Oud-Katholieke Kerk trad niet afdoende op tegen misbruik

Rapport Het belang van daders van seksueel misbruik woog zwaarder dan dat van slachtoffers in een van de Rooms-Katholieke Kerk afgescheiden kerkgenootschap.

Foto iStock

In de Oud-Katholieke Kerk van Nederland had barmhartigheid en mededogen met daders van seksueel misbruik meer prioriteit dan het beschermen van slachtoffers. De kerkleiding was van het misbruik op de hoogte, maar trad er niet afdoende tegen op.

Dat staat in het dinsdag gepubliceerde rapport van een commissie die onderzoek naar het misbruik heeft gedaan. Dat onderzoek kwam er na de arrestatie in april 2017 in Cambodja van een Nederlandse priester van dit van de Rooms-Katholieke Kerk afgescheiden kerkgenootschap. De man zou zich schuldig gemaakt hebben aan een zedenmisdrijf.

De leden van de onderzoekscommissie, onder leiding van oud-rechter Wiel Stevens, deden eerder onderzoek naar misbruikklachten in de Rooms-Katholieke Kerk. De priester die in Cambodja vastzit, is één van de gevallen die de commissie heeft onderzocht. In totaal zouden zich in de Kerk afgelopen decennia zeven geestelijken schuldig gemaakt hebben aan seksueel misbruik. Vijf van hen zijn overleden.

De manier waarop de leiding van de Oud-Katholieke Kerk omging met het misbruik in eigen kring blijkt weinig te verschillen met de gang van zaken in de Rooms-Katholieke Kerk. De conclusie van de commissie is dat de kerkleiding in de meeste gevallen gefaald heeft. Genoemd wordt een geval van ernstig seksueel misbruik ruim dertig jaar geleden. „Ondanks een melding door het slachtoffer bij de toenmalige bisschop, is er nooit iets ondernomen.”

Vijfduizend leden

De Oud-Katholieke Kerk heeft vijfduizend leden in Nederland. Ze verwerpt Rooms-Katholieke dogma’s als de pauselijke onfeilbaarheid en de onbevlekte ontvangenis van de Maagd Maria, heeft vrouwelijke priesters en legt geestelijken niet de plicht op om celibatair te leven.

Het is „een kleine, bijna familiaire gemeenschap”, schrijft de commissie. Het misbruik was niet of nauwelijks bespreekbaar. Terwijl het misbruik soms lang duurde en bij velen bekend was, waren er maar weinig klachten. De commissie kreeg van slachtoffers te horen dat men de Kerk niet wilde beschadigen. „Soms ook omdat men bang was dat zijn of haar naam in de (kleine) kerkgemeenschap bekend zou worden en afkeuring zou oproepen.”

Satanisch misbruik

De commissie trof minder ernstig en ernstig misbruik aan: van seksueel getinte opmerkingen tot een geval van „satanisch seksueel misbruik”, meer dan 50 jaar geleden.

Eén casus onderscheidde zich, meldt de commissie. Het betrof een „hooggeplaatste kerkelijke functionaris”. Het seksueel misbruik bestond onder meer uit aanrandingen gedurende langere tijd. Nadat een van zijn slachtoffers de zaak had aangekaart bij de kerkleiding, werd de aangeklaagde gedwongen om vervroegd met pensioen te gaan. „Tegelijkertijd werd zowel met het slachtoffer alsook met de kerkleiding een zwijgplicht overeengekomen. Die zwijgplicht is het slachtoffer zeer zwaar gevallen, te meer omdat vertegenwoordigers van de kerk er zich niet aan bleken te houden.”

    • Joep Dohmen