Nedersaksisch? Doar mekeert ’t nich an

Erkenning van het Nedersaksisch Minister Ollongren tekent deze woensdag een convenant dat het Nedersaksisch als een „wezenlijk, zelfstandig en volwaardig onderdeel van de taal in Nederland” erkent.

Het Nedersaksisch kent een dozijn verschillende dialecten en pakweg vijf miljoen sprekers.

Aabenraa, een Deens provinciestadje op de flanken van een fjord aan de Oostzee. Zo ver kun je je, met een beetje geluk, redden in het Veluws, het Drents, het Gronings en de andere vormen van het Nedersaksisch. Ertussen ligt een taalgebied dat zich uitstrekt over grote delen van het noordwesten van Duitsland en Oost-Nederland. Een dozijn verschillende dialecten, vijf miljoen sprekers om en nabij.

Deze woensdag ondertekent minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) in Zwolle met de provincies Groningen, Drenthe, Friesland, Overijssel en Gelderland een convenant dat het Nedersaksisch erkent als „een wezenlijk, zelfstandig en volwaardig onderdeel van de taal in Nederland”. Muzikale optredens, een dialectvariatieapp en de belofte het gebruik van de taal verder te bevorderen moeten die ambitie bewijzen.

„Je kan zeggen dat Noordoost- en Oost-Nederland nu tweetalig worden”, zegt Hans Gerritsen, voorzitter van de Streektaalorganisaties in het Nedersaksisch taalgebied (SONT). Met de ondertekening van het convenant bindt de regering zich aan een „inspanningsplicht” om er alles aan te doen de taal te behouden en te stimuleren.

Eerlijk is eerlijk, weet Gerritsen: zóveel is er met dit convenant niet veranderd. Geen afspraak is bindend en er is geen cent toegezegd. Zelfs de Raad van Europa verleende het Nedersaksisch al in de jaren 90 een officieel plekje in zijn handvest voor regio- en minderheidstalen, waarmee het op gelijke hoogte staat als Limburgs, Jiddisch en de Roma-taal Sintitikes. Daarmee is Nedersaksisch nog geen Fries, dat een stapje hoger staat in de Europese rangorde en kan rekenen op extra geld, vastgelegde regels en de aandacht van de Raad.

Verwacht voorlopig geen tweetalige rechtbanken in Assen en Winschoten of politici die de gelofte in het Nedersaksisch uitspreken.

Gelukkig maar, zegt Gerritsen. Zulke regels als bij het Fries zorgen juist voor gedoe, „op het pietluttige af”. Nu wordt de Nederlandse overheid na elke rondgang door de Raad van Europa gekraakt om de omgang met het Fries. De Raad wijst op het gebrekkige aantal tolken, op de afwezigheid van het Fries in de peuterspeelzaal, op de afkalving van het Fries als bestuurstaal doordat de steden hun buurgemeenten op het platteland annexeren. Neem dan liever een convenant, stelt Gerritsen. „Zo komen we niet terecht in een armageddon van bureaucratie.”

Ommekeer ingezet: aandacht op school

De winst, zegt hij, zit in de „immateriële waarde”. Het is weer een overwinning in de strijd voor acceptatie van het Nedersaksisch, „niet een minderwaardig dialect dat je moest afleren, maar een taal als alle anderen”. Die strijd verloopt moeizaam, zelfs met erkenning. „In Nedersaksen gaat het keihard achteruit met de taal”, vertelde Herman Finkers, cabaretier en Twent, in NRC in 2015. „Ouders geven het Twents, Drents of Gronings niet door aan hun kinderen, omdat ze denken dat dat niet goed is voor hun Nederlands. Een gigantische misvatting die je er maar niet uit krijgt.”

Lees ook: Wat als we elkaar allemaal kunnen verstaan?

Toch lijkt de ommekeer nu ingezet. Er is aandacht op school en in de media. De gemeente Rijssen-Holten bedient zijn burgers officieel in het Twents. Gerritsen ziet de interesse toenemen, net als bij de Duitse collega’s die hij via SONT regelmatig spreekt. Vergaderen doen ze in het Nedersaksisch, ieder in zijn eigen dialect.

„De rijkdom van zo’n taal, dat is iets magisch”, zegt geboren Groninger Freek de Jonge. De kleinkunstenaar werkt met Nedersaksische artiesten en zingt sinds kort zijn strijdlied over de aardbevingsproblematiek zelf in het Gronings. Echt voorbij de clichéwoorden de taal beheersen, dat blijft moeilijk, juist daarom doet erkenning ertoe. „Nu nog een Nobelprijs voor een Nedersaksische schrijver.”

    • Rik Rutten