperatuurstijging op aarde te beperken tot 2 graden Celsius.

Het Hof benadrukte ook dat de reductie van de broeikasgassen „zo snel mogelijk” moet worden ingezet, omdat eenmaal uitgestoten CO2 honderden jaren in de atmosfeer blijft.

Directeur Marjan Minnesma van Urgenda noemde de uitspraak een „helder en heel duidelijk signaal”. „Je zou willen dat iedereen dit stuk in de brievenbus krijgt.”

Nu het gerechtshof in Den Haag de Urgenda-uitspraak heeft bekrachtigd, neemt de politieke druk toe om onmiddellijk maatregelen te nemen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. De staat kan nog tegen de uitspraak in cassatie gaan. Vanochtend was nog niet bekend of hij daartoe overgaat. Zo’n procedure duurt lang; de staat kan er niet op wachten.

Dit kabinet, en het vorige, hebben de Urgenda-uitspraak niet eerder een centrale plek gegeven in hun beleidsplannen voor 2020. Het kabinet heeft weinig troeven in handen die in de komende twee jaar nog uitgespeeld kunnen worden. Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) noemde er in februari een handvol, met als twee belangrijkste: meer moeite doen om windparken op land af te bouwen, en bedrijven dwingen om energie te besparen.

Vorig jaar suggereerde toenmalig minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) nog dat zo nodig de Amsterdamse kolencentrale Hemweg dicht zou gaan om de Urgenda-deadline van 2020 te halen. Het huidige kabinet wil die centrale echter pas in 2025 sluiten.

Lees ook het verslag van de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep, afgelopen mei: Nederlandse staat wil vonnis over klimaatbeleid 2020 van tafel
    • Hester van Santen
    • Paul Luttikhuis