Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Maar D66, wat ben je: een partij of een merk?

Kamerfracties kunnen niet zonder voorzitter, je doet er niets aan, dus logisch dat na het vertrek van Pechtold het gesprek meteen over zijn opvolger ging. Toch zou je hopen dat D66 diepgaander bij zichzelf durft stil te staan: wat zijn zij nu eigenlijk – een partij, of een merk?

Ik miste dit in veel terugblikken op Pechtold. Hij bracht D66 er weer bovenop, akkoord, maar relevant lijkt me of zijn methode houdbaar is. Wat hij ‘professionalisering’ noemde, was de positionering van zijn partij als merk. Politiek als reclame: D66 als product van beeldvorming, mediatraining, en herhaling.

Kreeg een Kamerlid over willekeurig welk onderwerp een microfoon onder de neus, dan viel vanzelf het woord onderwijs. Herhaling maakte van D66 de onderwijspartij. Nooit zag je een D66-politicus de roltrap in het Kamergebouw afdalen: als een cameraman dat filmt, zeiden ze intern, dan zenden omroepen het uit als er slecht nieuws over je is. Sta altijd stil bij de beeldvorming.

Je kunt dit verwerpen, maar Pechtolds idee was: het is nodig omdat je standpunten anders geen aandacht meer krijgen. Er zit iets in: alle traditionele partijen opereren voortaan zo.

Maar veel wijst erop dat kiezers het doorzien. Het ergert ze, de argwaan tegen ingestudeerde optredens is enorm. En Trumps zege was een verpletterende nederlaag voor de politieke professionals – alle reclamemakers, strategen en mediatrainers die claimden te weten met welke trucs en soundbites Clinton zou winnen.

Voor Nederlandse partijen komt erbij dat hun streven naar merkvastheid ook het stelsel ondermijnt. Een goed politiek merk is een helder politiek merk: oppositie óf coalitie. Het verklaart waarom het concept van politiek als reclame uiteindelijk desastreus uitpakt: vrijwel elke partij die van de oppositie overstapt naar een coalitie creëert bedrogen consumenten, zoals D66 nu ook weer ondervindt.

En met alleen een snelle keuze voor een nieuwe fractievoorzitter zou de partij het misverstand handhaven dat politiek succes alleen afhangt van merkvastheid en een herkenbaar gezicht. Maar sterke politiek begint daar nooit: die begint bij innerlijke overtuiging, en het vermogen mensen met andere ideeën, uit een andere wereld, te overreden.

Dus als D66 slim is, gebruikt het dit moment ook om zich te buigen over hét dilemma van deze tijd: moet een partij een merk zijn om nog idealen te verwezenlijken, of ondermijnt een partij haar idealen omdat ze een merk is? Minder ingestudeerdheid, meer authenticiteit: het zou niet slecht zijn voor de beheerders van Van Mierlo’s nalatenschap.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.

    • Tom-Jan Meeus